Bijbelteksten mogen niet worden gebruikt om de strafmaat te bepalen. Aldus een Amerikaanse rechter die vorige week een eerder doodvonnis vernietigde omdat juryleden elkaar tijdens de beraadslagingen bijbelteksten hadden voorgehouden.
Dat het misdrijf in kwestie in theorie in aanmerking kwam voor de doodstraf, leed geen twijfel, aldus rechter John Vigil in de Amerikaanse staat Colorado. “Maar jury’s die hun toevlucht nemen tot bijbelteksten hebben geen plaats in een grondwettelijk doodstrafprocedure,” meende hij.
De verdachte in de zaak was in 1995 schuldig bevonden aan ontvoering, verkrachting en moord. Toen de jury moest beslissen of hij daarvoor de doodstraf verdiende, lazen sommige leden briefjes voor met onder meer een tekst uit het bijbelboek Leviticus: ‘Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben; gelijk als hij gedaan heeft, zo zal ook aan hem gedaan worden: Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; gelijk als hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden.’
Volgens de rechter waren de teksten voorgelezen met het doel andere juryleden te sturen. “Deze passages schrijven voor moord de doodstraf voor,” aldus de rechter — een instructie die verder ging dan de wet.
De verdediging, die geruchten over het voorlezen van de teksten had aangegrepen voor het beroep, reageerde tevreden. Maar het Openbaar Ministerie kondigde aan in beroep te zullen gaan, omdat onbewezen zou zijn dat de bijbelteksten daadwerkelijk juryleden hebben beïnvloed.
De zaak is een van vele waarin Amerikaanse rechters de scheiding tussen kerk en staat moeten verdedigen. Al eerder werden vonnissen vernietigd omdat juryleden bijbels hadden meegenomen naar de vergaderkamer. Vorig jaar zorgden federale rechters in Californië voor landelijke opwinding door een verwijzing naar ‘god’ in de eed op de vlag, dagelijks door miljoenen schoolkinderen afgelegd, ongrondwettelijk te verklaren.