Door het verzamelen van grote hoeveelheden informatie hoopt het Amerikaanse leger op één punt te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt: het uitbreken van een onbegrijpelijk Golfoorlog-syndroom.
Het lijkt een onontkoombaar gegeven van elke oorlog: tien tot twintig procent van de soldaten die het slagveld ogenschijnlijk ongeschonden verlaten, storten in de jaren erna alsnog psychisch en/of lichamelijk in elkaar.
Toen in 1865 de kruitwolken van de Amerikaanse burgeroorlog waren opgetrokken, hadden veel veteranen volgens hun artsen last van een ‘soldatenhart’. Vijftig jaar later, tijdens de Eerste Wereldoorlog, stuurden Britse legerartsen trillende rekruten naar huis wegens shell shock. De Tweede Wereldoorlog kende combat fatigue. Het duurde tot de Vietnam-oorlog tot de psychiatrische handboeken officieel melding maakten van een nieuw ziektebeeld: het ‘post-traumatisch stress-syndroom’ (PTSS) werd voortaan gebruikt om een lange rij algemene maar hardnekkige klachten van veteranen te rubriceren, waaronder moeheid, spierpijnen, hoofdpijn, vergeetachtigheid, huidirritaties, slapeloosheid, diarree, kortademigheid, buikpijn en concentratiestoornissen.
De periode na de Eerste Golfoorlog neemt een bijzondere plaats in. Zelden werden veteranen met lichamelijke klachten zó uitgebreid onderzocht, en zelden leverde zoveel onderzoek zo weinig op. Aan Amerikaanse kant telde de oorlog 650 doden en gewonden, maar in de jaren erna meldden 90.000 soldaten zich ziek. De veteranen gaven de schuld aan zenuwgassen en pesticiden uit opgeblazen pakhuizen, verdampt uranium uit antitankgranaten, tabletten die werden geslikt bij een dreigende gasaanval, vaccins, insecticiden, roet uit brandende oliebronnen en wat al niet meer. Maar ondanks een budget van ruim tweehonderd miljoen dollar konden wetenschappers geen enkele theorie bevestigen. Duidelijk werd alleen dat de kwakkelende veteranen niet vaker in het ziekenhuis of op het kerkhof belanden dan collega’s die thuisbleven.
Met de Tweede Golfoorlog in het vooruitzicht hebben de VS zich ook tegen een Tweede Golfoorlog-syndroom tot de tanden bewapend. Centraal in het offensief staat het verzamelen van bergen gegevens.
Van elke uitgezonden soldaat bestaat een uitgebreid digitaal medisch dossier, is bloed afgetapt en is via een korte vragenlijst de psychische en lichamelijke gesteldheid gemeten. Op de slagvelden testen vijfhonderd speciaal opgeleide soldaten voortdurend lucht, bodem en water op chemische of biologische gevaren, en geven de resultaten per satelliet direct aan computers in het vaderland door. Ook de exacte positie van elke compagnie van 150 soldaten wordt continu doorgeseind.
Deze ongekende gegevensbrij, hopen de Amerikanen, zal het mogelijk maken oorzaken van nieuwe Golfoorlog-klachten te ontrafelen. Misschien zal meer duidelijkheid zelfs klachten voorkomen. Zeker is dat spookverhalen eenvoudiger zullen zijn te weerleggen. En uiteindelijk moet het helpen de historische vraag te beantwoorden — waarom oorlogen toch zo verdomd slecht voor de gezondheid zijn.
