‘Dr Hope,’ werd hij genoemd, en even was hij in de VS een nationale held. Nu staat student Yung-Kang Chow weer met beide benen op de grond: de geruchtmakende uitkomst van zijn proef, die hoop gaf op een effectieve behandeling tegen aids, berustte op een fout.
DE BELANGSTELLING voor een experimentele behandeling met de ‘anti-aidscocktail’ van Yung- Kang Chow was, na de uitbundige aandacht die de medicijnenstudent in februari in de Amerikaanse media ten deel viel, overweldigend. Zo groot was de toeloop, dat de National Institutes of Health het aantal deelnemers ijlings verdubbelde tot vierhonderd. Nauwelijks een maand na de publikatie in Nature, en nog voordat de opmerkelijke resultaten door andere onderzoeksgroepen konden worden bevestigd, ging het groot opgezette klinische experiment al van start.
Inmiddels hebben de vierhonderd proefpersonen een brief gekregen, waarin wordt uitgelegd dat hun vier maanden oude behandeling is gebaseerd op een theorie zonder bewijs – het enige bewijs dat beschikbaar was, bleek te berusten op een pijnlijke fout in het laboratorium. Maar de proefpersonen is gevraagd niet te stoppen met de behandeling, omdat niet is uitgesloten dat de drie middelen uit de ‘cocktail’ toch beter werken dan zidovudine (AZT) alleen.
De Amerikaanse variant van de ‘Buck-affaire’ begon afgelopen februari. Het tijdschrift Nature publiceerde toen een artikel van de 31-jarige Chinese medicijnstudent Yung-Kang Chow en zijn begeleiders Martin Hirsch en Richard D’Aquila, werkzaam aan de Harvard-universiteit in Boston.
De onderzoekers zeiden bewijs te hebben gevonden dat via een fundamenteel nieuwe benadering, door hen ‘convergente combinatietherapie’ genoemd, het aidsvirus definitief in bedwang kan worden gehouden. Terwijl het virus voor bijna elk afzonderlijk middel ongevoelig wordt, zou een mix van drie middelen, alle gericht tegen het zelfde virus-eiwit, ‘reverse-transcriptase’ geheten, het ontstaan van resistentie onmogelijk maken. Die aanpak ging in tegen de heersende wijsheid dat bij infectieziekten combinaties worden ingezet van middelen die zich richten op verschillende onderdelen van de ziekteverwekker. Maar bij aids, redeneerden Chow en in zijn voetspoor zijn begeleiders, zou het omgekeerde kunnen gelden. Door drie middelen tegelijk op één stukje te richten, zouden de drie aanpassingen tezamen het virus fataal kunnen worden – het zou zichzelf ‘doodmuteren’. Tot hun grote vreugde hield de theorie in de reageerbuis stand: na toediening van drie middelen – AZT, ddI en pyridinone – verdween het virus uit de celkweek, en kwam zelfs na elf weken niet meer terug. Virusdeeltjes die ervoor werden geanalyseerd, vertoonden precies de vier mutaties die horen bij de ongevoeligheid tegen de afzonderlijke middelen.
Nog voordat de resultaten van het onderzoek waren gepubliceerd, startten de National Institutes of Health, de koepel van federale onderzoeksinstituten op het gebied van de volksgezondheid, de voorbereidingen voor een experiment met proefpersonen. Tweehonderd deelnemers zou de proef tellen, om uit te zoeken of ze de combinatie van AZT, ddl en pyridinone zonder grote bijwerkingen konden verdragen.
Na de publikatie in Nature raakten de zaken in Boston in een stroomversnelling. De universiteit meldde de pers dat de onderzoekers wellicht de ‘achilleshiel’ van het aidsvirus hadden gevonden. De Amerikaanse pers, gesteund door de goede reputaties van Nature en de Harvard-universiteit, was niet meer te houden, en Chow was niet van het televisiescherm weg te slaan. Bedeesd poserend in het laboratorium waar hij zijn ontdekking had gedaan, herhaalde hij telkens bereidwillig hoe hij de ingeving thuis aan de eettafel had gekregen – ‘een soort Eureka’.
