Menu Close

Mooi rood is niet lelijk

Signaalrood? Ferrari-rood? Of toch liever Bordeaux? Thalys-rood dan? Het waren moeilijke vragen waarover de Welstandskamer Utrecht-West zich de laatste anderhalf jaar moest buigen. En de verantwoordelijkheid woog zwaar: het betrof geen dakkapelletje, maar één van de grootste en spectaculairste gevels die Nederland binnenkort rijk zal zijn: The Wall, een multifunctioneel zalencomplex in de nieuwe Utrechtse wijk Leidsche Rijn, dat als onderdeel van een 800 meter lange en 12,5 meter hoge geluidswal dagelijks aan het oog van tienduizenden automobilisten op de rijksweg A2 voorbij zal trekken.

“Wauw, shit,” hoopt architect Fons Verheijen (VVKH) dat zij zullen zeggen – in zijn animatiefilmpjes kijken ze 29 seconden lang naar een langzaam op en neer dansende, rode streep.

Het idee om het organisch welvende dak felrood te kleuren ontstond uit balorigheid, zegt de architect: tijdens het ontwerpen wilde hij het enorme gebouw uit zijn computerscherm laten knallen. Voor de Welstandskamer was het wel even schrikken toen bleek dat de architect ‘Ferrari-rood’, zoals hij de kleur zelf noemde, in het ontwerp wilde laten staan. “Een neutrale kleur zou een gebouw van 800 meter in stukken breken,” verklaart Verheijen zijn gewaagde besluit.

Niet alleen de Welstandskamer aarzelde. Ook Peter Verschuren, van stedenbouwkundig bureau Wissing, als supervisor verantwoordelijk voor de aansluiting met het aangrenzende, grijze ‘Cockpit’-gebouw van architect Kas Oosterhuis, moest even slikken. De notulen van de kamervergadering van juni 2003 citeren zijn vrees dat ‘rood te ordinair wordt’. De supervisor pleit voor een neutrale kleur, zoals wit of zilver. “Zo’n enorm groot gebouw moet niet met een felle kleur van het dak schreeuwen: ‘kijk eens hoe ik hier opvallend sta te zijn,” verklaart hij nu zijn gedachtegang.

Maar Verheijen hield voet bij stuk: rood moest het worden – als het niet ordinair mocht zijn, dan desnoods ‘deftig, donkerrood’. Het resultaat, herinnert de architect zich, was een lastige discussie, met uitgesproken vóór- en tegenstanders en weinig in het midden. Bovendien lag er een stedenbouwkundig plan dat ‘materiaaleigen kleuren’ eiste, zéker geen rood, tenzij er ‘zwaarwegende argumenten’ waren. “Honderd kleuren, honderd meningen,” verklaart de architect achteraf het uitgebreide debat; “Als jij ‘rood’ zegt, leg ik twintig tinten op tafel.”

Voorzitter Peter Vermeulen loodste de zevenkoppige commissie echter tactvol naar een kleurencompromis. In onderling overleg mochten architect en supervisor het eens zien te worden over een ‘niet-ordinaire, maar wel stevige rode tint,’ zo beschrijft Vermeulen het commissiebesluit. “De warmte van Bordeaux, maar dan iets frisser.”

Met het compromis waren de kleurproblemen de wereld echter niet uit. Want rood, legt Verschuren uit, ‘is de meest kwetsbare kleur van allemaal.’ Zelfs rode Ferrari’s kleuren na vijftien jaar soms roze. “En niemand wil dat dit enorme gebouw er over vijftien jaar verschoten bij ligt,” aldus de supervisor.

Aanvankelijk zocht Verheijen de kleurechtheid in emaille. Na het vinden van de juiste tint (Verschuren: ‘Nee Fons, dit is toch te fel’), volgde echter de eerste tegenslag: scheurtjes in het emaille deden de onderlaag roesten. Een nieuw procédé, geanodiseerd aluminium, volgde. “Schitterend,” zegt Verschuren, “heel chique. Onder een vlakke hoek donkerrood, maar wie loodrecht kijkt, ziet een lichte, goudachtige glans.” Vlak voor afgelopen kerst werden de eerste zestien platen langs de A2 gemonteerd – waarna een nieuwe deceptie volgde. “De kleurverschillen waren te groot,” zegt Verheijen. “Het werd een dambord. We hebben de bouw stilgelegd.”

Inmiddels zoeken de twee koortsachtig naar nieuwe materialen en kleuren, want de geluidswal had eigenlijk al klaar moeten zijn. Een nieuw emailleringsprocédé mislukte, want het liet platen pardoes verschrompelen. Nu is Verheijen aanbeland bij een nieuw type autolak, met een metallic-laag van glasflinters. “Minder rood dan bordeaux, heel deftig, met een zijdeglans,” omschrijft hij zijn hopelijk definitieve keuze.

Alleen de Welstandskamer moet nog één keer overtuigd – TNO-proeven moeten aannemelijk maken dat de rode lak, zoals de fabrikant beweert, zijn zorvuldige compromis-tint tientallen jaren behoudt.

Van een afstandje heeft het Ingwer de Boer, als hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Utrecht verantwoordelijk voor het geluidswerend aankleden van snelwegen in de regio, een tikje verbaasd dat de discussie over dit ‘gedurfde, on-Nederlandse project’ uiteindelijk vooral ging over kleuren. “Maar het is goed afgelopen,” zegt De Boer, en hij voegt er geruststellend aan toe: “Het is niet ons beleid om alle wegen vrolijke kleurtjes te geven.”

Verschuren vindt het níet gek dat bij zo’n ongekend oppervlak de kleur aanleiding geeft tpt debat. Voor de architect, denkt hij, is het straks bovendien prettig te weten dat anderen hem steunden. Zelf noemt Verheijen de kleurkeuze nog steeds een ‘eenzaam beroep’. “Ik ben de architect, dus uiteindelijk bepaal ik de kleur. Dat is een grote verantwoordelijkheid. Het kan een gebouw maken of breken. En als het er eenmaal op zit, kun je het nooit meer corrigeren.”