Menu Close

Meegelifte genen nekken super-bintje

Meer dan tien jaar werkte het Groningse aardappelmeel-concern Avebe aan zijn prestigeproject: een aardappel die maar één soort zetmeel bevat. Maar door een stukje DNA dat per ongeluk mee naar binnen glipte, dreigt het project in het zicht van de haven te stranden.

DE ONDERZOEKERS hadden het al vaak gedaan. Een bacterie, speciaal voor de gelegenheid voorzien van een stukje DNA uit een aardappel, mocht in een glazen kolfje de vrij rondzwemmende plantencellen besmetten. Wat de laserstraal is voor een Navo-bommenwerper, was de Agrobacterie voor de plantengeneticus: dé manier om een keurig afgemeten stukje DNA bij een plant naar binnen te brengen.

Dus toen het Groningse aardappelmeelconcern Avebe in 1988 van de Landbouwuniversiteit Wageningen zijn vernieuwde aardappel terugkreeg, en de pieper precies deed wat van hem werd verwacht, kon de vlag uit: dankzij moderne biotechnologie zou Avebe in het jaar 2000 de wereld veroveren met goedkoop, hoogkwalitatief zetmeel. Eerst alleen voor verwerking in textiel en papier, maar later ook als grondstof voor de voedingsindustrie.

Niemand vermoedde toen nog dat de proef in het laboratorium van de Landbouwuniversiteit Wageningen minder perfect was afgelopen dan het leek. Natuurlijk, de nieuwe Apriori-aardappel bevatte nog maar één soort zetmeel, wat bij grootschalige productie miljoenen guldens zou besparen. Maar er was ook een bijkomend ongelukje: in plaats van keurig één gen af te leveren, zoals de bedoeling was, had de Agrobacterie een hele trits in de aardappel achtergelaten — inclusief een gen dat de bacterie ooit resistent had gemaakt voor antibiotica.

Pas vorige maand, elf jaar nadat de eerste champagnekurken knalden, werd Avebe met de gevolgen van het ongelukje geconfronteerd. Nadat de Europese Commissie de aardappel in oktober al buiten de deur hield, besloot ook de Nederlandse overheid de vergunning om de genetisch gemanipuleerde variëteit te verbouwen niet te verlengen. De reden: interne meningsverschillen over de kans dat de aardappel langs een omweg tot antibiotica-resistente bacteriën in ziekenhuizen zal leiden.

Meer dan honderdduizend ton Apriori, deels al gepoot, moest worden teruggehaald. Directe schade: ruim tien miljoen gulden. Maar daar blijft het misschien niet bij: wanneer Den Haag (en Brussel) hun poot stijf houden, zijn meer dan honderdduizend ton aardappelen de afgelopen jaren voor niets gepoot en geoogst, en miljoenen aan onderzoeksgeld — inclusief vijf miljoen overheidssubsidie — voor niets uitgegeven. Wat ooit door Economische Zaken tot ‘Demonstratieproject’ werd uitgeroepen, en de eerste grootschalige toepassing van genetische manipulatie in de Nederlandse landbouw had moeten worden, dreigt op het laatste moment kopje onder te gaan.

Strikt genomen valt de toenmalige onderzoekers van de Landbouwuniversiteit, onder leiding van de Wageningse plantenveredelaar Evert Jacobsen, niets te verwijten. Ook Avebe heeft dat tot nog toe niet gedaan. De erfelijkheidsdeskundigen baseerden zich destijds op de kennis die in hun veld voorhanden was. Iedereen dacht dat een stukje DNA met Agrobacterium nauwkeurig over te brengen viel. Dat in werkelijkheid vaak verscheidene bacteriële genen meeverhuisden, werd pas jaren later duidelijk, toen al tienduizenden tonnen aardappels waren opgekweekt — omdat niemand eerder de moeite had genomen het te controleren.

IN THEORIE klonk het zo mooi. De knol van de aardappel maakt normaal twee soorten zetmeel: de eerste, amylopectine, is waar het bij Avebe om draait. De tweede, amylose, bezorgt de fabrikant alleen maar last: bij verwerking van de aardappel veroorzaakt amylose in water hardnekkige klonten, en er zijn dure chemicaliën nodig om dat te voorkomen.

Om het gen dat amylose maakt tot zwijgen te brengen, introduceerden de wetenschappers zijn exacte spiegelbeeld — een gen bestaand uit ‘antisense-DNA’. De spiegelbeeldige genen, luidde de theorie, kleven in de plantencellen aaneen als twee magneten. Zo raakt het amylose-gen geblokkeerd, en maakt de aardappel nog slechts amylopectine.

Hoewel van deze eenvoudige theorie weinig meer over is — de aan elkaar klevende stukjes erfelijk materiaal, hoeksteen van het antisense-principe, werden nooit aangetroffen — deed aan het resultaat weinig af: de aardappel bevatte bijna geen amylose meer, ook al weet niemand hoe het komt.

Dat de onderzoekers per ongeluk een hele rij bacteriële genen hadden overgezet, bleek pas veel later. Toen Avebe in 1994 vergunning vroeg om vijfhonderd hectare akkergrond vol te poten, vroeg het milieuministerie, net als voorheen bij kleinere veldproeven, advies aan de Commissie Genetische Modificatie (Cogem). In de Cogem beoordelen wetenschappers de risico’s van het loslaten van genetisch gemanipuleerde organismen.

