Menu Close

‘You have the right to remain silent…’

Legendarische waarschuwing komt onder vuur

Om hen te beschermen tegen agressieve politieverhoren, krijgen verdachten in de Verenigde Staten voor hun ondervraging vier beroemde zinnen voorgelezen. Maar tot schrik van zowel advocaten als aanklagers staat dit ‘grondrecht’ plotseling op de tocht.

Het eerste wat hij zou doen als hij tot president van de Verenigde Staten zou worden beëdigd, zei de aartsconservatieve politicus Pat Buchanan afgelopen herfst tijdens een verkiezingsdebat, was dit: ‘Ik zou me omdraaien naar Bill Clinton, en ik zou zeggen: ‘Sir, you have the right to remain silent.’

Een bulderende ovatie was zijn deel. Geen van de aanwezigen in de zaal ontging de bedoeling van de strikt genomen raadselachtige woorden. Ze vormen de eerste van vier regels die onder juristen bekend staan als de ‘Miranda-waarschuwingen’, symbool bij uitstek voor de bescherming van de grondwettelijke rechten van verdachten in het Amerikaanse rechtsysteem. Agenten kennen ze uit het hoofd, maar dankzij een overvloed aan politieseries dreunt ook elke Amerikaanse tiener gemakkelijker de vier Miranda-waarschuwingen op dan Nederlandse leeftijdsgenoten de eerste regels van het Wilhelmus.

Maar het marmeren voetstuk begint te scheuren. Eerder dit jaar veroordeelde een beroepscollege voor vijf oostelijke staten onverwacht een bankrover aan wie zijn rechten niet waren voorgelezen. En vorige maand, drieëndertig jaar nadat de heilige regels door het nationale hooggerechtshof werden vastgesteld, kondigde dat zelfde Federal Supreme Court aan de zaak opnieuw te zullen overwegen.

Tot verbijstering van bijna de gehele juridische gemeenschap, van advocatuur tot openbaar ministerie, van hoofdagent tot minister van Justitie, lijken de laatste dagen van de legendarische waarschuwingen geteld. ‘You have the right to remain silent’ kan binnenkort op de politieschool een nieuwe betekenis krijgen.

De turbulente geschiedenis van de Miranda-waarschuwingen begon in 1964, met een uitspraak van het Amerikaanse hooggerechtshof in de zaak Escobedo versus de staat Illinois. Escobedo, een 22-jarige Mexicaan die verdacht werd van de moord op zijn zwager, had volgens het Supreme Court voor zijn politieverhoor te horen moeten krijgen dat hij recht had op bijstand van een advocaat. Maar hoe en wanneer die mededelingen moest worden gedaan, dat bleef nog onvermeld.

Dat er iets moest gebeuren om de rechten van verdachten beter te waarborgen, stond zeker voor advocaten op dat moment vast: natuurlijk maakte de politie al driftig gebruik van de ‘normale’ psychologische tactieken om verdachten te verleiden hun daad te bekennen: liegen dat er al getuigen en vingerafdrukken zijn gevonden, en suggereren dat een bekentenis tot mildheid bij de strafmaat leidt — het behoorde toen en nu tot de standaardtrukendoos. Maar in het Amerika van de zestiger jaren ging menig ordebewaker een stapje verder: geweld tijdens het verhoor, of dreiging met geweld, was aan de orde van de dag.

Steeds vaker ontstond gerede twijfel aan de vraag of bekentenissen ‘vrijwillig’ waren afgelegd — en het aantal voorbeelden groeide van verdachten die hun daad na lang aandringen hadden opgebiecht, maar achteraf volstrekt onschuldig bleken.

In een poging om aan die praktijken een einde te maken, ging het Supreme Court, voorgezeten door de als verstokte ‘liberal’ bekend staande opperrechter Earl Warren, daarom twee jaar later nog een stap verder.

In 1966 verwierp het hof, met een nipte meerderheid van vijf stemmen tegen vier, de veroordeling van Ernesto Miranda, een 21-jarige man die een geestelijk gehandicapt meisje had ontvoerd en verkracht. Miranda, herkend tijdens een Oslo-confrontatie, tekende een bekentenis, zonder dat hem was verteld dat hij daartoe niet verplicht was. Het hooggerechtshof vond dat de verdachte uitgebreid had moeten worden gewezen op zijn grondwettelijke recht om niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling, en besloot een duidelijke streep te trekken tussen wat geoorloofd was om verdachten te verleiden tot een bekentenis en wat voortaan zou gelden als ontoelaatbare dwang.

