De overheid moet bij uitbraken van besmettelijke ziekten weer de bevoegdheid hebben gezonde burgers gedwongen in quarantaine te plaatsen. De huidige Infectieziektewet, die alleen gedwongen isolatie mogelijk maakt van mensen die al ziek zijn, schiet bij aandoeningen als SARS tekort. Dat schrijft minister Hoogervorst (Volksgezondheid) in een wijzigingsvoorstel aan de Tweede Kamer.
De huidige Infectieziektewet en de Quarantainewet geven burgemeesters de mogelijkheid burgers onder dwang in ziekenhuizen te isoleren, maar alleen als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat ze aan een ernstige besmettelijke ziekte lijden. Die omschrijving, vindt de minister, ontbeert de mogelijkheid om mensen tot quarantaine te dwingen die in aanraking zijn geweest met pokken- of sarsvirus maar nog geen ziekteverschijnselen vertonen.
Dit voorjaar stuurde de minister een wijzigingsvoorstel naar de Kamer waarin alleen voor pokken de mogelijkheid van gedwongen quarantaine van nog gezonde burgers mogelijk werd. Nu is dat uitgebreid voor alle andere `ernstige infectieziekten met een groot dodelijk risico en besmettelijkheid’.
De nieuwe wet zou gemeentelijke gezondheidsdiensten de optie geven om, onder dreiging van onmiddellijke arrestatie en tot vier jaar gevangenisstraf, nog gezonde mensen die in contact zijn geweest met vermoedelijke patiënten op te sluiten in quarantainecentra. Ook zouden maatregelen kunnen worden toegepast als huisarrest, de verplichting zich te onderwerpen aan medisch toezicht en een verbod thuis bezoek te ontvangen.
Aanpassing van de wet is in veel opzichten een terugkeer naar de situatie zoals die gold tot begin 1999. Toen werden vrijwel alle potentiële dwangmaatregelen uit de nieuwe Infectieziektewet geschrapt.
Quarantaine is mogelijk bij uitbraken van pokken, polio, sars en ruim twintig andere besmettelijke ziekten die gemeld moeten worden, zoals cholera, difterie, hondsdolheid, mazelen en tuberculose. Volgens de minister heeft de wetgever zich in 1999 door de medische vooruitgang ten onrechte laten verleiden tot grotere terughoudendheid.
“Gemeend werd dat het accent in de wetgeving enigszins kon verschuiven van de bescherming van de bevolking naar de grondrechten van de persoon bij wie een infectieziekte wordt vermoed of vastgesteld,” aldus de minister in zijn toelichting bij de nota. Maar door de dreiging van bioterrorisme en de uitbraak van sars eerder dit jaar heeft “de wetgever de zaken toen mogelijk te optimistisch beoordeeld.”
De behoefte aan extra dwangmaatregelen kwam afgelopen jaar naar boven tijdens het opstellen van gedetailleerde draaiboeken tegen mogelijke uitbraken van pokken en sars. Volgens de opsteller van de draaiboeken, de Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziekten (LCI), is snelle opsporing en afzondering van alle contacten van vermoedelijke patiënten de enige manier om zulke uitbraken in de kiem te smoren.
Op één punt laat het voorstel van Hoogervorst de huidige wet intact: dwangmaatregelen moeten binnen enkele dagen worden getoetst door een onafhankelijke rechter. Weglating van die eis zou de wet strijdig maken met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De plicht om elke afgezonderde patiënt onmiddellijk een advocaat toe te wijzen, zou voor ernstige uitbraken echter worden geschrapt. De meeste Nederlanders zouden een verzoek tot afzondering vrijwillig opvolgen, vermoeden epidemiologen. Maar voor de kleine groep weigeraars “moet je de sterke arm achter de hand hebben”, zegt directeur Roel Coutinho van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst in Amsterdam.
Coutinho is blij met het wetsvoorstel, omdat het een zijns inziens overdreven nadruk op individuele rechten zou corrigeren. Tegelijk erkent de epidemioloog dat hij, noch zijn collega’s, voor 1999 hebben gewaarschuwd dat nieuwe dodelijke infectieziekten Nederland kunnen treffen. Gezondheidsjurist Jos Dute van de Universiteit Maastricht en een belangrijke architect van de huidige wet, noemt het nieuwe wetsvoorstel echter ‘paniekvoetbal’. “Járen hebben we over de huidige wet nagedacht en gepraat,” zegt Dute teleurgesteld. “Eindelijk hadden we een wet die óók in bedreigende situaties oog houdt voor de positie van het individu. Dan ga je toch niet op een achternamiddag even alle geschrapte bepalingen recyclen?”

