Menu Close

Eerste Guantanamo-tribunalen getekend door wanorde

Met tribunalen ogend als rechtbanken probeert Amerika de wereld te overtuigen dat gevangenen op Guantanamo Bay een ‘volledige en eerlijke rechtszaak’ krijgen. Maar de eerste vier zittingsdagen, gevuld met protesten van advocaten, hebben die pogingen er allerminst gemakkelijker op gemaakt.

VOOR EEN kapitein-luitenant ter zee bij de Amerikaanse marine leken de acties van Charlie Swift, een paar weken geleden, behoorlijk gewaagd. Op één dag trok hij de capaciteiten of de onpartijdigheid van vier hogere legerofficieren ernstig in twijfel en suggereerde hij dat een (inmiddels gepensioneerde) kolonel zojuist had gejokt. Voor de beslissingen van zijn minister van defensie of de president had hij evenmin vlijende woorden.

Het was de eerste zittingsdag van de eerste Amerikaanse militaire tribunalen sinds de Tweede Wereldoorlog, gehouden op Guantanamo Bay, een stukje Cuba dat sinds 1903 door de VS als marinebasis wordt gebruikt. En militair advocaat Swift deed wat beroepshalve van hem wordt verlangd: als toegewezen raadsman van Salim Ahmed Hamdan, de Yemenitische chauffeur die Osama Bin Laden rondreed in Afghanistan deed hij alles in zijn vermogen om zijn cliënt te verdedigen.

Het optreden van Swift en zijn collega’s was ‘het enige lichtstraaltje hoop in een defect rechtssysteem dat niet te repareren valt,’ zo schreef directeur Anthony Romero van de American Civil Liberties Union (ACLU) die dag in zijn internetdagboek. Deze ‘mannen en vrouwen in uniform’, aldus Romero, ‘geloven zo hartstochtelijk in het rechtssysteem dat ze bereid zijn de rechten te verdedigen van Amerika’s meest gehate verdachten. Zij zijn David in de strijd tegen Goliath.’

Het heldhaftige optreden van legeradvocaten tijdens de eerste week van de militaire tribunalen tegen Al Quaida- en Taliban-verdachten heeft het wereldwijd wantrouwen tegenover hun behandeling allerminst weggenomen. Integendeel: het vuurwerk van de advocaten heeft, ironisch genoeg, alleen maar meer zwakke plekken in het systeem blootgelegd.

Twijfels

‘Laat er geen twijfel over bestaan,’ zei de Amerikaanse defensieminister Donald Rumsfeld in maart 2002, toen hij de eerste versie van de regels rond de tribunalen bekend maakte. ‘Deze commissies zullen oprechte, eerlijke en onpartijdige processen voeren.’ Maar ondanks de vurige wens van de minister riepen zijn regels weinig anders op dan, inderdaad, diepe twijfels.

In bijna alle opzichten vormen de tribunalen een juridisch experiment, losgezongen van bestaande regels en tradities, ook die van het militaire recht, in de Verenigde Staten vastgelegd in de Uniform Code of Military Justice. Een van de weinige onderdelen die recht overeind bleven was het principe dat gedaagden onschuldig worden geacht tenzij hun schuld boven redelijke twijfel wordt aangetoond. De stevigheid van die garantie is echter onduidelijk, aangezien de Amerikaanse president uitkomsten van het tribunaal naast zich neer kan leggen, en zelfs vrijgesproken verdachten levenslang kan blijven vasthouden.

De commissie zelf is een verwarrend mengsel van rechter en jury. Ze bestaat uit zes legerofficieren van wie alleen de voorzitter, een gepensioneerde militaire rechter, een juridische achtergrond heeft.

