Menu Close

Maleisië bestreed verkeerde virus

In Maleisië breidde afgelopen maanden een dodelijke ziekte zich razendsnel uit. De regering nam straffe maatregelen – tegen het verkeerde virus, zoals nu blijkt.

HET WAREN ANGSTAANJAGENDE taferelen, afgelopen maand op het platteland van Maleisië. Bang voor een plotselinge uitbarsting van Japanse encefalitis, een besmettelijke en dodelijke hersenontsteking die door huismuggen wordt overgebracht van varkens op mensen, ontvluchtten dorpelingen hun geboortestreek. Boeren sloegen hun varkens dood met lange knuppels en stokken – bang om besmet te raken door ze op normale wijze te slachten. Anderen durfden hun vee zelfs niet zo dicht te naderen, en dreven de krijsende beesten in diepe kuilen alvorens ze levend te begraven. Duizenden soldaten, gehuld in plastic en met kapjes voor de mond, trokken door het land teneinde van overheidswege bijna een miljoen varkens van veilige afstand neer te schieten. De karkassen werden met bulldozers in grote massagraven geschoven.

Enkele maanden eerder al had de Maleisische regering besloten tot een grootschalige vaccinatie-campagne tegen Japanse encefalitis. Honderdduizenden huizen en kleine boerderijen werden met gif bespoten om de muggen uit te drijven. Voorlichtingsbijeenkomsten overal in het land leerden de bevolking hoe de kans op besmetting door de muggen te voorkomen. Naar schatting 25 miljoen gulden kostten de maatregelen om de uitbraak van hersenontsteking het hoofd te bieden.

Het was een dramatisch gevecht – maar tegen de verkeerde ziekte, zo werd de laatste weken duidelijk. Geen Japanse encefalitis kostte 111 Maleisische varkensboeren en één slachter in Singapore het leven, maar een geheel nieuw virus, dat geen muggen nodig heeft om van varkens op mensen over te springen. Amerikaanse gezondheidsautoriteiten, te hulp geroepen nadat Maleisische onderzoekers op dood spoor waren geraakt, identificeerden het nieuwe virus, dat lijkt op een virus dat vijf jaar geleden in Australië, al even mysterieus, dertien renpaarden en twee van hun trainers het leven kostte.

Schoorvoetend, en in zeer bedekte termen, erkent de Maleisische overheid inmiddels de epidemie aanvankelijk verkeerd te hebben beoordeeld. Hoewel de officiële statistieken nog steeds spreken van ‘onbevestigde’ gevallen van Japanse encefalitis, wordt de epidemie nu grotendeels toegeschreven aan het nieuw ontdekte virus. De ziekteverwekker heeft inmiddels de naam Nipah gekregen, naar de kampong Baru Sungai Nipah, waar het eerst ontdekte exemplaar is opgepikt.

Het grote misverstand begon september vorig jaar, toen in de omgeving van Ipoh, halverwege tussen de hoofdstad Kuala Lumpur en het noordelijke Georgetown, de eerste gevallen opdoken van wat werd aangezien voor Japanse encefalitis (JE).

Japanse hersenontsteking is in de tropen van Azië een endemische ziekte, die verspreid over landen als India, Thailand en Vietnam jaarlijks zo’n tienduizend mensen het leven kost. In Maleisië, dat per jaar doorgaans tussen de 10 en 90 sterfgevallen kent, werd de ziekte voor het eerst beschreven bij Britse krijgsgevangenen in de Tweede Wereldoorlog. In 1974, 1988 en 1992 waren er grotere uitbraken.

Het virus houdt zich schuil in varkens, die er zelf doorgaans geen last van hebben. Pas wanneer huismuggen de ziekteverwekker via hun speeksel overbrengen op mensen, gaat het mis: patiënten krijgen koorts en hoofdpijn, en raken na een week langzaam in coma, alvorens ze in zo’n kwart van de gevallen overlijden.

De klachten in de jongste epidemie leken sterk op die van JE. Bovendien, voerde topambtenaar Tan Sri Abu Suleiman van het Maleisische Ministerie van Volksgezondheid twee weken geleden ter verdediging aan, heerste rond Ipoh een muggenplaag, droegen bijna alle varkens het JE-virus bij zich en beperkten de ziektegevallen zich tot varkensboeren. Ook het vorige jaar had de ziekte in de streek slachtoffers gemaakt. En dus was het inderdaad niet zo vreemd dat de epidemie aanvankelijk werd toegeschreven aan Japanse encefalitis.

