Brugklas toch ingedeeld naar niveau
De discussie in de politiek moet nog volop losbarsten, maar als het aan de regering ligt, is het volgend jaar al zover: de invoering van de basisvorming voor alle beginnende leerlingen in het voortgezet onderwijs staat voor de deur.
Basisvorming betekent in de eerste plaats: het zelfde onderwijs in dezelfde veertien vakken voor alle kinderen na de basisschool, van de zwakste tot en met de snelste. Maar tegelijk zou invoering van de basisvorming een overwinning betekenen voor hen die leerlingen van verschillende niveaus zo lang mogelijk samen in de klas willen houden.
In de huidige brugklas komen nog twee filosofieën naast elkaar voor. De ene school stelt, om de zwakkere leerling meer kansen te geven, het moment van ‘selectie’ zo lang mogelijk uit. De andere school vindt juist dat elk kind het best tot zijn recht komt temidden van klasgenoten van vergelijkbaar niveau, en selecteert daarom zo snel als mogelijk is.
Wennen
Drs M.J. Coltof is conrector voor de brugklassen op het Spinozalyceum in Amsterdam-Zuid. De school leidt op voor een mavo-, havo-, atheneum- of gymnasiumdiploma. De brugperiode omvat alleen het eerste jaar, en dient om de kinderen te laten wennen aan hun nieuwe omgeving. Ze krijgen studielessen om te ‘leren leren’, en worden de eerste zes weken bij hun huiswerk begeleid.
Het Spinoza-lyceum gebruikt de brugklas niet om de selectie uit te stellen. Coltof: “Wij streven naar klassen met zo klein mogelijke niveauverschillen. Zodra het kan willen we kinderen met vergelijkbare capaciteiten bij elkaar zetten. Wij vinden dat je snelle leerlingen ook de kans moet geven om sneller te werken.”
Al in de brugklas kent het lyceum daarom drie ‘stromen’. Kinderen met een ‘gymnasium-advies’ van hun basisschool mogen toetreden tot de voorbereidende gymnasiumklas. Daarnaast zijn er havo/atheneum-klassen en mavo/-havo-klassen. Kinderen met een mavo-advies moeten een toelatingsexamen afleggen om in de havo/atheneum-klas te komen.
In het tweede jaar worden de kinderen verder geselecteerd voor gymnasium, atheneum, havo of mavo. Alleen de leerlingen waarvoor de keus tussen havo en atheneum nog moeilijk is krijgen een jaar uitstel in een tweede havo/atheneum-klas.
Keus
“De keus is simpel”, verklaart Coltof het beleid: “Een echte schoolmeester probeert in een klas met grote niveauverschillen de kinderen die niet goed mee kunnen komen er toch bij te houden. De andere kinderen krijgen dan in de tussentijd verrijkingsstof. Maar als je er tien hebt die alles twee keer uitgelegd moeten krijgen – dat geeft verschrikkelijke organisatorische moeilijkheden. Ik heb het twee jaar geprobeerd, toen wij na de fusie met de mavo een gezamenlijke brugklas probeerden. Ik ben er toen gestoord van geworden.”
“Het politieke argument tegen vroege selectie is altijd, dat zwakke leerlingen opgetrokken worden door hun snellere klasgenootjes. Maar voor sommige leerlingen gaat dat gewoon niet op! Ik zit nu twintig jaar in het onderwijs, en heb vaak genoeg gezien dat leerlingen zich vreselijk opgelaten kunnen voelen als anderen het voor de zoveelste keer eerder snappen dan zij.”
Overigens weet Coltof zeker dat zijn school niet zo’n uitzonderingspositie inneemt als soms lijkt: ook scholen met zogenaamde ‘heterogene’ brugklassen houden in werkelijkheid vaak rekening met het basisschool-advies bij de klas-indeling. “Dan komen de leerlingen er pas in de loop van het jaar achter dat ze in een zwakke of een snelle klas zijn beland.”
Coltof staat bepaald niet te juichen bij de plannen voor de basisvorming. Voorstanders vergeten volgens hem dat het verschil tussen slechte en goede leerlingen de laatste jaren groter is geworden. ‘Misdadig’, noemt hij het bovendien om leerlingen met een advies voor het lager beroepsonderwijs (lbo) te dwingen jarenlang een algemene opleiding te volgen, die ze eigenlijk niet aan kunnen. “Drie of vier jaar lang moeten ze zich bezig houden met vakken waarin ze niet zijn geïnteresseerd. Ik zeg dan: zorg dat die kinderen snel een opleiding vinden waarmee ze later een beroep kunnen krijgen! Het moet mogelijk blijven dat leerlingen meteen hun eigen weg vinden.”