De bewijsvoering is aan weinig regels gebonden. De commissievoorzitter mag alle bewijsmateriaal toelaten dat ‘informatief’ is — inclusief bewijs dat werd verkregen door verdachten of getuigen onder druk te zetten. (Het leger heeft er geen geheim van gemaakt een keur aan psychologische, soms ook fysieke drukmiddelen te hebben ingezet tijdens verhoren op Guantanamo Bay.) Bewijsmateriaal kan ‘beschermd’ worden verklaard in verband met de nationale veiligheid, en daarmee zelfs in samenvatting ontoegankelijk gemaakt voor verdachten en hun eventuele civiele raadslieden. Getuigen mogen omwille van hun veiligheid geheel of gedeeltelijk worden afgeschermd, wat het mogelijkheid maakt dat beklaagden worden veroordeeld op basis van verklaringen die zij niet mogen zien, gedaan door personen wiens identiteit zij niet mogen kennen.

Elke verdachte krijgt ten minste één militaire advocaat toegewezen, en mag daarnaast op eigen kosten civiele Amerikaanse advocaten inhuren. Die advocaten worden gescreend en moeten zich onderwerpen aan speciale regels. Zo verklaren zij te begrijpen dat zij waarschijnlijk nauwelijks contact met hun cliënt zullen hebben, dat ze noch met de cliënt noch met buitenstaanders over geheim bewijsmateriaal mogen spreken en dat gesprekken met hun cliënt kunnen worden afgeluisterd om inlichtingen te vergaren of bewijs tegen andere beklaagden te verzamelen.

De regels zijn dermate restrictief dat de National Association of Criminal Defense Lawyers (NACDL), een Amerikaanse vereniging van bijna elfduizend strafpleiters, een jaar geleden unaniem concludeerde dat het ‘onethisch is voor een strafrechtadvocaat om een persoon te verdedigen voor deze militaire tribunalen, omdat de opgelegde voorwaarden het onmogelijk maken een deugdelijke of ethische verdediging te voeren.’ De vereniging zei wel leden die het toch wagen niet te zullen veroordelen, zolang ze hun beperkte mogelijkheden gebruiken om vrijwel alle aspecten van de procedure aan te vechten.

Incompetentie

Dat was precies wat de raadslieden voor de eerste vier aangeklaagde verdachten deden, na eerder de processen reeds als onwettig en oneerlijk te hebben aangevochten bij civiele rechtbanken in Washington.

Dag 1 was voor Bin-Laden-chauffeur Hamdan, die zelf weinig meer deed dan met klem vragen om een assistent voor zijn eenzaam zwoegende advocaat. Het verzoek werd niet ingewilligd, maar advocaat Swift trok desondanks alles uit de kast. Hij wraakte vijf van de zes leden van de commissie, inclusief de voorzitter, wegens incompetentie of mogelijke partijdigheid. Eén commissielid wist niet zeker wat de Geneefse Conventie was; bijna alle commissieleden bleken persoonlijk bij operaties in Afghanistan betrokken, als inlichtingenofficier, als kanonnier of als transporteur van gevangenen naar Cuba.

De voorzitter werd het zwaarst onder vuur genomen. Zo zou hij al voor het proces tegen aanklagers hebben gezegd dat Guantanamo-verdachten in zijn ogen geen recht hebben op een ‘snel proces’. (De meeste verdachten zitten al jaren vast zonder aanklacht.) De voorzitter ontkende, maar Swift bleek te beschikken over een opname van het gesprek.

Dag 2 was voor de verdachte David Hicks, een jonge, tot moslim bekeerde Australiër die in Kosovo, Kashmir en Afghanistan meevocht met islamitische strijdgroepen. Zoals vele gedetineerden werd hij in Afghanistan opgepakt door troepen van de Noordelijke Alliantie en in ruil voor geld aan de Amerikanen overgedragen. Hicks beschikt naast twee militaire raadslieden ook over een civiele strafpleiter — een van de inmiddels tientallen Amerikaanse advocaten die zich, grotendeels pro bono, inzetten voor Guantanamo-zaken, en die deze zomer hun eerste succes boekten toen het Supreme Court bepaalde dat de gevangenen rechten hebben vanwege de Amerikaanse Grondwet.

Ook Hicks’ advocaten kwamen met onthullingen over de commissievoorzitter — en wel over zijn warme relatie met de gepensioneerde generaal die vanuit Washington zowel aanklagers als commissieleden benoemde, en ook tijdens en na het proces als supervisor optreedt. De voorzitter was te gast geweest op de bruiloft van de zoon van de generaal, zo bleek onder meer.