Elke verdachte die wordt onderworpen aan een verhoor, aldus het Supreme Court, heeft vooraf recht op ten minste de volgende waarschuwingen: “You have the right to remain silent. Anything you say can and will be used against you in a court of law. You have the right to consult with a lawyer and to have the lawyer present with you during questioning. If you cannot afford a lawyer, one will be appointed for you. You may choose to exercise these rights at any time.”

De uitspraak leidde tot felle reacties. Aanklagers, politiechefs en conservatieve politici betoogden om het hardst dat het onmogelijk zou worden verdachten hun daad nog te laten bekennen. Het Angelsaksische rechtssysteem, waarin die bekentenis een relatief belangrijke rol speelt, zou een groot wapen uit handen zijn geslagen in de strijd tegen de misdaad.

Het verzet leidde ook tot politieke actie: in 1968, twee jaar na de uitspraak in Miranda v. Arizona, nam het Amerikaanse congres bij gewone meerderheid een wet aan die de noodzaak van Miranda-waarschuwingen herriep. In plaats daarvan schreef de wet een breder onderzoek voor naar de vraag of een bekentenis echt vrijwillig is verkregen.

De wet bleef echter zonder gevolgen. Achtereenvolgende regeringen weigerden hem uit te voeren, omdat de uitspraak van het hooggerechtshof werd beschouwd als grondwettelijk: een gewone parlementaire meerderheid was niet genoeg om hem te herzien.

Dus kregen agenten voortaan kaartjes mee met de tekst die voor elk verhoor moest worden voorgelezen. Vergeten werd een doodzonde, want nietigverklaring van alle informatie uit het verhoor was het onvermijdelijke gevolg.

Dat gebeurde bijvoorbeeld in de zaak tegen Charles Dickerson, de man die in januari 1997 had bekend een hele serie bankroven op zijn geweten te hebben. Tijdens de behandeling van de zaak voor de rechtbank in Richmond, Virginia, herriep hij zijn verklaring, en maakte aannemelijk dat hem zijn rechten niet waren voorgelezen. De jury oordeelde zoals van haar werd verlangd: hoewel vrijwillig afgelegd was de bekentenis toch ongeldig, en de verdachte ging vrijuit.

Het was de zaak waar tegenstanders van de Miranda-waarschuwingen op hadden gewacht : de vrijlating van een geharde crimineel, die zijn daden bij volle verstand en zonder dwang had bekend, maar omwille van procedurefouten van politieagenten moest worden vrijgelaten.

Het openbaar ministerie had de fout erkend, en ging niet tegen de vrijspraak in beroep. Maar op verzoek van een pressiegroep van conservatieve juristen, de Washington Legal Foundation, besloot het Court of Appeals van de 4th District, een als conservatief bekend staand Hof van Beroep, de zaak toch opnieuw te overwegen. Bij gebrek aan een pleidooi van het OM diende een pleitnota van Paul Cassell, hoogleraar aan de Universiteit van Utah in Salt Lake City, als basis voor de beraadslagingen.

Cassell, voormalig aanklager, gaat al jaren tekeer tegen de Miranda-waarschuwingen, die verdachten in zijn ogen een vrijbrief geven om zich aan ondervraging te onttrekken. Cassells statistieken laten zien dat één op de vijf verdachten dat inderdaad ook doet, wat de politie in zijn ogen sterk onthandt: het percentage verhoren waarin verdachten doorslaan, is volgens de berekeningen gekelderd: van iets minder dan zestig procent vóór de geruchtmakende uitspraak, tot een kleine 35 procent nu.

Op verzoek van de pressiegroep vatte Cassell zijn bezwaren nog eens samen. Het venijn van zijn betoog zat in de staatsrechtelijke staart: de uitspraak van het hooggerechtshof, stelt Cassell, was slechts een interpretatie van de grondwet. En anders dan de grondwet zelf, kan die wel degelijk door een gewone wet worden teruggedraaid — een standpunt dat volgens hem tot in regeringskringen aanhang heeft gehad.

Tot verrassing van de Amerikaanse juristerij stelde het beroepscollege de hoogleraar begin vorig jaar in het gelijk: de vrijspraak van bankrover Dickerson werd vernietigd.

De American Civil Liberties Union (ACLU) leidt sindsdien de campagne om de waarschuwingen te behouden. ‘De Miranda-waarschuwingen hebben de politie duidelijke regels gegeven,’ aldus ACLU-woordvoerder Steven Shapiro. ‘Ze garanderen dat verdachten op hun grondwettelijke rechten wordt gewezen, en dat de politie die rechten respecteert. Dat mag niet zomaar worden afgedankt.’

