Menu Close

Heeft u deze kop niet al eens eerder gelezen?

ROND 1900 ONDERWIERP de Zwitserse psycholoog Claparède een patiënt aan een wreed experiment: bij binnenkomst gaf hij hem een ferme handdruk, terwijl in de handpalm een punaise verscholen zat. Pijnlijk verrast trok het slachtoffer zijn hand terug.

Bij het volgende bezoek wist de patiënt, die leed aan het Korsakoff-syndroom, en daardoor gebeurtenissen bliksemsnel vergat, zoals altijd niet meer wie de persoon in de witte jas was. En al wist hij niet waarom, hij weigerde resoluut die onbekende man een hand te geven.

Het eenvoudige experiment vormt een prachtig bewijs van wat meestal het ‘onderbewustzijn’ wordt genoemd: informatie die ergens in de hersenen aanwezig is, maar onbereikbaar blijft voor het bewustzijn.

Het onderbewustzijn raakt aan tal van raadselachtige, en daarom sterk tot de verbeelding sprekende verschijnselen, zoals het déja vu – een sterk gevoel van herkenning zonder dat men zich de eerdere ervaring kan herinneren – en het leren onder hypnose. Proefpersonen die, in hypnotische staat, leren bepaalde woorden met elkaar te associëren, blijven dat doen nadat ze uit de hypnose zijn ontwaakt, al weten ze niet meer waarom.

In de twintiger jaren ontwikkelde de psychopatholoog John MacCurdy een manier om informatie uit het onderbewustzijn naar boven te halen. Tot op de dag van vandaag wordt de methode van de ‘gedwongen keuze’ voor dit doel gebruikt. MacCurdy toonde zijn patiënten met ernstige vormen van geheugenverlies een kaartje met zijn naam en adres. Als gevolg van hun kwaal vergaten de proefpersonen die informatie vrijwel onmiddellijk weer – zoals trouwens de meeste mensen de naam aan de andere kant van de telefoonlijn dertig seconden later opnieuw moeten vragen. Maar tot verbazing van MacCurdy konden zijn patiënten even trefzeker als gewone proefpersonen de juiste gegevens aanwijzen temidden van een rijtje andere namen en adressen.

Afmetingen

In het tijdschrift Nature publiceerden deze maand enkele Britse wetenschappers een nieuwe manier om informatie uit het onderbewustzijn aan te boren. Ze voerden experimenten uit met een vrouw die als gevolg van een koolmonoxyde-vergiftiging ernstige hersenbeschadigingen had opgelopen. Ze kon in haar bewustzijn geen informatie meer verwerken over een voorwerp dat ze met haar ogen waarnam. Op vragen over de vorm, de afmetingen, de oriëntatie of de kleur van een voorwerp moest ze het antwoord schuldig blijven. Een kaart met een ribbel in de lengterichting kon ze niet zo draaien dat hij zou passen in een gleuf die men haar liet zien. Wanneer ze met duim en wijsvinger de breedte moest aangeven van een blokje op de tafel, bleek ze er maar een slag naar te slaan. Van twee uitgeknipte vormen kon zij niet zeggen of ze gelijk waren of verschillend.

De grote verrassing kwam toen zij, in plaats van alleen te kijken, de voorwerpen ook mocht aanraken. De kaart met de ribbel verdween moeiteloos in de juiste positie door de gleuf; de verschillende voorwerpen op tafel werden opgepakt alsof er niets aan de hand was – de ruimte tussen de vingers paste zich zonder problemen aan de vorm en afmetingen van het voorwerp aan. Uit videobeelden bleek dat de vingers, net als bij ‘gezonde’ proefpersonen, direct na het in beweging komen van de hand de juiste stand al begonnen in te nemen.

Parallel

De onderzoekers concludeerden dat de vrouw weliswaar niet in staat was de visuele informatie over het voorwerp in haar bewustzijn te verwerken, maar dat die informatie wel degelijk aanwezig was. Sterker nog: een ander systeem dan het bewustzijn was nog steeds in staat die informatie te benutten voor het in gang zetten van ingewikkelde spierbewegingen.

De resultaten van de Britse onderzoekers werpen de vraag op of de vrouw, en met haar andere patiënten met stoornissen in het geheugen, de vaardigheden van het onderbewuste zou kunnen gebruiken om het bewustzijn te trainen. Zo zou de vrouw uit het onderzoek wellicht weer kunnen leren van wat haar handen, schijnbaar uit ‘eigen’ beweging, blijken te kunnen doen.

Ook voor de ideeën over de geestelijke ontwikkeling van kleine kinderen kan het onderzoek consequenties hebben. Tot nu toe zag men de grijpende handjes van de baby in de kinderwagen als het eerste bewijs van het bewustzijn van het kind. De jongste gegevens tonen echter onomstotelijk aan dat een trefzekere greep ook buiten het bewustzijn nauwkeurig kan worden uitgevoerd.

Related Posts