Voor het eerst vroeg de Cogem Avebe exact te specificeren welk DNA in de aardappel was binnengebracht. De ontdekking van de bacteriële genen, waaronder één die micro-organismen wapent tegen antibiotica als kanamycine, neomycine en amikacine, deed de wenkbrauwen fronsen. Maar na enige studie achtte een meerderheid van de Cogem het verhoogde risico op verspreiding van de resistentie verwaarloosbaar klein. In de plant zelf kan het bacteriële gen geen kwaad; alleen in het zeldzame geval dat een bacterie het gen weer oppikt, bijvoorbeeld in de darmen van een varken dat eiwitten en vezels van de Apriori te eten krijgt, zou de aardappel bacteriën resistent kunnen maken. Maar aan een wereld al zo vol met resistentie-genen, voegt zo’n incidentje weinig toe, meende de Cogem. En dus mocht Avebe haar aardappelen in Nederland poten.

DE PROBLEMEN begonnen toen Avebe vorig jaar haar werkterrein wilde verbreden. De Europese Commissie verliet zich niet op de Cogem, maar vroeg haar eigen Scientific Committee on Plants om raad. Die commissie bestaat uit vijftien Europese wetenschappers, onder wie Harry Kuiper, expert op het gebied van genetisch gemanipuleerd voedsel, en werkzaam bij het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten (Rikilt) in Wageningen.

Ook in Brussel keek men op van het bacteriële resistentie-gen in de aardappel. Maar nog vreemder vond men dat Avebe niet kon aantonen dat verspreiding van dit gen zonder risico is. Met name de resistentie tegen amikacine, een antibioticum dat in ziekenhuizen wordt gebruikt als redmiddel tegen bacteriën die al bestand blijken tegen twee andere antibiotica, verdiende volgens de commissie serieuze aandacht. En dus ging de aanvraag van Avebe zonder vergunning retour — en zette Europa voor het eerst een genetisch gemanipuleerd landbouwproduct de voet dwars.

Geschrokken vroeg Avebe in oktober verlenging van de Nederlandse vergunning. Gladjes passeerde die aanvraag, zoals alle eerdere keren, de Cogem. Maar omdat de fabriek restproducten wilde voeren aan vee, vroeg de overheid dit keer ook advies aan het Rikilt. En de reactie van expert Harry Kuiper laat zich raden — als in Brussel wilde hij meer weten over amikacine-resistentie. En daarmee belandde de besluitvorming in een impasse. Zes maanden na de aanvraag, met één been in het pootseizoen, vond Avebe geen vergunning, maar Kuipers ‘aanvullende vragen’ bij de post, met de inmiddels bekende gevolgen.

Met Kamervragen en potentiële schadeclaims in de lucht, doen de meeste partijen er inmiddels het zwijgen toe. Zoals Evert Jacobsen, die als waarnemend voorzitter van de subcommissie Planten van de Cogem de gevaren van zijn eigen genetische ongelukje moet beoordelen, en nu alleen kwijt wil dat hij ‘destijds slechts zijdelings bij het onderzoek was betrokken’. Zwijgzaam is ook verantwoordelijk Vrom-ambtenaar Piet van der Meer, die op 27 april in een besloten overleg nog vergeefs probeerde de experts op één lijn te krijgen. In een laatste poging de impasse te doorbreken, kregen beide adviseurs één maand de tijd hun ‘voorlopige’ advies te herzien.

De Cogem zal volhouden dat de risico’s van de aardappel verantwoord zijn — ‘we zullen de argumenten alleen nog wat duidelijker op papier zetten,’ zegt secretaris Hans Bergmans. De commissie vindt sowieso dat het Rikilt zich, door te beginnen over antibiotica-resistentie, op háár terrein heeft begeven, en het bij de gevolgen voor het vee had moeten laten. Cogem-voorzitter Huub Schellekens: ”De Cogem heeft een wettelijke taak, en garandeert door zijn samenstelling een objectieve beoordeling van milieu-risico’s.”

Maar Kuiper ontkent dat hij zijn opdracht heeft opgerekt. ”Het Rikilt kijkt naar veevoer-aspecten, en wat er gebeurt in de varkensdarmen hoort daarbij.” Of hij zijn twijfels zal inslikken, wil Kuiper nog niet zeggen, al houdt hij de deur op een kier: ”Ook in Brussel vonden wij dat Avebe voor een risicobeoordeling meer gegevens moet leveren — we hebben niet gezegd dat de aardappel onveilig is.”

BIJ AVEBE, dat door prijsdalingen op de zetmeelmarkt en een slechte oogst in 1998 toch al een moeilijke periode doormaakt, heeft men de moed nog niet helemaal opgegeven. Dankzij een oude vergunning van zaadveredelingsbedrijf Hettema kan komend jaar nog honderd hectare Apriori worden gepoot — net genoeg om de waakvlam onder het project brandend te houden. Om te redden wat te redden valt heeft het bedrijf al toegezegd voorlopig geen restproducten aan vee te zullen voeren — al is dat op termijn geen oplossing, erkent Avebe-woordvoerder Harry Jasken.

Wellicht om de pressie nog wat op te voeren, meldt Avebe dat het bedrijf door alle strubbelingen wel overweegt op termijn haar biotechnologische activiteiten buiten Nederland voort te zetten.

”In de Verenigde Staten staan al 14 miljoen hectares vol genetisch gemodificeerde gewassen,” zegt Jasken. ”Daar passen vast nog wel een paar Nederlandse aardappels bij.”

Related Posts