Nog even en de eerste genetisch gemanipuleerde tomaten liggen in het groentevak. Consumenten moeten weten wat er te gebeuren staat. Maar wie moet ze dat vertellen?
STEL JE VOOR dat het biochemische concern Gist-Brocades, aankomend fabrikant van produkten die dankzij genetische manipulatie zijn gemaakt, een ‘consumentenwijzer’ op de markt zou brengen – een handzaam boekje dat de consument ‘handvatten moet geven om een bewuste keuze te kunnen maken voor of tegen biotechnologisch geproduceerde levensmiddelen.’
Velen zouden de wenkbrauwen fronsen bij zo’n mensvriendelijk initiatief. Het bedrijf zou immers met recht de verdenking op zich laden dat het, onder het mom van consumentenvoorlichting, in werkelijkheid bezig was de consument over zijn schroom tegen de nieuwe produkten heen te helpen.
Een consumentenwijzer, zou worden gezegd, moet worden uitgegeven door een instantie die alleen de belangen van de consument in het oog houdt. Een fabrikant is eenvoudigweg geen betrouwbare informatiebron.
Als het gaat om biotechnologie lijkt de consument dat ook redelijk in de gaten te hebben. Uit onderzoek van de Technische Universiteit Eindhoven bleek vorig jaar, dat men het meeste vertrouwen heeft in informatie afkomstig van consumentenorganisaties. Op de tweede plaats komen wetenschappers, gevolgd door milieu-groepen, de overheid en journalisten. Op de voorlaatste plaats, net voor kerkelijke organisaties, komt het bedrijfsleven.
Gist-Brocades heeft, voor alle duidelijkheid, dan ook géén biotechnologische consumentengids uitgegeven. Wel werd deze week gepresenteerd het boekje Gentechnologie in de supermarkt, een ‘consumentenwijzer’ van de Alternatieve Konsumentenbond (AKB). En al is de uitkomst zeer verschillend, qua principe gaat de vergelijking wel degelijk op.
De Alternatieve Konsumenten Bond streeft, schrijft zij achterin het boekje, “naar een duurzame en rechtvaardige samenleving.” Genetische manipulatie past volgens de AKB niet in dit streven, wegens de gevolgen en risico’s die de toepassing ervan heeft voor “mens, dier, milieu en wereld.” Het uitgangspunt ligt dus tevoren vast: genetische manipulatie, in welke vorm dan ook, past niet in het wereldbeeld van de bond.
‘Gentechnologie in de supermarkt’ is een Nederlandse bewerking van een Duits werkje, getiteld Gentechnik im Supermarkt. In Duitsland is het verzet tegen genetische technieken veel sterker ontwikkeld dan in andere Westeuropese landen – volgens sommigen omdat het land door de eugenetische denkbeelden van Hitler overgevoelig voor de materie is. De Duitse wetten behoren tot de strengste ter wereld waar het gaat om onderzoek naar en toepassing van genetische technieken.
Dat de ‘consumentenwijzer’ een nogal beperkte interpretatie van het begrip ‘consumentenbelangen’ hanteert, blijkt al op de eerste pagina. “Het doel van gentechnologische toepassingen in de voedingsmiddelenindustrie is niet zozeer de verbetering van de kwaliteit – waarvan de consument nog zou kunnen profiteren – maar vermindering van de produktiekosten, een flexibeler industriële produktie en de ontwikkeling van nieuwe produkten,” aldus de auteurs. Maar sinds wanneer profiteren consumenten niet van lagere prijzen en nieuwe produkten? Is het niet de vraag van consumenten die er mede voor zorgt dat producenten op de markt komen met felrode tomaten, mager vlees en appels zonder bruine plekken?
Technisch
In het boekje worden vele bestaande en aanstaande toepassingen van biotechnologie in de produktie van levensmiddelen op een rijtje gezet – groente, fruit, zuivel, vlees, vis, brood, bier, wijn, kunstmatige zoetstoffen, bloemen, wasmiddelen en kleding. De toon van die uiteenzettingen is veelal technisch, met vaktermen als ‘polygalacturanase’, ‘kristallisatiekern’ en ‘starterculturen’. Maar voor wie zich daar doorheen weet te slaan, geeft het een goed overzicht van de stand van zaken.
De wetenschappelijke uitleg wordt echter steevast gevolgd door teksten die de toekomstige consument waarschuwen tegen alle mogelijke onzichtbare en onbekende gevaren. Aanvankelijk verschijnt op dat moment nog een – niet nader uitgelegd – kriebeltje in de kantlijn, maar gaandeweg vervlechten feiten en meningen zich steeds verder.
