Het Amerikaanse Supreme Court heeft president Bush het recht ontzegd om, in de door hem uitgeroepen ‘oorlog tegen terrorisme’, verdachten zonder beroep op te sluiten. In twee uitspraken gaven opperrechters eerder deze week zowel Amerikaanse staatsburgers als buitenlanders, in afzondering gehouden op legerbases, het recht de juistheid van hun detentie voor te leggen aan een rechter of een andere ‘neutrale beslisser’.
De uitspraken zijn in de VS ontvangen als een flinke tegenslag voor de regering-Bush. Die had betoogd dat het Amerikaanse Congres, kort na de aanslagen in New York en Washington, de president had gemachtigd te strijden ‘met alle benodigde macht’, dus inclusief opberging van ‘vijandige strijders’.
Maar de opperrechters menen dat de president zijn mandaat te buiten is gegaan. De Amerikaanse Grondwet garandeert elke gevangene op zijn minst het recht te pleiten voor invrijheidsstelling bij een onafhankelijke rechter. Dat recht geldt ook in oorlogstijd, stelden de opperrechters in soms felle bewoordingen, zeker wanneer volksvertegenwoordigers het niet expliciet hebben opgeschort en wanneer de detentie in theorie levenslang kan zijn. Het geldt óók in het Cubaanse Guantanamo Bay, waar de Verenigde Staten dankzij een huurverdrag al sinds 1903 de dienst uitmaken.
Belangrijkste gevolg van de uitspraken zal zijn dat een kleine zeshonderd buitenlandse gevangenen op Guantanamo Bay de rechtmatigheid van hun gevangenhouding bij federale rechters in Washington zullen gaan aanvechten. Amerikaanse ‘vijandige strijders’ hebben zelfs recht op een complete rechtszaak, al liet het Hof in het midden hoe die er in hun geval uit moet zien.
In een ongerelateerde maar nog ingrijpender beslissing oordeelde het Supreme Court eind vorige week dat Amerikaanse rechters geen feiten mogen vaststellen die leiden tot zwaardere straffen. Dat recht is grondwettelijk voorbehouden aan jury’s, vindt het Hof.
De uitspraak legt een bom onder bestaande strafmaat-richtlijnen en dwingt de federale overheid en meer dan tien staten om tal van wetten te herzien. Nu hanteren zij minimumstraffen in combinatie met voorschriften om in bepaalde gevallen, zoals bij gebleken `opzettelijke wreedheid’, de straf te verzwaren. De uitspraak dwingt hen nu over te stappen op een systeem van maximumstraffen, die door rechters wel kunnen worden verzacht.
De beslissing zet bovendien tienduizenden lopende strafzaken onder druk omdat aanklagers verzwarende omstandigheden opeens voor de jury moeten bewijzen. Dat is goed nieuws voor verdachten, die totdat de wetten zijn aangepast in onderhandelingen over een guilty plea wat steviger staan.