Binnen enkele dagen was Chow een Amerikaanse ster. Aidspatiënten kregen even uitzicht op een effectieve behandeling, en waren ‘dr Hope’ diep dankbaar. Chows jeugdjaren in Taiwan, Libië en Malta kregen uitgebreid aandacht, en in gesprekken over het succes van Aziatische studenten op Amerikaanse universiteiten dook als vanzelf de naam Chow op.
Twijfel
De eerste twijfel aan de resultaten kwam in Nederland aan het licht. Voorafgaand aan de Internationale Aidsconferentie in Berlijn in juni spraken in Noordwijk aidsonderzoekers over het vermogen van het virus om ongevoelig te worden voor elk medicijn dat tegen hem wordt ingezet. Daar bleek dat andere onderzoekers was gelukt wat Chow en Hirsch niet voor elkaar kregen: een virus te vinden dat een combinatie van AZT, ddl en pyridinone overleeft. Sterker nog: wanneer zij zelf een virus namaakten dat zich volgens de theorie van Chow had ‘doodgemuteerd’, bleek die nog heel levensvatbaar te zijn.
Chow, die in Noordwijk ook van de partij was, geloofde op dat moment nog in zijn gelijk, en kwam met nieuwe gegevens die zijn theorie moesten steunen.
De twijfel in het laboratorium in Boston nam toe, toen in de reageerbuizen daar na twintig tot dertig weken toch weer virussen opdoken. Het hele experiment werd overgedaan. Toen pas bleek, dat de eerste keer te vroeg was gejuicht. Naast de vier verwachte mutaties, behorend bij ongevoeligheid voor de drie middelen, was nog een vijfde mutatie opgetreden, die niets met de gebruikte medicijnen te maken had. Het was die vijfde, onbekende mutatie die het virus had uitgeschakeld, en niet de eerste vier, zoals de onderzoekers op grond van hun theorie te snel hadden aangenomen.
Vorige week kwam de pijnlijke fout via de New York Times naar buiten, en inmiddels zijn de verontschuldingen en rectificaties op de bus. Opmerkelijk aan de zaak-Chow zijn de overeenkomsten met de Nederlandse Buck-affaire, drie jaar geleden. Ook toen ‘garandeerden’ de reputaties van de onderzoekers en het wetenschappelijke tijdschrift de betrouwbaarheid van de resultaten. Ook toen waren er collega’s die de uitkomsten niet rijp vonden, maar leidde hevige concurrentie tussen onderzoekers en tijdschriften toch tot publikatie. Ook toen wekten onderzoekers in eerste instantie overspannen verwachtingen, en verloor de pers zich korte tijd in een persoonlijkheidscultus waarin de wetenschapper naar voren kwam als een geniaal doch nederig mens, die in alle bescheidenheid de lof voor de redding der mensheid afwachtte.
Maar er zijn ook interessante verschillen. Terwijl in 1990 het Amerikaanse tijdschrift Science het startschot gaf, was nu de beurt aan de Britse rivaal Nature. Anders dan in Nederland, waar Buck de eer geheel voor zichzelf opeiste, hielden de hoofdverantwoordelijken in Boston zich op de achtergrond – hoe zou het Buck zijn vergaan, wanneer niet hijzelf maar een van zijn promovendi naar voren was geschoven? In Boston zijn nog geen interne spanningen aan het licht gekomen, evenmin zijn er aanwijzingen dat onderzoeksuitkomsten stelselmatig zijn genegeerd. Waar in het geval-Buck de zaak eerst via de pers aan het rollen kwam, zorgden in dit geval controle-proeven door collega-onderzoekers voor een snelle correctie.
Het opmerkelijkste verschil is wel, dat de Amerikaanse gezondheidsautoriteiten kennelijk onder veel grotere druk staan onderzoeksuitkomsten snel om te zetten in klinische experimenten. Een experiment met tweehonderd patiënten was al opgezet voordat het artikel was verschenen – in Nederland bleef het tot vorige week nog bij plannen in die richting. Vier maanden na de start van hun behandeling krijgen de vierhonderd proefpersonen te horen dat het bewijs voor de werkzaamheid van de hun toegediende cocktail berust op een fout. Voorlopig zullen de meesten van hen niet stoppen, want ook zonder bewijzen houden onderzoekers goede hoop dat drie middelen meer doen dan een of twee.