Menu Close

Eén defect gen in helft van tumoren

IN LEIDEN is men zeer teleurgesteld, maar dat doet aan het belang van de ontdekking niets af: Amerikaanse onderzoekers hebben met enkele Nederlandse collega’s een gen ontdekt dat betrokken lijkt bij minstens de helft van alle menselijke tumoren. Het gen, ‘MTS-1’ genoemd, zou daarmee in een klap belangrijker zijn dan het beroemdste kankergen tot nu toe, ‘p53’.

Het ‘Multipele Tumor-suppressiegen-1’ werd mede ontdekt dankzij tien families uit Roelofarentsveen en Katwijk die lijden aan een erfelijke vorm van huidkanker. Samen met collega’s uit Salt Lake City ontdekte de Leidse promovendus Nelleke Gruis op de ‘korte arm’ van chromosoom 9 een genetische fout die bij alle getroffen familieleden voorkwam. Omdat dezelfde chromosoomarm al eerder was opgedoken bij andere tumoren, keken de onderzoekers nog eens nauwkeurig naar gekweekte cellen uit 290 verschillende menselijke tumoren. De cellen waren afkomstig uit tumoren in de longen, de borst, de hersenen, het bot, de huid, de blaas, de nier, de eierstokken en in witte bloedcellen. In bijna de helft van al deze tumorcellen bleek het gen MTS-1 defect te zijn.

Of het MTS-1-gen in de tien Nederlandse families inderdaad voor de huidkanker verantwoordelijk is, moet overigens nog worden aangetoond. Volgens dr R. Frants, van de Leidse vakgroep Antropogenetica, is niet uitgesloten dat het daar uiteindelijk toch om een ander gen gaat, die op het chromosoom vlak naast het MTS-1-gen ligt. Dat zou betekenen dat de vondst van het MTS-1-gen een toevalstreffer is geweest.

Dat er in kankercellen iets mis is met de erfelijke informatie, is niet nieuw. Soms ligt de schuld bij genen die de cel aanzetten tot ongeremde groei – er zijn al meer dan honderd van zulke oncogenen’ gevonden. In andere gevallen is er juist iets mis met genen die de normale celgroei in toom houden, en daarom ‘tumor-onderdrukkers’ worden genoemd. Met inbegrip van p53 en MTS-1 zijn daar nu ruim een dozijn van gevonden.

Een gezonde cel verandert in een kankercel wanneer een of meer suppressorgenen in het ongerede raken – doordat de cel ouder wordt of door kankerverwekkende invloeden. Sommige mensen, zoals de Katwijkse families, zijn erfelijk belast’: zij kregen van hun ouders defecte genen mee, zodat minder beschadigingen nodig zijn om de celgroei uit evenwicht te brengen.

Het MTS-1-gen speelt een sleutelrol in de levenscyclus van de gezonde cel: het voorkomt dat de cel zijn erfelijk materiaal verdubbelt, de eerste stap op weg naar een celdeling. Een defect gen kan die rol niet meer spelen.

De bruikbaarheid van de ontdekking zou kunnen liggen in de toediening van het eiwit waarvoor het gezonde MTS-1-gen de code bevat. Het ingebrachte eiwit zou de remmende functie dan kunnen overnemen.

Fascinerender, maar veel ingewikkelder en riskanter, zou het zijn om aan de tumorcellen een gezond exemplaar van het MTS-1-gen toe te voegen. Zulke vormen van ‘gentherapie’ zijn wel in ontwikkeling, maar staan nog geheel in de kinderschoenen.

Dat men in Leiden teleurgesteld is, komt omdat in het artikel in Science (dl. 264, p. 436) het woord ‘Leiden’ niet is terug te vinden. Na de eerste boosheid hebben de Leidenaren de strijdbijl echter alweer begraven. Men neemt nu aan dat de Amerikaanse collega’s het ‘in de haast’ hebben vergeten – het stuk werd razendsnel, na drie weken, geaccepteerd. Op 11 mei zullen de collega’s uit Salt Lake City bij de promotie van Nelleke Gruis van de partij zijn, verzekert Frants.