De aldus bezorgd gemaakte consument krijgt van de auteurs maar weinig houvast. ‘De mogelijke gevolgen zijn nog onvoldoende onderzocht’, heet het. Of: ‘Niet uit te sluiten valt dat..’; ‘Het valt te vrezen dat..’; ‘Het is niet ondenkbaar dat..’ – voortdurend gaat het over ‘gevaren die tot nu toe helemaal niet of moeilijk in te schatten zijn’.
Wat zijn kort samengevat die gevaren? De AKB is bang voor nieuwe, onbekende, niet te detecteren giftige of allergie-opwekkende stoffen die bij de produktie zouden kunnen ontstaan (een risico dat natuurlijk bij geen enkele techniek is te voorkomen – ook bij het koken van groente ontstaan duizenden verschillende verbindingen). Ook is er vrees voor genen die op hol slaan in de vrije natuur – een mogelijkheid die door wetenschappers wordt onderkend en onderzocht. Ten slotte is er de voorspelling dat in een wereld waar de voedselproduktie in handen komt van grote bedrijven, de consument, de milieuvriendelijke boer en ontwikkelingslanden de dupe worden.
In een enkel geval bevat het boekje ernstige onjuistheden. Zo wordt gesteld dat het onderzoek rond de stier Herman, waarvan de nakomelingen melk met het menselijke lactoferrine-eiwit moeten gaan maken, gestaakt moet worden omdat er een alternatief voorhanden is. ‘De schimmel Aspergillus ryzae maakt lactoferrine zonder genetische manipulatie,’ aldus de auteurs. Dat laatste is natuurlijk onzin – het onderzoek waarop wordt gedoeld betreft schimmels waarin, net als bij Herman, een menselijk lactoferrine-gen is ingebouwd. In feite bepleiten de auteurs hier dus de toepassing van genetische manipulatie, alleen dan bij een schimmel, om geëxperimenteer met runderen te voorkomen. Daarmee geven ze impliciet aan dat er goede redenen kunnen zijn om voor genetische manipulatie te kiezen.
In een ander geval is de tekst van de ‘consumentenwijzer’ ronduit misleidend. Zo wordt verteld hoe fabrieken in de voormalige Sovjet-Unie bacteriën, algen, gisten en schimmels gebruikten om uit afval eiwit voor veevoer te produceren. Duizenden stuks vee gingen eraan dood, en omwonenden hadden soms last van allergieën of schimmelinfecties. Maar anders dan wordt gesuggereerd, had dit met genetische manipulatie niets te maken – of het moet zijn, zoals de auteurs schrijven, omdat ‘op zulke micro-organismen genetische manipulatie toegepast kan worden.’
Dat ‘Gentechnologie in de supermarkt’ niet objectief is, blijkt ook als de auteurs citeren uit de conclusies van het vorig jaar gehouden Publiek Debat over ‘genetische modificatie van dieren.’ Een kleine meerderheid van een niet-representatief lekenpanel pleitte daar voor een tijdelijke stop op experimenten met dieren, zolang de samenleving zich nog bezint op de ethische vragen. Het standpunt van de grote minderheid, die koos voor voortzetting van het onderzoek, ontbreekt.
In ‘Gentechnologie in de supermarkt’, kortom, worden consumenten onder het mom van objectieve voorlichting verleid tot een categorisch ‘nee’ tegen elke vorm van genetische manipulatie. Niet om op te komen voor de eigen belangen als koper en gebruiker van levensmiddelen, maar om de politieke doelstelling te dienen van de Alternatieve Konsumenten Bond, die vindt dat genetische manipulatie niet past in een ‘duurzame en rechtvaardige samenleving’.
De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten-aangelegenheden (SWOKA) publiceerde in 1989 een onderzoek naar de kennis en meningsvorming van Nederlandse consumenten over biotechnologie. Conclusie van dat onderzoek was, en zou waarschijnlijk nog steeds zijn, dat ‘de kennis over het onderwerp bij het brede publiek nog zeer gering is en dat de meningen nog niet zijn uitgekristalliseerd’. Zo’n situatie, schreven de onderzoekers, bergt het gevaar in zich dat misverstanden snel wortel kunnen schieten.
Natuurlijk is het gerechtvaardigd om ethische bezwaren tegen het knutselen met genen te hebben, of bezorgd te zijn over de veiligheid of de economische gevolgen van nieuwe technieken. Maar consumenten moeten zelf kunnen afwegen in welke gevallen ze zulke technieken wel, en in welke gevallen ze ze niet geoorloofd achten.
Dat de Dierenbescherming, een vereniging die haar aanhang dankt aan de sympathieke behartiging van de belangen van dieren, haar veelal gratis publiciteitskanalen momenteel gebruikt voor een harde campagne tegen alle vormen van biotechnologie, is erg genoeg. Een groepering die de wereld nogal gekleurd bekijkt, maar zich hult in de vermomming van een onafhankelijke consumentenbond, hebben we daarbij niet meer nodig.