Daar komt nog bij, aldus de organisatie, dat van de desastreuze gevolgen voor de rechtspraktijk uiteindelijk nooit iets is gekomen. Veertig tot vijftig procent van de verdachten, stelt de ACLU, tekent ondanks de waarschuwingen toch nog vrijwillig een bekentenis.

De bij uitstek progressieve organisatie heeft dit keer ongewone medestanders. Zo bracht een onderzoek van de American Bar Association (ABA), de Amerikaanse orde, tien jaar geleden al aan het licht dat de meeste aanklagers en rechercheurs helemaal niet verwachtten dat afschaffing van de waarschuwingen hun werk aanzienlijk zou vergemakkelijken. Die conclusie wordt onderschreven door het Amerikaanse ministerie van Justitie. Volgens justitieminister Janet Reno liggen de Miranda-waarschuwingen inmiddels ‘verankerd in de wet’, en hebben zij een ‘grondwettelijk fundament’ dat ze onaantastbaar maakt voor gewone wetgeving. Het openbaar ministerie bevindt zich in de zaak dus in een vreemde positie: samen met de bankrover die zij eerst vervolgden eisen zij nu bij het Supreme Court vernietiging van het vonnis van het Court of Appeals.

Toch ligt de zaak minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht zou lijken. Want in de praktijk van alledag, meent Anne Coughlin, hoogleraar aan de Universiteit van Virginia in Richmond, is het maar de vraag wie uiteindelijk het meest van de waarschuwingen heeft geprofiteerd.

De Miranda-regels, stelde Coughlin in een artikel in de Washington Post, waren bedoeld om de zwakste verdachten tegen al te agressieve ondervragingsstrategieën  te beschermen: arme, laag opgeleide jongeren, bijvoorbeeld. Maar in werkelijkheid, aldus de hoogleraar, is er voor die groep verdachten niets veranderd. Sterker nog: zolang agenten maar volhouden dat zij de mantra hebben voorgelezen, ligt het speelveld voor hun vrijwel open. Goed, het verhoor was dan misschien een tikje hardhandig geweest, maar hé, de verdachte wist toch dat hij er zelf een eind aan kon maken?

‘Wie gebruiken hun recht om te zwijgen of te wachten op een advocaat? De doorgewinterde misdadiger die al vaker met het bijltje heeft gehakt en de vermogende, goedopgeleide verdachte. Voor alle anderen maakt het voorlezen van die paar regels slechts deel uit van het angstaanjagende ritueel rondom een arrestatie. Als ze de woorden al horen en begrijpen, geloven ze vaak niet dat ze er echt iets aan hebben. De Miranda-waarschuwingen hebben weinig tot geen effect op waarvoor ze bedoeld waren: de bescherming van de zwakste verdachten,’ aldus Coughlin.

Haar conclusie is even hard als verrassend: de rechterkant van het politieke spectrum zou Miranda eigenlijk moeten omarmen, en juist links Amerika zou moeten aandringen op bredere criteria voor onvrijwillige bekentenissen, in plaats van de rituele waarschuwingen te handhaven als vrijbrief voor overijverige ondervragers.

Wellicht dat het Supreme Court nog handig gebruik zal maken van deze interessante wending in het debat — het biedt immers de kans om de grote politieke lading van de uiteindelijke uitspraak straks te nuanceren. De behandeling, die komend voorjaar begint, is toch al ingewikkeld genoeg: bij gebrek aan een partij die het vonnis van het Hof van Beroep bekrachtigd wil zien, heeft het Hooggerechtshof zich inmiddels opnieuw tot hoogleraar Paul Cassell gewend. De kracht van zijn argumenten, uit juridische praktijk en het staatsrecht, zal bepalen of de beroemdste zinnen uit het Amerikaanse strafrecht na deze zomer weer in de vergetelheid zullen raken.

Voor Ernesto Miranda zelf zal het allemaal niet meer uitmaken. Na zijn geruchtmakende vrijspraak door het Hooggerechtshof, in 1966, werd hij opnieuw berecht en veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf, op grond van een bekentenis die hij aan een vriendin had gedaan. In 1976, vier jaar na zijn voorwaardelijke vrijlating, werd hij bij een caféruzie doodgestoken.

De moord op Miranda is nooit opgelost, ook al wist de politie kort na het incident iemand te arresteren. Maar de verdachte moest al weer snel worden vrijgelaten; nadat hem zijn Miranda-waarschuwingen waren voorgelezen, besloot hij zijn kaken stijf op elkaar te houden.