‘Vrouw’n Letter’n Groning’n’. Dit is de titel van een bundel waarin een aantal wetenschappers en studenten laat zien wat vrouwenstudies Letteren in Groningen inhoudt. Afgelopen maandag werd de bundel gepresenteerd, tijdens een themadag over het zelfde onderwerp.
Natuurlijk hebben de themadag en de bundel ook het doel om studenten en leden van de wetenschappelijke staf die op het gebied van vrouwenstudies werkzaam zijn bij elkaar te brengen. Dat blijkt althans uit de woorden van Dr. H.W.A.M. Sancisi-Weerdenburg en Drs. J.W. Drijvers, beiden werkzaam op het Klassiek Instituut en drijvende krachten achter het initiatief.
Heleen Sancisi-Weerdenburg: “Er is een gemotiveerde groep Studenten, vooral bij Geschiedenis, die aansluiting moet gaan vinden bij het lopende onderwijs en onderzoek. Het is belangrijk dat de motivatie die er is, verbonden wordt met de kwaliteitseisen van het vak. Als onderzoek op het gebied van de vrouwenstudies slecht is, dan is het slecht. Er moet een mentaliteit ontstaan waarin vrouwenstudies niet als argument worden gebruikt voor een gebrek aan niveau. Feminisme mag geen excuus meer zijn voor gebrek aan kwaliteit. Maar als de kwaliteit er is, mag het ook niet terzijde worden geschoven omdat het feministisch van signatuur is.”
Monddood
Dat er een gemotiveerde groep studenten bestaat, is volgens Jan Willem Drijvers wel gebleken: ”De themadag voorziet duidelijk in een behoefte. Voor het interdisciplinaire stercollege, dat nu twee jaar heeft gedraaid, was grote belangstelling.” Deze collegecyclus behandelde de vrouwenstudies binnen de Letteren, en werd gevolgd door zo’n dertig studenten, een voor de Letterenfaculteit aanzienlijk aantal. De eerste themadag, twee jaar geleden, diende nog ter afsluiting van zo’n cyclus. Dit jaar opende de themadag de collegecyclus.
Waarin ligt het belang van de vrouwenstudies? Volgens Heleen Sancisi-Weerdenburg kunnen de theorieën die voortkomen uit vrouwenstudies niet alleen nuttig zijn voor de emancipatie van vrouwen, maar ook van andere minderheden en groepen die lijden onder ’buitensluitingsmechanismen’, zoals gekleurde etnische minderheden, maar ook bijvoorbeeld kunstenaars: “Het gaat er om dat ze ‘monddood zijn’, niet dezelfde taal spreken of niet gehoord worden in de bovenste lagen van de samenleving. Het geldt bijvoorbeeld voor de negers, als groep, in de Verenigde Staten. De individuen die het wél maken hebben de taal geleerd, of hebben kans gezien een mengvorm tussen de eigen en de officiële taal geaccepteerd te krijgen.”
De vrouwenstudies beperken zich nu nog tot verklarende theorieën, en zijn nog lang niet toe aan het oplossen van problemen als bijvoorbeeld het verschil tussen het aandeel vrouwen in de studentenpopulatie en dat in de wetenschappelijke staf bij de Letterenfaculteit. Voor de toekomst ziet Heleen Sancisi-Weerdenburg een ontwikkeling die parallel zal lopen aan de arbeidersemancipatie; lemand die zich tegenwoordig bezighoudt met sociaal-economische geschiedenis, wordt ook niet meer gezien als Marxist.
Quilt
Op de omslag van de bundel Vrouw’n Letter’n Groning’n staat een zogenaamde ’quilt’ afgebeeld, een lappendeken. Die is niet alleen illustratief voor de variatie in de bijdragen in de bundel. Een Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat zo’n quilt, een typisch vrouwelijke kunstvorm, ondanks uitdrukkelijke naamsvermelding op het werkstuk altijd anoniem tentoongesteld wordt in de Amerikaanse musea. Dat kan symbolisch genoemd worden voor eerder genoemde ‘buitensluitingsmechanismen’.
De bundel is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in vrouwenstudies aan de Letterenfaculteit van Groningen. Het boek geeft een indruk van het onderzoek dat op het gebied aan de gang is, en geeft ook voorbeelden van wat er gedaan zou kunnen worden.
Het bevat overigens meer bijdragen dan op de themadag aan de orde zijn gekomen.
Van de twintig bijdragen zijn vijf afkomstig van studenten. Heleen Sancisi-Weerdenburg: “Dat is ook een doelstelling, het bieden van een publicatiemogelijkheid, onder goede begeleiding. Dat is een duidelijk onderwijsaspect aan de bundel.”
De prijs voor de grootste overschrijding van de (lengte)limiet van de geplaatste artikelen gaat dit jaar naar een vrouw, zo blijkt uit het voorwoord. Dit in tegenstelling tot twee jaar geleden, toen een (mannelijke) auteur in een artikel schreef dat in klassituaties jongetjes meer ’spreektijd’ wordt gegeven dan meisjes, en met de lengte van zijn artikel ongewild de juistheid van zijn conclusies onderstreepte.
