Menu Close

Amerikaanse helden overzee

Recensie: Band of Brothers (2001)

Toen producent Steven Spielberg en acteur Tom Hanks drie jaar geleden hun Oscar-winnende D-Day-film Saving private Ryan voltooiden, hadden ze de smaak goed te pakken. Beiden waren gegrepen door het verlangen de helden van hun ouders’ generatie te eren nu het nog kan. En beiden waren ervan overtuigd dat een historisch verantwoorde dramaserie over gewone soldaten dat doel het dichtst zou benaderen.

Het was dus niet toevallig dat de filmmakers het oog lieten vallen op het werk van Stephen Ambrose, een schrijver/historicus die zich al zijn leven lang bezig houdt met het uithoren van vele honderden Amerikaanse oorlogsveteranen, en wiens boeken hoog op bestsellerslijsten eindigen.

Na enige discussie kozen Spielberg en Hanks voor Band of Brothers, gepubliceerd in 1992. Het was de nauwkeurige reconstructie van alle ervaringen van één Amerikaanse parachutisten-compagnie die, gedropt in Normandië, uiteindelijk hielp Hitlers hoofdkwartier in Berchtesgaden te veroveren. Ambrose zelf noemde het boek een ‘groepsproduct’, omdat het manuscript door alle nog levende veteranen op juistheid werd gecontroleerd.

Afgelopen september, twee dagen voordat Amerika door aanslagen in een nieuwe oorlog zou worden gedompeld, ging het resultaat er op kabeltv-kanaal HBO in première. Een epos in tien delen is het geworden, met een budget van ruim 120 miljoen dollar de duurste oorlogsverfilming ooit gemaakt.

Band of Brothers volgt de belevenissen van Easy Company, oftewel de E-compagnie van het 506-de regiment van de 101-ste Amerikaanse luchtlandingsdivisie. De circa 150 soldaten, jonge blanke vrijwilligers, werden vanaf 1942 uitgekozen om mee te doen aan een Amerikaans experiment: het op grote schaal droppen van elite-troepen achter vijandelijke linies.

Na bijna twee jaar training breekt in 1944 D-Day aan — voor de mannen van Easy Company het begin van een helse tocht door Europa. Vanuit Normandië, waar zware verliezen worden geleden, gaat het naar België, dan door naar Eindhoven. De feestelijke intocht daar gaat vooraf aan een taai beleg in de Betuwe, nadat de inname van Arnhem is mislukt. Dan volgt een barre winter in de Ardennen, waar Duitse legers dreigen door te breken. De overwinning brengt de compagnie uiteindelijk naar Beieren, waar ze niet alleen Hitlers ‘Adelaarsnest’ inneemt maar ook een klein concentratiekamp ontdekt.

Van de 150 jonge mannen die boven Normandië uit een vliegtuig sprongen, is het grootste deel dan al gewond of gesneuveld. Zo snel is de doorstroming van verse recruten, dat de geharde overblijvers moeite doen om hun namen niet te leren kennen.

Spielberg en Hanks brengen de rauwe ervaringen van Easy Company waarschijnlijk eerlijk in beeld. Tegenover veel heldenmoed en hechte kameraadschap trekken afgrijselijke wonden, zinloze doden en blunderende commandanten op het scherm voorbij. Ook Amerikanen blijken soms krijgsgevangenen te executeren, en élke soldaat, geallieerd of Duits, blijkt zonder terughoudendheid verlaten huizen te plunderen.

Om de authenticiteit van de serie te versterken, lieten de makers dan ook weinig na. Zestig acteurs werden twee weken lang gedrild door een oud-officier — een cruciale ervaring, vond Hanks, die voor Saving private Ryan het zelfde lot had ondergaan; ze overlegden met de inmiddels bejaarde soldaten die ze vertolken én met hun medestrijders van weleer. Op de verlaten Britse legerbasis die diende als decor, bouwden de producenten heuse Hollandse dijken.

Om de kijker van al dit realisme te doordringen, gaan korte interviews met veteranen zelf aan de meeste afleveringen vooraf. De serie is bovendien zo levensecht, dat de gebeurtenissen vaak even verwarrend zijn als destijds voor de soldaten: nooit doet de camera voor de overzichtelijkheid een stapje terug, en tal van karakters verdwijnen even geruisloos van het toneel als ze zijn verschenen.

Mede daarom vond Band of Brothers, alle kosten en moeiten ten spijt, in de Verenigde Staten niet het megapubliek dat was verwacht: gemiddeld acht miljoen Amerikaanse huishoudens keken — niet erg veel meer dan de vijf miljoen Britten die de eerste uitzending zagen. Misschien voelen Europeanen zich nauwer betrokken bij een oorlog op hun grondgebied — maar misschien hadden Amerikaanse kijkers in de weken na 11 september ook andere prioriteiten.