Menu Close

In Afrika smelt de sneeuw

De ‘eeuwige’ sneeuw op tropische hooggebergten staat op het punt volledig weg te smelten. Volgens sommige onderzoekers is het de meest dramatische voorbode van een opwarmende aarde.

‘En daar, voor hem, al wat hij kon zien, uitgestrekt als de wereld, groots, hoog, en ongelooflijk wit in de zon, lag de hoekige top van de Kilimanjaro.’’ Zo beschreef in 1938 de Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway, in zijn novelle The snows of Kilimanjaro, de magnifieke aanblik van Afrika’s hoogste bergtop, 5895 meter hoog, gelegen in Tanzania.

Had Hemingway vandaag geleefd, dan had hij zijn verhaal waarschijnlijk een andere titel gegeven. Want van de sneeuwkap die de reusachtige berg in het begin van deze eeuw nog tooide, is inmiddels weinig meer over. Toen geologen van het Byrd Polar Research Center in Columbus, in de Amerikaanse staat Ohio, een luchtfoto uit 2000 vergeleken met gedetailleerde kaarten van een expeditie in 1912, bleek dat 82 procent van de witte kap al is verdwenen: van de oorspronkelijke twaalf vierkante kilometers ijs zijn nog iets meer dan twee vierkante kilometers over.

Een groot deel van dat verval lijkt van recente datum. De zelfde luchtfoto’s geven aan dat meer dan een derde van het in 1989 nog sneeuwwitte oppervlak onder het ijs tevoorschijn is gekomen.

Ook metingen op de ijskap zelf bevestigen de duizelingwekkende vaart waarmee de kap aan het smelten is, zo meldde de Amerikaanse geoloog Lonnie Thompson een paar weken geleden op een congres van de American Association for the Advancement of Science in San Francisco. Meetstokken die hij in februari 2000 in het ijs had gedreven, tonen een jaar later aan dat een pakket ijs ter dikte van een meter van de bergtop is verdwenen. “Als de afsmelting zich met deze snelheid voortzet, dan is de ijskap over tien, twintig haar volledig verdwenen,’’ aldus Thompson. “En dan beperk ik me nog tot een voorzichtige schatting.’’

De Kilimanjaro is niet de enige tropische berg die zijn witte kruin dreigt te verliezen. Zo verloor Mount Kenia sinds 1963 al 40 procent van een van zijn ijskappen. Twee ijstoppen in Nieuw-Guinea worden de komende tien jaar kaal, en Venezuela raakte sinds 1973 vier van zijn zes witte toppen kwijt.

In het Andesgebergte van Peru, meldde Thompson uit eigen waarneming, verloor de top van de Quelccaya sinds 1963 meer dan 20 procent van zijn witte mantel. En metingen aan de grootste gletsjer op deze berg geven aan dat de kap in steeds hoger tempo smelt: trok de ijstong zich tussen 1995 en 1998 nog terug met een snelheid van vijftig meter per jaar, tussen 1998 en 2001 trok het ijs zich jaarlijks al honderdvijftig meter terug. In vergelijking met dertig jaar geleden smelt de ijstong nu dertig keer zo snel af. Een deel van het smeltwater vormt inmiddels een meer ter grootte van acht voetbalvelden, op een plek waar in 1983 nog geen druppel water te zien was.

“In 1976 boorde ik mijn eerste gat in de ijskap van de gletsjer,’’ aldus Thompson. “Over een jaar of tien verwacht ik in de kale grond het gat van die boring te kunnen terugvinden. Dat zou betekenen dat een ijslaag ter dikte van 154 meter volledig verdwenen zal zijn.’’

De wegsmeltende ijskappen zullen gevolgen hebben voor de mensen die in de omgeving van de bergen wonen. Zo vreest Tanzania voor een inzakkende toeristenstroom wanneer de Kilimanjaro zijn trotse sneeuwkap geheel zal hebben verloren. In Peru vormt de gestage stroom smeltwater nu nog een betrouwbare bron van elektriciteit en irrigatiewater voor bewoners van de berghellingen. Maar het tijdelijke voordeel van meer smeltwater weegt waarschijnlijk niet op tegen de problemen die zullen ontstaan wanneer die bron definitief opdroogt. “Het is alsof de bewoners in een paar jaar een bankrekening leeghalen die over duizenden jaren bijeen is gespaard,’’ aldus Thompson.

De geologen uit Ohio boorden de afgelopen twintig jaar gaten in tropische ijskappen over de hele wereld — in Afrika, Zuid-Amerika, China en Tibet. Zuurstofmoleculen gevangen in dat ijs weerspiegelen, menen de onderzoekers, klimaatveranderingen over vele honderden jaren. Op basis van een diepe boring in het ijs van de Himalaya’s berekenden Thompson en zijn collega’s een half jaar geleden dat de afgelopen vijf decennia de warmste zijn geweest van de laatste duizend jaar. Hoe lang de ijskap nodig heeft gehad om zijn ijslaag van meer dan honderdvijftig meter dikte te bereiken, is nog niet helemaal duidelijk, maar de huidige schatting is acht- tot negenduizend jaar.

IJskappen op tropische breedtegraden en grote hoogten, meent Thompson, zijn onze meest gevoelige zintuigen voor veranderingen in het aardse klimaat: ver verwijderd van plaatselijke invloeden van menselijke activiteit, reageren ze als eerste op globale veranderingen in de gemiddelde temperatuur.

Tropische ijskappen zijn voor de mensheid, aldus Thompson, wat ooit dood neervallende kanaries waren voor mijnwerkers in donkere schachten: ze waarschuwen wanneer de samenstelling van de atmosfeer gevaarlijk verandert. “Deze gletsjers getuigen van indrukwekkende veranderingen die op dit moment aan de gang zijn,’’ gelooft Thompson stellig. “Ze zijn een respons op een veranderend klimaat.’’

Of die veranderingen worden veroorzaakt door menselijk handelen, zoals Thompson meent, of niet meer zijn dan natuurlijke schommelingen, is nog steeds onderwerp van debat. Maar helaas voor de onderzoeker gaat de vergelijking tussen kanaries en zijn onderzoeksobjecten in meer dan één opzicht op: wie er ook gelijk heeft, de ijskappen zullen het experiment waarschijnlijk niet overleven.

Related Posts