Menu Close

‘Verbod DDT kost miljoenen levens’

Malaria-bestrijders zijn in actie gekomen tegen pogingen van de Verenigde Naties om DDT, het roemruchte insecticide, wereldwijd te verbieden. Milieubescherming krijgt voorrang boven het redden van miljoenen mensenlevens, vrezen zij.

‘Weinig chemische verbindingen hebben de wereld zoveel voorspoed gebracht als dichloor-difenyl-trichloorethaan,’ schreef in 1970 een commissie van de Amerikaanse Academie van Wetenschappen. Ook toen al was dat een opmerkelijk geluid. Want bij het redden van een half miljard mensenlevens dachten maar weinig mensen aan de stof DDT.

Toch was dat precies wat het beruchte insecticide de decennia ervoor had bewerkstelligd. Dankzij een effectieve bestrijding van muggenplagen waren ziekten als malaria en gele koorts, ooit wereldwijde killers, in Europa, Azië en Zuid-Amerika grotendeels uitgeroeid.

Ondanks de lovende woorden viel DDT sindsdien alleen maar verder in ongenade. Het aantal landen waar de stof wordt gebruikt, nam zienderogen af. En als het afhangt van de UNEP, de milieu-afdeling van de Verenigde Naties, rekent de wereld binnenkort definitief af met DDT en elf andere ‘hardnekkige organische vervuilers’. Over enkele weken begint in Bonn de derde, beslissende onderhandelingsronde over een verdrag dat de productie en het gebruik ervan na 2007 verbiedt.

Maar geleid door het Internationale Malariafonds (MFI) zijn honderden malaria-onderzoekers tegen het voorstel in het geweer gekomen. Mede gezien de groeiende resistentie tegen malaria-medicijnen en het ontbreken van een werkzaam vaccin, eisen zij het recht om malariamuggen met DDT te bestrijden.

Dat DDT bijzonder goed werkt tegen insecten, ontdekten Amerikaanse soldaten al tijdens de oorlog. Het witte poeder, in 1939 in Duitsland herontdekt, werd door het leger ter bestrijding van luizen verstrekt. Het was ook geen toeval dat, toen de Wereld Gezondheidsorganisatie in 1955 besloot te proberen malaria wereldwijd uit te roeien, DDT een centrale rol kreeg toebedeeld.

Speciale bestrijdingsteams bespoten de binnenmuren van miljoenen huizen, elk half jaar opnieuw. Alleen al de geur van de stof bleek muggen te verjagen. Als ze al binnendrongen, dan streken ze vroeg of laat neer op een giftige wand.

De campagne was een doorslaand succes. Eind zestiger jaren was malaria uit westerse landen verdwenen. In Azië en Zuid-Amerika nam de ziekte tot een minimum af.

Maar het gebruik van het wonderpoeder bleef niet beperkt tot malaria-muggen. Ook in de landbouw bewees DDT haar diensten. Akkers gingen gehuld in wolken insecticide, vaak vanuit vliegtuigen gedumpt. In 1962 bereikte de productie haar top: tachtig miljoen kilogram DDT werd over de planeet uitgestort.

Keerpunt dat jaar was een boek. In Silent Spring beschreef biologe Rachel Carson hoe het insecticide zich via het oppervlaktewater en door de lucht verspreidde. Zo langzaam wordt de stof afgebroken, dat na dertig jaar nog altijd een kwart van de oorspronkelijke hoeveelheid over is.

Met elke stap in de voedselketen namen de concentraties bovendien toe, tot honderdduizenden malen de oorspronkelijke waarden. Aan de top van de keten, stelde Carson, verstoort de hormonale werking van DDT de voortplanting van roofvogels, roofdieren, en uiteindelijk ook de mens.

Het boek veroorzaakte een schokgolf over de wereld, en zette de toon voor een heel andere strijd dan die tegen malaria: die voor het milieu.

Sindsdien is er hard gezocht naar de gevolgen van DDT. In hoge doses, weten we nu, beschadigt de stof lever- en zenuwcellen. Door de pseudohormonale werking worden dieren later geslachtsrijp, soms zelfs onvruchtbaar. Kleine hoeveelheden DDT zijn inmiddels over de hele wereld te meten — zelfs ijsberen hebben het in hun vet. Nog iedere dag krijgen we via ons voedsel wat binnen, zij het in concentraties ver onder de ‘veilige norm’.

