Amerika laat zich preventief inenten tegen pokken — met alle levensbedreigende risico’s van dien.

Het kostte de Amerikaanse president een half jaar om de knoop door te hakken: is de dreiging van een aanval met pokken zó groot dat de grootscheepse vaccinatie tegen het virus na vijfentwintig jaar moet worden hervat?
Nee, meenden deskundigen die de president doorgaans adviseren over vaccinatiecampagnes: tegenover de ‘kleine’ kans van een catastrofale aanval met pokken staat immers de zekerheid van tientallen dodelijke slachtoffers van het pokkenvaccin — om maar te zwijgen van de honderden die voor het leven verminkt zouden blijven.
Ja, meenden experts die Amerika’s kwetsbaarheid op ten minste één punt willen wegnemen. De inlichtingendienst CIA vermoedt dat Irak en Noord-Korea pokken in voorraad hebben, en een sluwe aanval op Amerikaans grondgebied zou zorgen voor vele duizenden doden en wereldwijde paniek.
Gisteren maakte president Bush zijn beslissing bekend: kort voor een mogelijke oorlog tegen Irak verkiest hij het zekere boven het onzekere. Binnenkort beginnen de Verenigde Staten met de vaccinatie van honderdduizenden soldaten, medische hulpverleners en ziekenhuismedewerkers. Zodra er genoeg goedgekeurd vaccin is, ergens in 2004, zal elke Amerikaan zich met een pokkenprik kunnen beschermen.
Dat Bush zo lang heeft getobd, is begrijpelijk: sinds de succesvolle poging om pokken wereldwijd uit te roeien, begin jaren zeventig, zijn de meeste mensen vergeten dat pokkenvaccinatie geen pretje was.
Inenting met het ‘pokkenvaccin’ is in feite niets anders dan een moedwillige besmetting met Vaccinia, een achterneefje van het pokkenvirus dat beter op koeien dan op mensen gedijt. Zo’n koepokinfectie verloopt meestal vrij mild: er vormt zich een kleine blaar die na uitdroging spontaan loslaat en een littekentje nalaat. Nog jaren lang blijft de ‘patiënt’ immuun voor Vaccinia én zijn gevaarlijke neefje Variola, het pokkenvirus. (Hoeveel jaren is niet precies duidelijk. Sommigen schatten tien, maar virusonderzoekers krijgen voor de zekerheid elke drie jaar een prik. Dertigplussers, die als kind nog gevaccineerd zijn, mogen in elk geval weinig bescherming verwachten van het vlekje op hun arm.)
Bij een deel van de gevaccineerden verloopt een infectie met koepokken echter alles behalve mild. Door krabben kunnen de hevig jeukende blaren per ongeluk worden verspreid naar andere lichaamsdelen, zoals oogleden, neus, mond of geslachtsdelen. Via het bloed, en bij eczeempatiënten ook over de huid, breiden de blaren zich soms spontaan over het lichaam uit. Bij een verminderde weerstand kan de infectie totaal uit de hand lopen. Ledematen kunnen afsterven door ontstekingen die bacteriën vrij spel geven. Als het virus de hersenen bereikt, kan de schade leiden tot blijvende invaliditeit of zelfs de dood.
Natuurlijk kunnen degenen met een verhoogd risico, zoals zwangere vrouwen, HIV-geïnfecteerden, eczeempatiënten en kankerpatiënten, zoveel mogelijk van vaccinatie worden uitgesloten. Maar screening is nooit perfect, en als het misgaat, staan artsen tamelijk machteloos. Ze kunnen proberen in te grijpen met antistoffen van andere gevaccineerden, maar tegen hersenontstekingen werkt dat in elk geval niet. Ze kunnen ook antivirale middelen inzetten, maar niemand weet of die werken.
De statistieken lopen uiteen, en de omstandigheden van dertig, veertig jaar terug zijn moeilijk te vergelijken. Maar als de ervaringen uit het verleden maatgevend blijken, dan moeten vooral jonge, niet eerder gevaccineerde Amerikanen zich schrap zetten. (Voor wie ooit een prik heeft gehad, is het risico ongeveer tien keer zo klein.)
Op tien miljoen gevaccineerden, voorspellen de cijfers, zullen ruim drie miljoen zich zo beroerd voelen dat ze minstens één dag in bed blijven; tienduizend krijgen dermate hevige bijwerkingen dat medische hulp geboden is. Honderdvijftig tot vijfhonderd zullen levensbedreigend ziek worden, sommigen met permanente gezondheidsschade als gevolg; tien tot twintig zullen uiteindelijk aan hun pokkenprik overlijden.
Geen wonder dus dat Vaccinia bekend staat als het meest riskante vaccin. Geen wonder ook dat het Amerikaanse Congres vorige maand een wet aannam die de fabrikant en de toedieners van pokkenvaccins vrijwaren van schadeclaims. En geen wonder dat de Nederlandse regering zich vooralsnog voorzichtig opstelt.
Het ministerie van Volksgezondheid heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 16 miljoen doses vaccin laten maken, maar houdt die op advies van deskundigen in de kast. Enkele tientallen RIVM-medewerkers en wetenschappelijk onderzoekers zijn vanwege hun werk altijd al tegen pokken beschermd, en hun aantal zal pas worden uitgebreid als de ziekte echt ergens uitbreekt. Als de nood aan de man komt, denken de meeste Nederlandse deskundigen, is ons land klein genoeg om zo nodig elke inwoner binnen een dag of vijf in te enten.
In de tussentijd hopen onderzoekers vooruitgang te boeken met vaccins die de zaak een stuk eenvoudiger zouden maken: verzwakte Vaccinia-virussen, die bij de mens géén agressieve infecties veroorzaken, maar wél zorgen voor immuniteit tegen pokken. Volgens sommige onderzoekers bestaat dat vaccin al, in de vorm van een stam die MVA (Modified Vaccinia Ankara) heet. Maar bij afwezigheid van een pokkenuitbraak kan niemand bewijzen dat ze echt werken.
Waarom worden Amerikanen wel en Nederlanders niet gevaccineerd? Uiteindelijk, beamen Nederlandse deskundigen, berust het besluit maar op één ding: de ‘perceptie van de dreiging’ van een pokkenuitbraak. Bevoegde instanties, verzekert de Rotterdamse viroloog Ab Osterhaus een tikje geheimzinnig, ervaren die dreiging op dit moment in Nederland als niet groot. ‘Minder groot in elk geval dan in een land dat zich nu al in oorlog voelt.’
**
De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) verzamelden voorbeelden van ernstige bijwerkingen onder ontvangers van het pokkenvaccin.