Het Utrechtse College van Bestuur heeft een procedure ontwikkeld, waarlangs facultaire dierexperimenten-commissies in de toekomst het gebruik van proefdieren in onderzoek en onderwijs moeten controleren.
Centraal dient daarbij te staan Vermindering, Vervanging en Verfijning van dierproeven.
De facultaire commissies zullen naast wetenschappelijke ook ethische vragen bij hun beoordeling moeten betrekken, zoals de gevolgen van het experiment voor het welzijn van het dier. De Utrechtse hoogleraar Proefdierkunde prof. Van Zutphen ziet positieve kanten aan de concept-richtlijnen, ’’vooral omdat dierproeven voortaan niet meer alleen op wetenschappelijke normen zullen worden getoetst.”
De Utrechtse Universiteit is een van de grootste gebruikers van proefdieren in Nederland: jaarlijks vinden zo’n 85.000 dieren er de dood, circa een kwart van het totale Nederlandse gebruik op Universiteiten.