Hoeveel schade die lage doses aanrichten, is onderwerp van hevig debat. Volgens sommigen zorgt de stof voor een toenemend aantal gevallen van borstkanker, en stoort het de hormoonhuishouding van jonge moeders en de ongeboren vrucht. Maar de onderzoeken spreken elkaar tegen, en bieden daarom onvoldoende steun voor zulke verbanden.

Van de klinkende reputatie van DDT bleef hoe dan ook weinig meer over. Sinds het begin van de zeventiger jaren liep het gebruik ervan snel terug. Vooral in westerse landen werd toepassing van DDT zelfs totaal verboden.

Ontwikkelingslanden ondervonden daarvan indirect de gevolgen: steeds moeilijker werd het om DDT in te zetten tegen de malariamug. Oude voorraden slonken, en aan financiële hulp van buiten werd steeds vaker een belangrijke voorwaarde toegevoegd: N.B.: gelieve dit geld niet voor de aanschaf van DDT te gebruiken.

Ook in de Wereld Gezondheidsorganisatie begon de steun voor insectenbestrijding te slinken — omgekeerd nam de aandacht voor betere behandeling van patiënten toe. Als er al muggen moesten worden bestreden, kreeg de voorkeur wat ‘integrale plaagbestrijding’ werd genoemd: toepassing van nieuwe, duurdere insecticiden, die sneller verdwijnen en minder schade toebrengen aan het milieu. Het impregneren van klamboes kreeg daarnaast veel aanhang, net als de biologische bestrijding van muggenlarven in poeltjes en moerassen.

Hoeveel die veranderingen eraan hebben bijgedragen, valt moeilijk te zeggen — toenemende resistentie tegen malaria-middelen speelde zeker ook een belangrijke rol. Maar feit is wel dat sinds 1980 het aantal malaria-gevallen groeide — en ondanks alle pogingen tot bestrijding in een steeds sneller tempo. Alleen al het Amerikaanse Amazone-gebied telt jaarlijks nu al meer dan een miljoen ziektegevallen. Wereldwijd lopen dit jaar meer dan 300 miljoen mensen malaria op, van wie ten minste een miljoen zal overlijden. In de woorden van Malariafonds-voorzitter dr. Mary Galinski: het is alsof er elke dag zeven volle Jumbojets neerstorten, zonder dat dat op krantenpagina’s is terug te vinden.

Volgens dr. Donald Roberts, malaria-onderzoeker bij de Uniformed Services University in het Amerikaanse Bethesda, moet `integrale muggenbestrijding’ dan ook als mislukt worden beschouwd. Al was het maar, meent Roberts, doordat de meeste alternatieven duurder zijn. Een land als India, rekent hij voor, kan met DDT ongeveer een kwart van de bevolking beschermen. De goedkoopste milieuvriendelijke insecticiden zijn ruim drie keer zo duur, en zouden dus niet meer dan zeven procent van de bevolking bereiken.

Daar komt nog bij, dat de nieuwe insecticiden snel tot resistentie leiden. De nieuwe stoffen, die behoren tot de groep van pyrethroïden, moeten het hebben van het doden van de muggen. Maar muggen die er bestand tegen zijn, overleven, en krijgen daardoor snel de overhand. DDT daarentegen, stelt Roberts, is meer een insectenwerend dan een -dodend middel. Daardoor ontstaat minder snel wijdverbreide resistentie. En bovendien worden zelfs ‘resistente’ muggen nog steeds afgestoten door de geur.

“De praktijk is dat de resultaten van DDT met alternatieven vrijwel nergens zijn te evenaren,” aldus Roberts, één van de gangmakers achter de pogingen het DDT-verbod te voorkomen. “Bij binnenshuis gebruik is bovendien nog nooit serieuze milieuschade aangetoond. Natuurlijk is het niet goed dat DDT overal op aarde wordt teruggevonden. Maar dat komt door massale toepassing in de landbouw, niet door de kleinschalige, inpandige bestrijding van malaria.”

Ze bedoelen het waarschijnlijk goed, meent de onderzoeker, de milieubeschermers die DDT willen verbannen. Maar ze begrijpen helaas niet hoe groot het malaria-probleem is, en hoe spectaculair het effect van DDT. “Toen ik in de zeventiger jaren als malaria-onderzoeker in Brazilië werkte, moesten wij ons bij een uitbraak altijd haasten om de spuitploegen voor te zijn,” vertelt Roberts. “Zodra zij arriveerden, viel er voor ons weinig meer te onderzoeken. Dan was de epidemie voorbij.”