Toch stapelden de raadsels zich al binnen een paar maanden op. Als de ziekte werd overgebracht door muggen, waarom werden dan alleen de varkensboeren zelf ziek, en niet hun vrouwen, kinderen en dorpsgenoten? Waarom werden mensen ziek die tegen JE waren ingeënt? En waarom werden opeens de varkens zelf ziek?

Sommige onderzoekers, zoals virologe Jane Cardosa van de University of Malaysia in Sarawak, ventileerden al vroeg hun twijfel of niet een andere ziekte om zich heen greep. Op 16 januari wees zij collega’s, via een Internet-nieuwsgroep, op het feit dat, maanden na het begin van de epidemie, in nog geen enkele patiënt JE-virusdeeltjes waren aangetoond. Vorige maand was Cardosa nog op bezoek bij de Erasmus-universiteit in Rotterdam. “Ook tijdens dat bezoek kwamen we tot de conclusie dat het geen Japanse encefalitis kon zijn,’’ zegt collega-viroloog Ab Osterhaus nu.

Terwijl de angst op het platteland groeide, werd duidelijk dat de overheidsmaatregelen geen effect sorteerden. Pas toen eind februari de epidemie oversloeg naar de streek ten zuiden van Kuala Lumpur, gingen microbiologen van de University of Malaya op zoek naar een mogelijk ander virus. Binnen een week vonden hoofdonderzoeker Lam Sai Kit en zijn collega Chua Kaw Bing in het bloed van patiënten een virus dat niet leek op de verwekker van JE. Maar wat het wel was, bleef onduidelijk.

Op 12 maart vloog Chua, met in zijn handbagage bloedmonsters van patiënten, naar de Verenigde Staten – een politiek gevoelige vlucht, gezien de al jaren gespannen relaties tussen beide landen.

Vijf dagen later hadden onderzoekers van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) in Atlanta beet: het virus reageerde op antistoffen tegen het Hendra-virus, een lid van de Paramyxo-familie dat pas in 1994, in Australië, werd ontdekt. Helemaal gelijk waren de twee virussen niet: zo’n tachtig procent van de genetische code van de beide virussen komt overeen.

Met de ontdekking van het Nipah-virus, zoals de nieuwkomer vorige week werd genoemd, zijn de raadsels nog niet opgelost. Hoewel de epidemie de laatste dagen over zijn top lijkt te zijn, en een groot deel van de Maleisische varkens uitgeroeid, weet niemand of niet binnenkort een nieuwe besmettingshaard opduikt. Onduidelijk is hoe de varkens aan het virus kwamen – van vleermuizen, zoals virologen vermoeden, en zo ja, kunnen die dan ook paarden, honden en katten besmetten? Zit het virus alleen in lichaamsvloeistoffen als bloed en urine, of ook in de longen, zoals het Hendra-virus, zodat besmetting via de lucht mogelijk is? Hoe raken mensen besmet, en kunnen ze elkaar ook besmetten?

“Tot nu toe waren de meeste patiënten direct betrokken bij de varkenshouderij,’’ zegt viroloog Osterhaus. “Dat kan betekenen dat het zich via andere wegen nauwelijks verspreidt. Maar in potentie blijft het natuurlijk een zich snel verspreidend virus, met hoge sterftecijfers.’’

Amerikaanse virologen nemen in ieder geval geen enkel risico: onderzoekers in Maleisië lopen rond in ruimtepakken, en werk met het Nipah-virus valt voorlopig onder de strengste veiligheidseisen – zo streng, dat het in Nederlandse laboratoria niet zou kunnen worden uitgevoerd.

Terwijl virologen alleen nog aandacht besteden aan het nieuwe virus, houdt de Maleisische overheid vol dat zij een epidemie van JE het hoofd heeft geboden. Verklaringen melden tot in opmerkelijk detail de regeringsdaden: van de 864031 varkens in de getroffen provincies, waren er zaterdag 791123 gedood. In totaal 243411 voorlichtingsfolders zijn sinds september uitgereikt, 244816 huizen met insecticide bespoten en 84971 mensen gevaccineerd. Tegen de verkeerde ziekte – dat wel.