Menu Close

Was de echtgenoot van Eva een pygmee?

Nadat enkele jaren geleden de allereerste vrouw werd ontdekt, wordt nu naarstig gezocht naar de allereerste wederhelft. Na bestudering van het mannelijk geslachtschromosoom meldden Franse onderzoekers onlangs het eerste resultaat: ‘Adam’ was een pygmee, en leefde tweehonderdduizend jaar geleden in de Centraalafrikaanse Republiek. Anderen vinden het nog veel te vroeg voor een dergelijke conclusie.

IN 1987 DEED DE Amerikaanse onderzoeker Allan Wilson een opzienbarende mededeling. Dankzij nauwgezette studie van DNA-moleculen uit cellen van mensen over de hele wereld, had hij de allereerste menselijke vrouw, ‘de moeder van alle mensen’, getraceerd. De vrouw, al snel ‘Eva’ gedoopt, zou ongeveer tweehonderdduizend jaar geleden hebben geleefd, pal ten zuiden van de Afrikaanse Sahara.

Die aankondiging kon niet lang zonder vervolg blijven. Verschillende onderzoekteams proberen sindsdien uit alle macht om de prehistorische Eva wat gezelschap te geven: zij speuren naar de allereerste menselijke man – Adam.

Kortgeleden meldde een team uit Parijs het vraagstuk te hebben opgelost. Ook Adam zou tweehonderdduizend jaar geleden hebben geleefd, diep in de jungle van wat nu de Centraalafrikaanse Republiek heet en het meest hebben geleken op de huidige Aka-pygmeeën.

Collega-onderzoekers reageren nog uiterst sceptisch op de bekendmaking. Naar eigen zeggen niet uit jaloezie, maar omdat de Fransen zich baseren op weinig overtuigende gegevens.

Mitochondriën

Wilson baseerde zijn ontdekking van Eva op verschillen in het kleine beetje DNA in menselijke ‘mitochondriën’, kleine ‘orgaantjes’ in de cel die een belangrijke rol spelen in de energievoorziening. De mitochondriën in de eicel van de moeder vermenigvuldigen zich na de bevruchting verder in de cellen van het kind. Omdat de spermacel van de vader geen celvloeistof bevat, heeft hij geen invloed op de samenstelling van het mitochondriale DNA. Mitochondriën worden dus uitsluitend via vrouwen doorgegeven naar nieuwe generaties. Wanneer niet regelmatig spontane kleine veranderingen in DNA zouden optreden – mutaties – zou het er vandaag de dag precies zo uitzien als in de allereerste vrouw.

Maar toevallige mutaties treden wel degelijk voortdurend op. Daardoor ontstaan in de loop van de tijd verschillen bevolkingsgroepen. Hoe langer geleden de ‘stamboom’ van twee groepen uiteenging, hoe meer verschillen in het van de mitochondriën zullen zijn terug te vinden.

Wilson bepaalde de exacte code op het DNA van mensen uit Afrika, Azië, Europa en het Midden-Oosten. Aan de hand van de gevonden verschillen reconstrueerde hij de menselijke stamboom, en concludeerde dat de vrouw uit wie alle mitochondriën afkomstig zijn in Afrika leefde. Omdat volgens hem de mutaties in een vast tempo optreden, gebruikte hij het DNA zelfs als een ‘moleculaire klok’. Zo berekende hij dat Eva tussen de honderd- en tweehonderdduizend jaar geleden rondliep.

Y-chromosoom

Niet iedereen was direct overtuigd van de juistheid van Wilsons conclusies. Er leek maar één manier om aan die twijfel een einde te maken: het vinden van de allereerste man. Logischerwijs zou de mannelijke afstammingslijn immers bij benadering moeten samenvallen met die van de vrouw, en zou de uiteindelijke Adam in dezelfde periode en in hetzelfde gebied geleefd moeten hebben.

Om de stamboom van de man te ontrafelen, moest men op zoek naar een stuk DNA dat niet via vrouwen, maar juist via mannen wordt doorgegeven. De enige kandidaat voor die rol was het mannelijke geslachtschromosoom, bij de mens het Y-chromosoom genoemd.

Elke menselijke celkern bevat drieëntwintig paren chromosomen – eiwitstructuren met daarin de eindeloos lange DNA-moleculen met gecodeerde erfelijke informatie. De twee geslachtschromosomen vormen samen het drieëntwintigste paar. Wanneer een van de twee het Y-chromosoom is, groeit het nieuwe mensje uit tot een man; wanneer beide X-chromosomen zijn, wordt het een vrouw. Vrouwen hebben dus geen Y-chromosoom, zodat het allereerste exemplaar zich alleen via mannen tot op de dag van vandaag heeft kunnen handhaven.

