Menu Close

Misdaad groeit vooral door politiecomputers

WIE ZIJN oor in de tram te luisteren legt, hoeft ook in Nederland niet lang te wachten op alarmerende geluiden over de toenemende onveiligheid en criminaliteit. Politici reageren, vooral in verkiezingstijd, hevig op dergelijke onrustgevoelens’: meer politie op straat, zwaardere straffen en meer cellen zijn daarvan de tastbare resultaten.

Het Parool, 25 februari 1995, p.29

Hoe staat het in werkelijkheid met de misdaad in het land? Deze week presenteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de resultaten van zijn jaarlijkse Enquête Slachtoffers Misdrijven. Conclusie: hoewel de mensen zich steeds onveiliger voelen, en de politie steeds meer diefstallen, bedreigingen, geweldsplegingen en vernielingen noteert, neemt de omvang van de criminaliteit in werkelijkheid al tien jaar niet meer toe. Tussen 1970 en 1984 was er wel sprake van een forse toename, maar sindsdien is de toestand opmerkelijk stabiel.

Dat de bevolking steeds ongeruster wordt, meet het CBS met een aantal simpele vragen, die jaarlijks aan enkele duizenden mensen worden voorgelegd. ‘Bent u bang als u ‘s avonds alleen thuis bent?’; ‘Doet u in zon geval om tien uur nog open?’; ‘Zijn er plekken in uw buurt die u ‘s avonds alleen mijdt?’

Vrouwelijke 65-plussers zijn het meest bezorgd: negentig procent doet ‘s avonds de deur niet meer zomaar open. Maar vrouwen tussen de 15 en 29 jaar voelen zich evenmin lekker als de bel gaat: minder dan de helft van hen opent de voordeur.

Mannen tussen de 50 en 65 zijn het meest onverschrokken – slechts één op de tien is bang alleen thuis, en een op de drie laat een onverwachte gast op de stoep staan.

De onrustgevoelens houden weinig verband met slechte ervaringen, weet het CBS. Terwijl jongeren het meeste risico lopen te worden beroofd, bedreigd of bestolen, voelen juist ouderen zich het onveiligst.

Al die onrust zou weleens verband kunnen houden met berichten in de media – die bijvoorbeeldjaar in jaar uit melden dat de politie steeds meer criminaliteit registreert. Tussen 1980 en 1992 verdubbelde het aantal door politieagenten genoteerde misdaadgevallen.

Wie echter op zoek gaat naar de slachtoffers van al die nieuwe vergrijpen, zoekt tevergeefs: in zijn jaarlijkse steekproeven treft het CBS al tien jaar lang een vrijwel gelijkblijvend aantal slachtoffers aan. Omgerekend naar de Nederlandse bevolking rapporteren zij ongeveer 7 miljoen delicten, en dat aantal is sinds 1984 nauwelijks veranderd.

De verklaring voor het verschil is, aldus de CBS-onderzoekers, dat sinds 1984 veel misdaad wordt vastgelegd die vroeger buiten de politiebestanden bleef. Op de politiebureaus staan nu snorrende computers in plaats van roestige schrijfmachines, en de centrale verwerking van al die extra processen-verbaal is bovendien sterk verbeterd. Tel daarbij op dat politie-agenten de neiging blijken te hebben hetzelfde vergrijp in de loop der jaren steeds zwaarder te rubriceren, en het raadsel is opgelost: de toename van de misdaad is in feite een daling van de onbekende misdaad.

Politici die het gevoel van veiligheid willen vergroten, kunnen zich dus tot een even effectieve als goedkope maatregel beperken: vervang alle politiecomputers weer door schrijfblokken, en u moet eens zien hoe snel de criminaliteit daalt.

Related Posts