Dag 3 leverde volgens getuigen vooral chaotische taferelen in de rechtszaal op. Verdachte Ali Hamza Ahmed Sulayman al Bahlul, uit Yemen, wordt ervan beschuldigd dat hij, op verzoek van Osama Bin Laden, een wervingsvideo voor Al Quaida vervaardigde. Toen Al Bahlul in het Arabisch spontaan verklaarde lid van Al Quaida te zijn, werd hij door de officiële tolk verkeerd vertaald. (De verslaggever van het Arabische tv-station Al Jazeerah leverde de juiste vertaling.) De commissievoorzitter kapte de verdachte af toen hij de woorden ’11 september’ hoorde, en instrueerde de overige commissieleden, naar echter later bleek foutief, dat de bekentenis niet gold als bewijs. De verwarring en de vertaalproblemen namen nog verder toe nadat Al Bahlul had meegedeeld zichzelf te willen verdedigen, een verzoek dat (hoewel uitdrukkelijk in strijd met de regels) in beraad werd genomen.

Dag 4 was bedoeld voor verdachte Ibrahim Ahmed Mahmoud al Qosi uit Soedan, volgens de aanklacht een sleutelfiguur in Al Quaida’s financiën. Zijn zaak werd echter verdaagd omdat de toegewezen militaire advocaat pas twee dagen voor de zitting uitsluitsel kreeg over haar rol.

Wanverhouding

Alles bij elkaar rees niet het beeld op van een doortimmerde, gebalanceerde en eerlijke procedure. Integendeel. “De regels veranderen voortdurend of worden gaandeweg bedacht,” zei majoor Mark Bridges, één van de militaire advocaten, voor een Amerikaans radiostation.

Ook waarnemers namens vier burgerrechtenorganisaties, die waren uitgenodigd de eerste procesdagen te komen volgen, toonden zich na afloop allesbehalve overtuigd. De vier organisaties, waaronder Amnesty International, riepen de Amerikaanse regering op de tribunalen onmiddellijk te staken en te vervangen door een juridische procedure die wél kan zorgen voor een eerlijk en onpartijdig proces.

Als grootste problemen noemden de vier de afwezigheid van beroep buiten de militaire hiërarchie, de regels rond bewijsvoering die verdachten op achterstand zetten, en de samenstelling van de commissie, die naar zij vrezen tot gevolg zal hebben dat juridisch ongeschoolde leden zich moeten uitspreken over gecompliceerde kwesties rond Amerikaans en internationaal recht.

Daarnaast vroegen de waarnemers echter acute aandacht voor de ernstige vertaalproblemen die zij met eigen ogen hadden mogen aanschouwen, en die niet alleen de geloofwaardigheid van het proces zelf maar impliciet ook die van alle opgetekende verhoren op Guantanamo Bay ondermijnen. Ten slotte protesteerden zij tegen de wanverhouding tussen de financiële middelen van aanklagers en verdedigers, die er bijvoorbeeld toe leidt dat drie aanklagers het opnemen tegen één militaire advocaat zonder reisbudget.

Hoe de militaire tribunalen zich ook verder zullen ontwikkelen, duidelijk is nu al dat de Amerikaanse regering de eerste slag om de publieke opinie deze eerste procesdagen met vlag en wimpel verloor. Het is moeilijk voorstelbaar dat het vertrouwen in de tribunalen ook maar ergens ter wereld is toegenomen.

Van de gedetineerden op Guantanamo Bay hebben vier nu een eerste zitting gehad – het vervolg van hun zaak laat vermoedelijk tot begin volgend jaar op zich wachten. Negen andere verdachten zijn inmiddels rijp bevonden om binnenkort ook te worden aangeklaagd. Het betekent dat er nog 572 wachtenden na hen zijn.

[AP, Reuters, Washington Post, New York Times, National Public Radio, ACLU en het Amerikaanse Ministerie van Defensie fungeerden als bronnen voor de gebeurtenissen op Cuba.]