De leraar zal volgens Coltof door de basisvorming in de problemen komen. “Je kunt een leraar niet vragen om de technisch ingestelde en de theoretisch gerichte knaap samen Nederlands te geven. Politici zouden eens een maandje maatschappijleer moeten komen geven op een Amsterdamse school, of elke week de absentie- en spijbellijsten bijhouden. Laat ze dan nog eens kijken wat ze allemaal willen.”
De uitspraak van staatssecretaris Wallage kortgeleden, dat scholen zo nodig gedwongen zullen worden te fuseren tot ‘brede scholengemeenschappen’ voor leerlingen van lbo- tot en met gymnasium-niveau, verleidt Coltof tot een ironische glimlach. “Er is nu zo veel in geïnvesteerd – ze zijn bang om af te gaan als het straks niet van de grond komt. Maar dat valt erg mee: ik denk niet dat ouders er ook maar iets van zullen merken wanneer de basisvorming alsnog wordt afgeblazen.”
Puberteit
Drs. J. Huijsen is directeur van de Scholengemeenschap Gerrit van der Veen, ook in Amsterdam-Zuid. Vijf jaar geleden startte de school als experiment met een brugperiode van twee jaar, voor leerlingen op mavo- en havo-niveau. Kinderen komen steeds vaker van volstrekt verschillende basisscholen, raken in een grote stad als Amsterdam door tal van dingen afgeleid, en ook de puberteit maakt hun leven er niet overzichtelijker op. Volgens Huijsen redenen genoeg om de keuze tussen mavo en havo een jaar uit te stellen. “En het werkt goed,” constateert hij tevreden: “Sindsdien eindigen veel meer leerlingen met een mavo-advies uiteindelijk toch op de havo”.
De filosofie van Huijsen staat daarmee lijnrecht tegenover die van het Spinoza-lyceum: de selectie wordt zo lang mogelijk uitgesteld, tot het moment waarop er niet meer aan te ontkomen valt. Huijsen: “Vroeg selecteren is elitair, alleen geschikt voor een heel beperkt publiek”. De grote stad wordt in zijn ogen gekenmerkt door onoverzichtelijke gezinnen waarin ouders weinig overwicht meer hebben, vele verschillende milieus, en veel afleiding voor leerlingen. “Mensen die vroeg willen selecteren miskennen die diversiteit”, aldus Huijsen.
Uitbreiding
Dit jaar heeft de scholengemeenschap besloten de brugperiode verder uit te breiden tot drie jaar. De reden daarvoor was dat nu ook atheneum-leerlingen worden aangenomen, die ‘vanwege hun speelse mentaliteit op andere scholen buiten de boot vallen. Het derde brugjaar worden de kinderen wel verdeeld over mavo-klassen en havo/atheneumklassen. “Anders zitten ze toch te lang bij elkaar”, denkt Huijsen.
Ook hij erkent daarmee dat de praktijk beperkingen oplegt aan de wens zo laat mogelijk te selecteren. Wanneer zijn school ook de ‘overijverige gymnasium-leerling’ zou moeten opnemen, zou aan een vroegere selectie al niet meer te ontkomen zijn. Uitbreiding in de richting van het lager beroepsonderwijs zou dezelfde consequentie hebben.
Bovendien, vindt Huijsen, “worden in de basisvorming de lbo-leerlingen straks vier jaar lang met hun neus gedrukt op het feit dat ze de theoretische vakken niet goed beheersen. De snelle vwo-leerlingen aan de andere kant moeten zich jarenlang bezighouden met vakken als techniek, waarvoor ze zich minder interesseren”. Volgens Huijsen zou het daarom in ieder geval mogelijk moeten worden één of meer van de veertien vakken af te stoten.
Wanneer zijn school door fusies gedwongen zou worden ook lbo- en gymnasiumleerlingen op te leiden, maar de selectie niet vervroegd zou mogen worden, is een drastische verkleining van de klassen bittere noodzaak, vindt Huijsen. “Zelfs met bijscholing van de leraren blijft het onmogelijk om klassen van 28 tot 30 leerlingen met zulke uiteenlopende mogelijkheden bij elkaar te zetten. Maar dat kost vreselijk veel geld, en we weten dat de basisvorming geen geld mag kosten.”
“Ik ben er voor om selectie zo lang mogelijk uit te stellen. Maar toch zeg ik: als Wallage bij de basisvorming niet met vreselijk veel geld over de brug komt, maar wel met dwangmaatregelen brede scholengemeenschappen wil afdwingen – dat kan gewoon niet. Dan loop je vast.”