Gerard van Wattum, eerstejaars kamerbewoner
Moeders kloppen stofdoeken uit. Vaders parkeren de wagen zo goed en zo kwaad als dat gaat voor de deur en laden bedden, onderbroeken en afwaskwasten uit. Vele honderden eerstejaars studenten worden deze maand weer in het diepe gegooid. Zij gaan ‘op kamers’.

Gerard van Wattum, negentien jaar oud en eerstejaars student Biologie, woont al sinds juli op een kamer in het zuiden van de stad. Het is een mooi vertimmerde zolderkamer van zo’n 4 meter in het vierkant, met uitzicht op de (’s avonds fraai verlichte) flats aan de Helperzoom.
Met z’n grote ramen, centrale verwarming en gebruik van keuken en douche heeft Gerard het waarschijnlijk aardig getroffen. ’’Ja, ik heb wel geboft geloof ik. Een vriend van mij had een advertentie gezet in de Gezinsbode, en heeft vijf adressen naar mij doorgespeeld. Daar heb ik toen de beste uit kunnen zoeken.” Daarbij speelde natuurlijk ook een rol dat dit al in juni gebeurde. Hij betaalt nu 300 gulden per maand, en daar zit alles bij in. Zijn huisbaas wil hem alleen geen huurcontract geven. “Het is een echte uitzuiger.”
Studentenkamer
De kamer bezit al die kenmerken die een vertrek tot een studentenkamer plegen te maken. Een studeer- dan wel eettafel, een zithoekje, een bed en een grote kast. Het geheel oogt redelijk opgeruimd. Op de tafels kleine ontluikende stekjes, die het vertrek bij afstuderen het aanzien van een jungle kunnen geven. (’’Anders is het zo saai !’’) Tegen het plafond een bordje met VERBODEN TOEGANG, waarschijnlijk onwettig verwijderd van de openbare weg. En natuurlijk een stereo-installatie, verfrissend weinig modern dit keer, met een bescheiden platenvoorraad. En over platen gesproken: op de witte muur prijken twee grote schilderingen van zijn eigen hand, geïnspireerd op platenhoezen van Pink Floyd en Depeche Mode.
“Op mijn kamer in Stadskanaal had ik ook een paar van dat soort tekeningen op de wand. Het is helemaal niet moeilijk om te doen, gewoon een kwestie van opmeten.”
De inrichting heeft hem trouwens niets gekost: De zolder van het ouderlijk huis, ooms, tantes en kennissen konden in vrijwel alle behoeften voorzien. “Alleen de koelkast, die hebben m’n ouders voor me gekocht.”
Voor veel eerstejaars is het alleen gaan wonen een grote stap, met onbekende afloop. Ziet hij er niet tegen op ? ’’Nee, daar zie ik helemaal niet tegenop. Met de vakantie was ik al in de stad, omdat ik al sinds mei thuis had gezeten, wat soms wrijvingen gaf. Er was niks te doen hier in Groningen, dus ik sliep lang uit, begon