Opnieuw heeft een rechter een dikke spaak in het wiel gestoken bij de pogingen van de Amerikaanse regering om Al-Quaeda-verdachten niet te behandelen als krijgsgevangenen, en ze te berechten door militaire commissies.
Maandag oordeelde rechter James Robertson in Washington dat het besluit om een gevangene de status van ‘krijgsgevangene’ te onthouden, volgens het Verdrag van Genève, moet worden genomen door een onafhankelijke instantie. Zolang dat niet is gebeurd, zei Robertson, moeten de gevangenen worden beschouwd als krijgsgevangenen, met recht op volwaardige krijgsraden, onbeperkte toegang tot advocaten en inzage in bewijsmateriaal — niet de rommelige en deels geheime procedures waaraan ze nu worden onderworpen.
Het oordeel dat in Afghanistan opgepakte verdachten ‘vijandelijke strijders’ zijn, en geen krijgsgevangenen, kwam in eerste instantie van president Bush. Deze zomer begonnen militaire commissies het presidentiële oordeel te bevestigen. Volgens Robertson kunnen deze commissies echter niet als onafhankelijk worden beschouwd.
De uitspraak legt een bom onder het juridische bouwwerk in Guantánamo Bay — reden voor de Amerikaanse regering om direct met spoed in beroep te gaan.