Menu Close

Supreme Court snuffelt aan grotere openheid

Advocatenblad, april 2003

“Oyez, oyez, oyez. All persons having business before the honorable, the Supreme Court of the United States, are admonished to draw near and give their attention, for the Court is now sitting. God save the United States and this honorable Court.”

Zo begon vorige week een historische zitting van het Supreme Court van de Amerikaanse federatie in Washington. Historisch niet eens zozeer vanwege het belang van de zaak die werd beargumenteerd, maar vanwege het feit dat de hele wereld enkele uren later vanachter het eigen bureau kon meeluisteren hoe de negen opperrechters de strijdende partijen twee uur lang het vuur dicht aan de schenen legden.

Het was, om precies te zijn, de twééde keer in de geschiedenis dat het hoogste Amerikaanse rechtscollege audiovisuele media vrij toegang gaf tot zulke geluidsopnamen. Het gerechtshof besloot hiertoe, aldus een summiere verklaring, vanwege de ‘publieke belangstelling voor de zaak’, die draaide om de vraag of Amerikaanse top-universiteiten bij de selectie van studenten sommige etnische groepen mogen bevoordelen. Maar de eerste keer betrof ook wel een héél bijzonder geval: de zaak Bush vs. Gore, waarin de operrechters uiteindelijk met juridisch geweld een eind zouden maken aan een hertelling van stemmen in de staat Florida.

Tot nu toe heeft het Supreme Court zich altijd zeer huiverig getoond voor het toelaten van microfoons of camera’s in zijn imposante rechtszaal — een voor Amerikaanse begrippen opmerkelijke neiging het werk van een overheidsinstantie besloten te houden. Klemmende verzoeken van televisiestations om belangrijke hoorzittingen live in de huiskamer te kunnen brengen, zijn steevast en resoluut afgewezen.

Geluidsopnamen, foto’s en filmbeelden, is de gedachte, doen afbreuk aan de bijna mythische status die het Supreme Court geniet. En naast de Grondwet is het juist deze mythologie, aldus de redenering, die het hof zijn verbazing wekkende overtuigingskracht geeft. Niet zelden in de Amerikaanse geschiedenis hadden de opperrechters het laatste woord in kwesties die het land ten diepste verscheurden — en vrijwel altijd legden de verliezers zich, zij het soms morrend, bij hun meerderheidsuitspraak neer.

Normaal gesproken stelt het hof na enkele weken alleen transcripten van zijn hoorzittingen beschikbaar. (Dat ze daarbij wel degelijk met hun tijd meegaan, bewijzen de opperrechters door die tegenwoordig ook via internet te verspreiden.) In die transcripten is echter niet meer te achterhalen welke rechter welke slimme of venijnige vraag heeft gesteld — een ernstige handicap voor hen die het college op de voet willen volgen, en voor wie de vragen en opmerkingen van individuele rechters juist belangrijke bronnen vormen.

Voor allen die de publieke tribune van het statige gerechtsgebouw in Washington te ver van huis vinden, bieden de vrijgegeven geluidsbanden dus een unieke mogelijkheid de operrechters in actie te horen.

Het oral argument vormt een klein maar cruciaal onderdeel in de behandeling van de circa zeventig zaken die het Supreme Court jaarlijks accepteert. Tegenwoordig is het vaak zelfs het enige moment in de procedure waarop de negen opperrechters zich in elkaars aanwezigheid over een zaak buigen, in plaats van ieder vanuit de eigen studeerkamer.

In lang vervlogen jaren kon de `mondelinge discussie’ in een zaak dagen in beslag nemen. Dezer dagen is de bijeenkomst juist een lichtend voorbeeld van de kracht van de beperking. Hoe ingewikkeld en belangrijk ook de voorliggende kwestie, de twee partijen krijgen ieder precies dertig minuten en geen seconde meer; op dat moment gaat op hun lessenaar een rode lamp branden, en wordt hun betoog zonodig halverwege een zin afgehamerd. Wanneer meerdere raadslieden pleiten voor één kant in de zaak, moeten zij het halve uur delen.

Niet dat de raadslieden overigens veel gelegenheid krijgen een samenhangend betoog op te bouwen; gezien de beschikbare tijd tonen de opperrechters weinig geduld. In weerwil van de statige omgeving worden pleidooien voortdurend nogal ruw onderbroken door vragen, meestal middenin een zin van de advocaat, soms zelfs al na de eerste drie woorden. Veel vragen dienen om een voor een rechter cruciaal punt uit te diepen. Andere zijn duidelijk bedoeld om de raadsman met een hypothetisch voorbeeld een doodlopende steeg in te lokken waaruit geen ontsnapping meer mogelijk is. Bij weer andere vragen is de advocaat in feite niet meer dan meewerkend voorwerp, omdat via hem in feite een collega-rechter van repliek wordt gediend — officieel worden de opperrechters geacht niet met elkaar in debat te gaan. Het resultaat is een levendig debat op het scherpst van de snede, dat een goed inkijkje geeft in de redeneringen die de rechters uiteindelijk in hun geschreven opinies zullen volgen.

De bereidheid de discussie over actuele rechtsvragen de vrije loop te laten, en bij vlagen het karakter te geven van een intellectuele worstelpartij, versterken het beeld van een juridische macht die in het hart van de samenleving staat. Zelfs zonder geluidsopnamen dragen ze ertoe bij dat uitspraken van het hoogste rechtscollege regelmatig te vinden zijn in massamedia.

Misschien dat het Supreme Court, na voor de tweede keer voorzichtig zijn teen in het audiovisuele badwater te hebben gestoken, binnenkort geheel kopje onder durft te gaan. En misschien dat dit voorbeeld vervolgens breed navolging zal vinden.

Opnamen van de recente zittingen (Grutter v. Bollinger en Gratz v. Bollinger) zijn onder meer te beluisteren via het Oyez-project.

Related Posts