Menu Close

‘Bezuinigen door kortere studieduur is onmogelijk’

De paarse partijen willen het hoger onderwijs drastisch hervormen — een driejarig bachelor-programma en een tweejarig master-programma. Universiteiten staan perplex over de aankondiging van de zoveelste reorganisatie van hun onderwijs.

Vakantievierend in een schaduwrijk hoekje van zijn dakterras in de binnenstad van Amsterdam lijkt het alsof hij extra veel moeite heeft om wilde plannen voor rigoureuze hervormingen van het Nederlandse hoger onderwijs serieus te nemen. Eigenlijk kan drs J. K. Gevers, bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam, het ook nog niet echt geloven. Dat zal hij pas, wanneer hij het uit de mond van Wim Kok zelf hoort — of van de minister van onderwijs die dit voor zijn rekening neemt. “Want die post is nu wel heel onaantrekkelijk geworden.”

“Te gek voor woorden,” noemt Gevers het, “hoe op een achternamiddag op het Binnenhof drie fractie-onderhandelaars en hun fractiespecialisten — dat mag je ten minste nog hopen — besluiten een nieuw stelsel voor hoger onderwijs te bedenken. Zo gaan die dingen niet, zo moeten ze in ieder geval niet gaan.”

Hoewel tevoren duidelijk was dat de studiefinanciering niet zou worden gespaard, kwam het plan van PvdA, D 66 en VVD als een donderslag bij heldere hemel. Geen van de drie partijen had in zijn verkiezingsprogramma immers gezegd de zaken zo overhoop te willen halen — laat staan te beginnen aan een operatie nog groter dan de Tweefasenstructuur in 1982. Toen ging de cursusduur van vijf naar vier jaar, en kwam er na die eerste fase een tweede fase voor de beste studenten. Twaalf jaar later studeren de meeste studenten nog 5,5 jaar, en van die tweede fase is weinig tot niets terechtgekomen.

Het nieuwe plan brengt de cursusduur van vier naar driejaar, in de hoop op termijn jaarlijks een half miljard te bezuinigen. Een illusie, denkt Gevers: “Als je studieprogramma’s korter maakt, worden ze relatief duurder. Per student heb je immers meer begeleiding nodig. Dat betekent dat zo maar weinig vrijkomt.”

Afgestudeerden aan de universiteit raken daarnaast ook hun titel kwijt — er voor in de plaats komt een Angelsaksisch ‘bachelor-diploma, vergelijkbaar met wat hbo’ers nu krijgen. Die hbo’ers gaan er juist op vooruit zij houden hun bachelors-graad, ondanks een kortere cursusduur.

Het zal de concurrentiepositie van Nederlandse afgestudeerden geen goed doen, meent Gevers.

“Werkgevers hebben de afgelopen jaren steeds geroepen dat men geen kortere opleidingen wil, maar volwaardige. Nu lijkt men zich blind te staren op driejarige bachelor-opleidingen in de Verenigde Staten — maar die zijn eerder vergelijkbaar met de bovenbouw van ons voortgezet onderwijs. Het zijn algemeen vormende opleidingen, waar je talen leert, en geschiedenis. Dat is niet het einde, dat is het begin! Daarnaar verwijzen in de Nederlandse situatie, dat is ronduit belachelijk.”

Na de eerste drie jaar is er volgens het akkoord nog wel leven mogelijk in het hoger onderwijs de beste studenten mogen er twee jaar aan vastknopen om een ouderwetse doctorandus-titel te halen, internationaal vergelijkbaar met een ‘master’-graad. Zij moeten dat wel zelf betalen. Gevers: “Maar het idee dat dat de beste studenten zullen zijn, miskent de vraag of wij de besten kunnen krijgen. In een aantal vakken hebben universiteiten nu al de grootste moeite goede studenten als aio’s te krijgen — zij gaan liever naar goedbetaalde banen in het bedrijfsleven. Er zal dus geen sprake zijn van het ‘door laten gaan van de besten’ — zo is het ook niet in het Amerikaanse systeem.”

Alle veranderingen bij elkaar zouden in de studiefinanciering vanaf 1998 een jaarlijkse besparing van nog eens een miljard gulden moeten opleveren — het bedrag dat Kok in zijn eerste ‘proeve van een regeerakkoord’ had neergeschreven. “Dat bedrag,” zegt Gevers, “dat weet iedere insider, dat was gewoon natte-vingerwerk. Als je dan toch op studiebeurzen bezuinigt, doe het dan eenvoudig: hogere leningen, of beperking van het recht tot bijvoorbeeld vier jaar. Bezuinigen door verkorten van de cursusduur, dat kan niet, dat weet iedere ambtenaar.”

Het idee om het Nederlandse hoger onderwijs in de richting van het Amerikaanse onderwijssysteem op te schuiven, kan op zichzelf op sympathie rekenen. Bijvoorbeeld van de Adviesraad voor het Hoger Onderwijs (ARO), die kort geleden nog met vergelijkbare geluiden kwam. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) werkt aan een advies over zon omvorming. “Het Amerikaanse hoger onderwijs is in de wereld toch de maat der dingen,” meent Gevers. “Maar je kunt zon stelsel niet een béétje invoeren. Je doet het helemaal, of je doet het helemaal niet. Wanneer universiteiten en studenten niet ook de bijbehorende vrijheid krijgen hun eigen zaken te regelen, dan krijgen we niet het beste van twee werelden, maar het slechtste van beide.”

Hoe komt het toch, dat de politiek het hoger onderwijs telkens weer bestookt met maatregelen die volgens universiteiten en hogescholen zelf zowel ineffectief zijn als contraproductief? Gevers: “Politici hebben onvoldoende zicht op de recente geschiedenis, en de complexiteit van de materie. Elke keer als zo’n Van Mierlo over het hoger onderwijs praat, komt zijn dochter op het hbo weer ter sprake. Dat is kennelijk zijn bron. Die elementaire voorzichtigheid die er wel is als het gaat om werkgelegenheid of cao’s, ontbreekt opeens volledig. Dat vind ik bedenkelijk — het kan niet de functie van de formatie zijn.”

“Het is toch ook idioot dat de PvdA met zoiets komt, terwijl nog dit voorjaar twee PvdA-bewindslieden in het HOOP het tegenovergestelde hebben opgeschreven? Natuurlijk, het kan komen door de nieuwe coalitiepartners. Maar ik vrees dat het uit de PvdA-koker komt — ik heb Vermeend er wel eens over horen praten.”

“Maar ach, waarschijnlijk ligt het allemaal nog veel simpeler. Er lag gewoon een bedrag op tafel, en daar heeft men in paniek een plan bij bedacht.”