Menu Close

Operatie vuile handen

SALT LAKE CITY — Een kwart van de Nederlandse ziekenhuis-uitbraken van meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) was te vermijden geweest wanneer artsen en verzorgers de hygiënevoorschriften goed hadden nageleefd. In de helft van de uitbraken raakt ziekenhuispersoneel, ondanks strenge procedures die de overdracht van multiresistente bacteriën moeten voorkomen, tóch geïnfecteerd na contact met besmette patiënten.

Dat concluderen onderzoekers van het Eijkman-Winkler-centrum voor Microbiologie van de Universiteit Utrecht na systematische bestudering van alle 17 MRSA-uitbraken die sinds 1992 optraden in het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. In ziekenhuizen waar MRSA-uitbraken frequenter voorkomen, vermoeden de onderzoekers, zal de rol van het personeel in de verspreiding nog groter zijn.

De uitkomsten van de tienjaars-evaluatie werden onlangs gepresenteerd op een congres van microbiologen in Salt Lake City.

Volgens arts-microbioloog Ellen Mascini, een van de onderzoekers, onderstrepen de conclusies het grote belang van maatregelen om de overdracht van MRSA tussen patiënten en ziekenhuispersoneel te voorkomen. Het gebeurt nog te vaak, aldus Mascini, dat personeel zich onttrekt aan screening op de multiresistente bacterie — wellicht vooral uit onwetendheid.

Meticilline-resistente stafylokokken zijn bestand tegen bijna alle gebruikelijke antibiotica. Patiënten die geïnfecteerd zijn met de MRSA-bacterie kunnen alleen nog met het antibioticum vancomycine effectief worden behandeld. Wanneer ook die laatste verdedigingslinie zou wegvallen, worden de infecties in feite onbehandelbaar. Om te voorkomen dat dit worst-case-scenario werkelijkheid wordt, voeren ziekenhuizen een beleid om sporadische MRSA-uitbraken tot het uiterste in te perken.

In Nederlandse ziekenhuizen is gemiddeld 1 op de 200 aangetroffen stammen Staphylococcus aureus resistent tegen meticilline. In andere landen, waaronder veel populaire vakantiebestemmingen, ligt het percentage hoger, tot meer dan vijftig procent. Uit voorzorg hoort daarom elke patiënt uit een buitenlands ziekenhuis bij terugkeer in Nederland volstrekt geïsoleerd te worden verpleegd, totdat testen uitwijzen dat hij geen MRSA bij zich draagt.

De isolatie omvat, naast aparte kamers, strenge hygiënische regels. In hun contacten met ‘verdachte’ patiënten moet het personeel een schort, een muts, een mond-neuskapje en handschoenen dragen. Na afloop moeten ze al deze attributen weggooien en de handen grondig desinfecteren. Ten slotte behoort men met wattenstaafjes monsters uit de eigen neus te nemen, waaruit vervolgens in het ziekenhuislaboratorium bacteriën worden opgekweekt. Blijkt zo’n test na enkele dagen positief voor MRSA, dan wordt de gehele afdeling onmiddellijk gesloten om verdere verspreiding tegen te gaan.

Van de 17 uitbraken die het UMC Utrecht in tien jaar kende, werden acht veroorzaakt doordat een patiënt een resistente bacterie uit het buitenland had meegenomen, stelden de onderzoekers vast. Twee uitbraken werden herleid tot artsen of verplegers die tevoren in een buitenlands ziekenhuis hadden gewerkt; nog eens twee ontstonden doordat in een ‘genezen’ verklaarde medewerker de infectie opnieuw de kop op stak.

Vijf uitbraken werden door onvolkomenheden in de screening te laat ontdekt om de bron nog te kunnen opsporen. In totaal troffen de onderzoekers tijdens de uitbraken bij 105 mensen een MRSA-besmetting aan — 58 ziekenhuismedewerkers en 47 patiënten. Verreweg de meeste patiënten raakten besmet in uitbraken die te laat aan het licht kwamen.

Volgens Mascini zullen ziekenhuizen de komende jaren nog meer dan nu tegen MRSA moeten waken dankzij de groeiende populariteit van ‘medisch toerisme’. Steeds meer patiënten combineren hun medische behandeling met een verblijf in het buitenland, soms om wachtlijsten in Nederland te ontlopen. Tegelijk neemt steeds meer medisch personeel een aantrekkelijk ‘vakantiebaantje’ in ziekenhuizen in Benidorm, Thailand of andere tropische oorden.

Uit het buitenland terugkerende artsen of verplegers verzwijgen soms hun reisgedrag, heeft Mascini ervaren, omdat ze bang zijn na een screening niet direct, of helemaal niet meer, aan het werk te mogen. Die angst is onterecht, meent de onderzoekster. `In afwachting van de kweekuitslag kunnen medewerkers gewoon blijven werken. Alleen als MRSA wordt aangetroffen moeten ze tijdelijk stoppen, terwijl de bacterie met neuszalf wordt bestreden. Minder dan één procent van alle gescreende UMC-medewerkers testte de afgelopen tien jaar na een buitenlands werkbezoek positief. En in al die tijd is het maar één keer voorgekomen dat een medewerker, als gevolg van een huidaandoening, definitief ander werk moest zoeken.’