Menu Close

Satellieten laten geen plekje onbespied

“Een luchtfoto van de binnenstad van Moskou? Die kunt u binnen een uur in huis hebben.” De commerciële satellietfoto rukt op. Zonder noemenswaardige beperkingen kan iedereen die maar wil betalen een kijkje nemen in de achtertuin van Gorbatsjov. De beelden worden steeds scherper, maar de rekening ook steeds hoger. De rijke landen profiteren – zoals gewoonlijk – het meest.

DE MEESTE NEDERLANDERS kennen de satelliet-foto van de reclame: een klikkend fototoestel kiekt eerst de hele aardbol, om daarna stap voor stap het beeld uit te vergroten tot het merkje van een bierdop op een strandstoel haarscherp in beeld komt. Voor sommigen zal het een teleurstelling zijn, voor anderen een geruststelling: de moderne techniek kan veel, maar zoveel nog niet.

Vorige maand werd vanaf een basis in Frans Guyana de modernste satelliet voor burgerdoeleinden tot nu toe de ruimte ingeschoten. Als alles goed gaat, zal die binnen een paar weken de eerste foto’s leveren, waarop voorwerpen ter grootte van 5 bij 5 meter afzonderlijk te zien zijn.

Er zijn twee soorten fotograferende satellieten. In de eerste groep zit bij voorbeeld de weersatelliet. Die hangt voortdurend boven dezelfde plek op aarde om stormdepressies als die van vorige week continu te kunnen volgen. Daarvoor moet de satelliet precies even hard om de aardas draaien «s de aarde zelf, op een hoogte van 36 000 kilometer boven het aardoppervlak.

De tweede groep satellieten begeeft zich veel minder ver van huis. Op een hoogte van ‘slechts’ zeven- tot achthonderd kilometer scheren zij met snelheden tot 26.000 kilometer per uur in een baan om de aarde.

Waterpartijen

Het maken van een satellietfoto berust op hetzelfde principe als het maken van een gewone foto: licht dat op een oppervlak valt, wordt voor een deel teruggekaatst en het gereflecteerde licht kan door een camera opgevangen worden. Op satellietfoto’s zijn waterpartijen bij voorbeeld donker, omdat ze bijna alle licht opslokken. Rivieren en kanalen zijn dan ook beter te zien dan wegen of spoorlijnen. De sneeuw van de Alpen en de zandstranden van de Noordzee kaatsen bijna al het licht terug en worden zichtbaar als lichte vlekken.

Kleinere kleurverschillen zijn echter zeker zo belangrijk. Die maken onderscheid mogelijk tussen bossen en kale vlakten, of tussen woonwijken en akkerbouw-gebieden. Het is zelfs mogelijk te zien of op de akkers tarwe, mais, gerst of rogge wordt verbouwd, en of het gewas al bijna aan de oogst toe is. Bosbouwers kunnen zien welke stukken bos nog gezond zijn, en welke stukken door zure regen aangetast.

Het zijn juist deze subtiele patronen die satellietfoto’s zo belangrijk maken voor bij voorbeeld geologen, landbouwkundigen en milieukundigen.

Bij satellietfoto’s wordt ook licht gebruikt dat voor mensen niet waarneembaar is: infrarood. Dat levert meestal extra informatie op. Daarnaast is het resultaat van een satellietfoto in eerste instantie niet een film, maar een computerband vol cijfers. Pas nadat die is bewerkt, wordt het eigenlijke plaatje zichtbaar.

Tot de bekendste satelliet-camera’s behoort de Amerikaanse Landsat-5, die in 1984 werd gelanceerd. Zijn foto’s sieren intussen menige wand en Atlas. De Landsat-5 kon voorwerpen onderscheiden van 30 bij 30 meter. Dat maakte hem minder beschikt voor het gebruik door cartografen, omdat de gemiddelde spoorlijn of verkeersweg nu eenmaal minder dan dertig meter breed is.

In 1986 mengden Frankrijk, België en Zweden zich in de concurrentieslag met de lancering van de eerste SPOT-satelliet. Elke honderd minuten voltooit die op 830 kilometer hoogte een baan om de aarde, die loopt over beide polen. Elke 26 dagen begint hij aan een nieuwe cyclus waarin ieder punt op aarde aan de beurt komt.

De twee camera’s van SPOT-1 fotograferen per keer beide een gebied van 60 bij 60 kilometer. De beelden worden direct – of bij de eerstvolgende passage van het grondstation in het Zweedse Kiruna – overgeseind. Ten opzichte van de Landsat-5 had de SPOT-satelliet een paar grote voordelen. Ten eerste kon hij structuren waarnemen van 10 bij 10 meter, een doorbraak bij het in kaart brengen van wegen en spoorlijnen. Daarnaast kon hij met behulp van spiegels niet alleen recht naar beneden, maar ook ruim 400 kilometer ‘opzijkijken’. Wanneer de satelliet hetzelfde gebied twee tot drie dagen na de eerste overkomst een stukje verderop weer passeert, kan – weliswaar onder een andere hoek – toch weer een nieuwe foto gemaakt worden. Zo kunnen ook driedimensionale beelden worden geconstrueerd.

De nu gelanceerde SPOT-2 vervangt SPOT-1, en kan dankzij 650 kilogram elektronica nog scherpere foto’s dan zijn voorganger afleveren.

Big business

De belangstelling voor satellietfotografie neemt snel toe, en daarmee stijgen ook de prijzen. Gingen de eerste Landsat-beelden ooit bijna voor niets van de hand, tegenwoordig is de verkoop van satellietfoto’s big business geworden. De omzet van SPOT-1 bedroeg vorig jaar ruim veertig miljoen gulden. Los van dat geld zijn aan het maken van satellietfoto’s geen beperkingen verbonden. Een opname van de binnenstad van Moskou is uit voorraad leverbaar, zo verzekert mede-oprichter Robert Kersbergen van Robas, het bedrijf dat de verkoop van SPOT-foto’s in Nederland regelt. Zo’n uit voorraad leverbare foto kost enkele honderden guldens. Voor een speciaal te maken en te bewerken plaat moet echter al gauw meer dan 10.000 gulden neergeteld worden.

Het gevaar van deze toenemende commercialisering is dat steeds meer kennis over het aardoppervlak in handen komt van steeds minder mensen. Nu al vormen de hoge kosten een grote barrière voor ontwikkelingslanden die willen weten hoe de koffie-oogst erbij staat in een ontoegankelijk en afgelegen landsdeel.

Voorlopig is 95 procent van de foto’s nog bestemd voor wetenschappelijke doeleinden. Ontwikkelingslanden moeten het doen met de geruststelling dat de grote interesse van Westerse landen voor foto’s van hun grondgebied, uiteindelijk ook aan hen ten goede zal komen.

Ter gelegenheid van de lancering SPOT-2 is er van 14 maart t/m 6 april 1990 een expositie van satellietfoto’s in het Maison Descartes, Vijzelgracht 2, Amsterdam.

Related Posts