Menu Close

Cursus Proefdiergebruik komt traag van de grond

Nieuwe wet stelt cursus verplicht

Sinds juni van dit jaar mogen onderzoekers geen dierexperimenteel onderzoek meer doen als ze niet over de vereiste papieren beschikken. Die papieren kunnen worden verdiend door een cursus Proefdierkunde te volgen.
Maar in Groningen zijn de voorbereidingen voor zo’n cursus nog niet eens begonnen. ”Er heerst nog steeds een bestuurlijke leemte.”

De nieuwe Wet op de Dierproeven bepaalt dat het ’’verboden is dierproeven uit te voeren tenzij de wijze van uitvoering van de proef is bepaald door een persoon die voldoet aan bepaalde eisen van deskundigheid.” Ofwel in gewoon Nederlands: Een dierexperiment moet onder leiding staan van iemand die beschikt over een doctoraalexamen Biologie, Medicijnen of Farmacie, én bovendien een door de Minister goedgekeurde cursus Proefdierkunde heeft gevolgd. Dat geldt niet alleen voor hoogleraren, maar ook voor wetenschappelijk medewerkers, inclusief Assistenten In Opleiding (AIO’s).

De regeling is officieel ingegaan in juni 1986. Iedereen die voor die datum al dierproeven deed valt onder het generaal pardon, en is dus automatisch artikel-9-functionaris.

Kopen

Voorlopig kunnen studenten die de cursus willen volgen in Groningen nog niet terecht; hij bestaat hier domweg nog niet.

Volgens Dr. J.M. Koolhaas, wetenschappelijk medewerker van de Biologische vakgroep Dierfysiologie, is dat vooral te wijten aan laks optreden van universitaire bestuurders op verschillende niveau’s: “Er heerst nog steeds een bestuurlijke leemte. Niemand heeft nog van overhand opdracht gekregen zo’n cursus te organiseren. En zonder zo’n opdracht kun je geen docenten aanzoeken.”

Dat wil echter niet zeggen dat er ondertussen helemaal niets is gebeurd. Vanuit Dierfysiologie is overleg gevoerd met drs. H. Dikken van het Centraal Proefdieren Laboratorium, de formele vergunninghouder voor alle dierproeven op de universiteit.

Samen kwamen zij tot de conclusie dat in Groningen in principe genoeg geschikt personeel en vereiste know-how aanwezig is om een dergelijke cursus te organiseren. Reden voor hen om wat terughoudend te reageren op het voorstel van de Utrechtse Universiteit, die wél een door de Minister goedgekeurde cursus klaar heeft: Voor 40.000 gulden (excl. reiskosten) per 20 studenten wilden de Utrechtenaren de cursus wel in Groningen komen geven.

Maar van dat idee is niet iedereen even gecharmeerd: Koolhaas: “Het zou toch waanzin zijn als Je onderwijs gaat kopen, terwijl je eigen personeel, wat het ook kan doen, gaat ontslaan. Want de vakgroepen waar het om gaat staan wel op inkrimpen.”

Tijdens overleg is echter gebleken dat de Utrechtenaren waarschijnlijk ook wel ‘bereid. zijn hun cursus door Groningse docenten te laten geven. Die cursus bevat een breed scala van onderwerpen: in 3 weken passeren zaken als Geschiedenis, Wetgeving, Voeding, Welzijn, Gezondheidsbewaking, Verdoving, Euthanasie, Ethische aspecten en Alternatieven voor dierproeven de revue. Daarnaast komen ook meer wetenschappelijke aspecten als Standaardisatie, Proefdierkeuze, en Statistische analyse aan de orde. In totaal omvat de cursus 40 à 45 uur college; en 4 à 5 dagen practisch werk.

De Utrechtse Universiteit is de enige in het land die beschikt over een vakgroep Proefdierkunde. De hoogleraar van die vakgroep, prof. dr. L.F.M. van Zutphen, bezit daardoor een unieke positie. “Hij kan min of meer de wet stellen. Stel dat wij bij de minister komen ter goedkeuring van een eigen cursus. Die stuurt het dan meteen door naar Utrecht. In Proefdierkundig Nederland heeft Van Zutphen alle touwtjes in handen. Op dit moment zijn we nog met handen en voeten aan hem gebonden. Maar het kan ook best zijn dat een cursus van ons Zich tot een zelfstandige cursus kan ontwikkelen”’ aldus Koolhaas.

Enige kritiek op de Utrechtse cursus is er overigens ook wel.

Zo wordt het althans bij Biologie moeilijk de cursus in het hele programma ik te passen, omdat hij voor die studenten op het niveau van eerstejaars zit. De biologie-propedeuse zit echter al overvol.

Maar ook om een andere reden zou Koolhaas liever zien dat de cursus wordt uitgesmeerd over het bestaande programma. “Ik heb bezwaar tegen het doen van dierproeven omwille ván het doen van dierproeven. Dat is voor mij een reden om althans het praktische gedeelte te integreren in het bestaande programma.

Dat zou echter wel betekenen dat de cursus, zoals hij door hen is opgezet, verknipt zou worden. Ik weet niet hoe ze daar tegenover staan. Daar zou ik dolgraag eens persoonlijk met Van Zutphen over willen spreken.”

Inhaaleffect

Voorlopig duurt het dus nog even voordat de eerste studenten met de cursus kunnen beginnen.

Koolhaas: “Ik hoop dat we begin volgend voorjaar kunnen gaan draaien, of anders direct na de zomer.” Extra reden voor haast is dat ook de mensen die ‘nu afstuderen de cursus in de toekomst nodig hebben. ’’Hoe langer we ermee wachten, hoe groter de achterstand wordt. Dat inhaaleffect wordt dan gigantisch”.

Op grond van nu bekende gegevens bij de verschillende faculteiten wordt het aantal studenten volgen geschat op 60 à 80. Dat is mede afhankelijk van de vraag of de nieuwe cursus in de praktijk gaan zal werken als een soort Dierproeven-bevoegdheid: iedereen die de mogelijkheid wil openhouden ooit nog dierexperimenteel werk te verrichten, kan de verplichte cursus misschien maar beter volgen.

Een van de grote te verwachten problemen bij het opzetten van een cursus zal zijn dat er studenten uit meerdere studierichtingen aan deel zullen nemen. Dat terwijl sommige studies, zoals biologie, een zogenaamd blokkensysteem kennen, terwijl bij medicijnen bijvoorbeeld de colleges verspreid over een semester worden gegeven. Het zal dan ook nog heel wat organisatie en overleg vergen als het groene licht van hogerhand eenmaal gegeven is.

Op dit moment laat dat groene licht in ieder geval nog even op zich wachten. En het is de vraag wanneer er weer vaart in het hele proces zal komen. Koolhaas, niet erg optimistisch: ’’De kwestie speelt al sinds februari. Maar het moet gewoon geregeld worden, punt uit. De tijd gaat dringen.”