In tegenstelling tot het X-chromosoom is het Y-chromosoom eigenlijk nauwelijks volwaardig te noemen. In plaats van vele duizenden bevat het maar enkele nuttige genen – tot nu toe zijn er nog maar drie geïdentificeerd. Het grootste deel van het Y-chromosoom bevat niet meer dan een betekenisloze DNA-staart. Toevallige kleine veranderingen daarin hebben dan ook zelden invloed op het nageslacht, en worden daardoor niet ‘weggeselecteerd’ in de strijd om het bestaan. Dat is dan ook de reden dat die staart in de speurtocht naar de allereerste man dezelfde rol zou kunnen vervullen als die het mitochondriale DNA speelde bij de vondst van de allereerste vrouw. Hoe eerder in de geschiedenis twee groepen mensen het contact hebben verloren, hoe meer verschillende mutaties er op de staart van hun Y-chromosoom terug te vinden moeten zijn. En andersom: hoe meer de DNA-staarten op elkaar lijken, hoe groter de verwantschap tussen de twee groepen is.

Een aantal onderzoekers is daarom driftig op zoek naar kleine verschillen op het Y-chromosoom van mannen uit veraf gelegen gebieden. Hoe meer verschillen zij vinden hoe liever, want voor het reconstrueren van een redelijk betrouwbare stamboom zijn veel aanwijzingen nodig.

Uitpluizen

Tot nu toe zijn er twee methoden beschikbaar om Verschillen tussen Y-chromosomen op het spoor te komen. De eerste is het meest nauwkeurig, maar tegelijk ook nogal tijdrovend: het uitpluizen van de exacte code op lange stukken van het DNA-molecule. Op deze manier vergeleek een groep Amerikaanse onderzoekers inmiddels een stuk DNA ter lengte van drieduizend baseparen bij mannen afkomstig uit Afrika en Europa. De groep vond verschillen, maar nog volstrekt onvoldoende om een fatsoenlijke stamboom op te stellen.

Een andere groep had nog minder geluk: men vergeleek een stuk DNA van achthonderd baseparen in mannen afkomstig uit zestien gebieden, maar vond geen enkel verschil. Ze geloven echter niet dat in al die duizenden jaren geen mutaties zijn opgetreden. Ze verklaren de opmerkelijke overeenkomst daarom met een ‘Dzjenghis Khan-effect’: een kleine troep krijgers uit één land, die moordend en verkrachtend door grote delen van de wereld trekt, zou in één klap de opgebouwde variatie van vele eeuwen weer hebben tenietgedaan.

Radioactief

De tweede methode om verschillen op het Y-chromosoom op te sporen, werkt sneller maar biedt minder zekerheid. De onderzoekers fabriceren een aantal kleine stukjes radioactief DNA. Wanneer die in contact worden gebracht met DNA uit het Y-chromosoom, hechten ze alleen aan DNA-gedeelten die precies dezelfde code bevatten. Door dezelfde stukjes DNA los te laten op het erfelijk materiaal van mannen uit verschillende delen van de wereld, kunnen eventuele verschillen snel worden aangetoond.

Een Britse onderzoeksgroep vond op deze manier tot nu toe maar één verschil tussen het Y-chromosoom van Afrikaners en niet-Afrikaners. Heel voorzichtig trekken zij daaruit de conclusie dat onze eerste voorvader in Afrika heeft gewoond.

Slechts één onderzoeker, de Fransman Gérard Lucotte, durft nu al een stuk verder te gaan. Met zijn radioactieve stukjes DNA kwam hij juist heel veel verschillen op het spoor. Zelfs zoveel, dat er een computerprogramma aan te pas moest komen om uit te rekenen welke stamboom die verschillen het beste kan verklaren, en welk ‘genetisch profiel’ paste bij de allereerste man.

Tot verrukking van Lucotte vertoonde dat genetische paspoort opvallende overeenkomsten met dat van de Aka-pygmeeën in het zuiden van het Afrikaanse continent. “Het is opmerkelijk”, verklaarde hij tegenover het Amerikaanse weekblad Science, “dat pygmeeën, van wie al werd aangenomen dat het samen met de Zuidafrikaanse bosjesmannen de eerste bewoners van Afrika zijn geweest, precies die genetische kenmerken hebben die volgens onze berekeningen toebehoren aan de allereerste man”.

Lucotte is dan ook overtuigd van de juistheid van zijn conclusie: ‘Adam’ was een pygmee, die net als ‘Eva’ tweehonderdduizend jaar geleden leefde.

Kritiek

Voorlopig ontmoet hij echter veel kritiek. Collega’s vinden dat zonder de ontrafeling van de exacte genetische code vergaande conclusies niet gerechtvaardigd zijn. Met de methode van Lucotte zouden ‘verschillen’ worden opgespoord, zonder dat bekend is waar die zich bevinden, laat staan dat bewezen is dat het om dezelfde plaats op het DNA gaat. Ook merken ze op dat Lucotte geen aanwijzingen heeft voor de periode waarin zijn ‘Adam’ leefde: hij heeft zijn eerste man gewoon in dezelfde tijd geplaatst als de reeds gevonden ‘Eva.

Bovendien, zeggen anderen, hebben antropologen op basis van fossiele resten weliswaar gewezen op pygmeeën als vroegste bewoners van Afrika, maar volgens hun gegevens woonden die in de buurt van het huidige Ethiopië – duizenden kilometers oostwaarts van de omgeving waar de Aka-pygmeeën leven.

Voorlopig zijn er dus nog vraagtekens te over. De definitieve ontdekking van het allereerste bruidspaar zal moeten wachten op de volledige ontrafeling van het Y-chromosoom.

Related Posts