Recente ervaringen in Belize, een klein land grenzend aan Mexico en Guatemala, lijken zijn woorden te ondersteunen. Nadat het land in 1989 zijn DDT-programma’s verving door milieuvriendelijker methoden, begon het aantal malariagevallen explosief te stijgen. Pas nadat men in 1995 teruggreep op DDT, zakte de epidemie weer in, vertelde Jorge Polanco, van het ministerie van gezondheid in Belize, afgelopen week op een bijeenkomst in Washington.

Hoe lang zou het duren om, althans in Zuid-Amerika, de malaria-epidemie met DDT-campagnes tot oude waarden te laten terugkeren? “Een jaar of twee,” gokt Roberts. “Het effect is bijna onmiddellijk.”

In plaats van terugkeer naar DDT-campagnes, dreigt echter het omgekeerde. Op aandrang van grote milieu-organisaties, waaronder het Wereld Natuurfonds, startte de UNEP, de milieutak van de Verenigde Naties, in 1997 onderhandelingen over een definitief verbod op het produceren en gebruiken van DDT. Ook al is er over de lange-termijngevolgen van de stof in het milieu nog weinig harde wetenschappelijke informatie, zo luidt de redenering, er zijn voldoende zorgen om het zekere voor het onzekere nemen.

Naast Mexico, dat zegt er in 2007 mee te zullen stoppen, fungeren alleen China en India nog als producenten. De afzetmarkt is groter: in meer dan twintig landen wordt nog DDT tegen muggen ingezet. Of het in al die gevallen bij malariamuggen blijft, is echter nogal twijfelachtig, meent de UNEP: de ervaring leert dat, zeker in landen met een gebrekkige infrastructuur, alleen een totaal verbod een eind kan maken aan smokkel en illegale handel.

Het duurde even voordat malaria-bestrijders hoorden van de onderhandelingen, die volgens het schema nog in 2000 zullen worden afgerond. Pas vorig jaar kwamen zij via het Internationale Malariafonds in actie. Inmiddels heeft de actiegroep een behoorlijke omvang: vierhonderd namen van malaria-onderzoekers uit de hele wereld, waaronder drie Nobelprijswinnaars en twaalf deskundigen uit Nederland, prijken onder een verzoek aan UNEP om de verdragstekst te herzien.

“Het zou bijzonder onhandig zijn wanneer de mogelijkheid om DDT te gebruiken zou verdwijnen,” aldus één van hen, de Amsterdamse hoogleraar tropische geneeskunde prof.dr. P.A. Kager. “Wij zien het zelf bijvoorbeeld in Vietnam, waar we bij bestrijdingsprogramma’s zijn betrokken. Met muskietennetten alleen red je het daar niet: er blijft een noodzaak voor insecticiden. En van alle stoffen die beschikbaar zijn, is DDT nog altijd het goedkoopst.”

Mits op een verstandige manier gebruikt, meent Kager, is DDT ook niet gevaarlijk, noch voor de volksgezondheid, noch voor het milieu. “Het is nooit bewezen dat DDT ook maar één geval van kanker heeft veroorzaakt. De roep om een totaal verbod is niet rationeel, meer een gevoel: die stof hoort in onze voedselketen niet thuis.”

Als westerse landen graag van DDT afwillen, dan zouden ze de kosten daarvan zelf moeten betalen, vindt Kager met de andere ondertekenaars van de brief. “Als je zegt dat alternatieven moeten worden gebruikt, dan moet je er ook een pot met geld naast zetten.”

Inmiddels heeft de campagne enig effect gehad: het Wereld Natuurfonds heeft haar pleidooi voor een harde deadline in 2007 ingetrokken, en de nieuwste versie van het ontwerpverdrag, die vanaf 20 maart in Bonn wordt besproken, laat uitzonderingen voor DDT-gebruik tegen ziekte-verwekkende insecten open.

Maar zulke clausules zullen aan het geheel van het verdrag niets afdoen, vreest Roberts: nu al neemt de beschikbaarheid van DDT af, en dat zal met een algemeen verbod in een verdrag alleen maar erger worden.

“Het gevoel is,” erkent Kager, “dat de boel achter de schermen in feite is beklonken. De malaria-wereld heeft te laat ontdekt dat dit verdrag werd voorbereid, en is door de ontwikkelingen overvallen. De milieulobby is sterk. Het ziet ernaar uit, dat zij het pleit al heeft gewonnen.”

Related Posts