Aantal stijgt, percentage niet
Tussen 1980 en 1990 promoveerden in ons land ongeveer 1300 vrouwen. Aan de meeste universiteiten is sprake van een duidelijk stijgende lijn: verdedigden in 1980 nog slechts 59 vrouwen een proefschrift, in 1989 was dat aantal fors opgelopen, tot hoven de 225.
Het aantal vrouwen nam dan wel toe, het percentage van hen onder alle gepromoveerden werd echter nauwelijks groter: ook onder de mannen werd flink veel meer gepromoveerd. Gemiddeld is ongeveer één op de tien promovendi van het vrouwelijk geslacht. Dat klemt, omdat onder studenten en afgestudeerden het percentage vrouwen bij de meeste studierichtingen wèl flink is gestegen, tot soms boven de vijftig procent.
Deze en andere gegevens zijn te lezen in de catalogus Gepromoveerde vrouwen in Nederland 1980–1990, die morgen in Den Haag wordt aangeboden aan M.J.H. Den Ouden-Dekkers, voorzitter van de Emancipatieraad.
Het inventariserende onderzoekje dat aan het boekje ten grondslag ligt, bracht nog meer opmerkelijk materiaal naar boven. Zo blijkt dat op universiteiten met een gering percentage vrouwelijke studenten een groter gedeelte van de vrouwelijke afgestudeerden besluit om ook te gaan promoveren. Aan de Technische Universiteit in Eindhoven bij voorbeeld is het aandeel van vrouwelijke promovendi (zes procent) vrijwel even groot – of klein – als het aandeel vrouwelijke afgestudeerden. Aan de Universiteit van Amsterdam daarentegen is weliswaar rond de 45 procent van de afgestudeerden een vrouw, maar nog slechts 19 procent van de promovendi.
De auteurs van het boekje spreken op grond van deze gegevens het vermoeden uit dat ‘vrouwen die erin slagen een studie af te ronden terwijl zij tijdens hun studiejaren één van de weinige vrouwen binnen een grote meerderheid van mannen zijn geweest, met alle barrières van dien, misschien sterker gemotiveerd zijn om door te gaan en ook te promoveren.’
Namen
Naast talloze grafiekjes en tabelletjes bevat het rapport ook de namen van vrijwel alle vrouwen die tussen 1980 en 1990 gepromoveerd zijn. De Stimuleringsgroep Emancipatie-onderzoek (STEO), die het boekje uitgeeft, zegt de afgelopen jaren regelmatig benaderd te zijn om namen van deskundige vrouwen voor werkzaamheden en functies op wetenschappelijk, beleidsmatig. politiek en bestuurlijk terrein. “Ons werd duidelijk dat er in Nederland vaak wordt gezocht naar deskundige vrouwen, maar dat ze vaak niet worden gevonden,” aldus STEO-voorzitter prof.dr J. Soetenhorst-de Savornin Lohman in een voorwoord. De nieuwe catalogus, zo hoopt zij, zal het zoekproces vergemakkelijken. “Personen en organisaties die vrouwen zoeken voor hogere functies, commissies of besturen kunnen dit boek gebruiken als wegwijzer.”
Of de initiatiefnemers in die opzet volledig zijn geslaagd moet echter betwijfeld worden. Een vrouwelijke deskundige kan volgens de gebruiksaanwijzing gevonden worden door onder de juiste sector een keus te maken uit de opgesomde promovendi en proefschrift-titels. Een voorbeeld: Onder de sector ‘Natuur en techniek’ staan, verdeeld over dertien universiteiten, de namen van 317 vrouwelijke doctoren, met daarbij titels als ‘Production en excretion of claocin DFl3’ en ‘A formalism for concurrent processes’.
Pedel
Wanneer men er desondanks in zou slagen een keus te maken, rest nog één probleem. Omdat de adressenlijst niet compleet te krijgen was, en er bovendien ‘bij nader inzien gegronde privacyoverwegingen bleken te zijn’, is afgezien van de vermelding van adressen van de promovendi. Wie een vrouwelijke doctor aan de lijn wil krijgen ‘komt via de in dit boekje gepubliceerde adreslijst van pedellen van de universiteiten vermoedelijk een heel eind’, aldus de voorzitter.
Het is de vraag of dat genoeg zal zijn.