Menu Close

De bontjas in de genen

Het Parool, 10 juni 1995, p.31

WANNEER HET precies is gebeurd en waarom, daarover bestaat nog geen zekerheid. Maar dat de prehistorische mens veel meer haar op zijn lichaam had dan onze tijdgenoten, daarover bestaat geen twijfel. Ergens in de evolutie raakte de mens zijn dichte vachtje kwijt – volgens een controversiële theorie omdat hij ervoor koos een groot deel van zijn leven in het water door te brengen.

Dat het vermogen om een vacht te ontwikkelen tijdens die lange evolutie niet is Verdwenen, maar slechts is onderdrukt, kan worden afgeleid uit de lotgevallen van een Mexicaanse familie. Al generaties lang duiken in die familie kinderen op die over het hele gezicht en bovenlichaam zwaar behaard zijn – de enige plekken die vrij zijn van haren zijn de palmen van de handen en de zolen van de voeten.

Dit bijzondere kenmerk, zo hebben onderzoekers van de universiteit van Guadalajara ontdekt, is te herleiden tot een gen dat ergens ligt op de lange arm van het X-geslachtschromosoom. Deze maand publiceren zij hun bevindingen in het tijdschrift Nature Genetics, tezamen met de veronderstelling dat het nu bijna geïsoleerde gen niet zozeer een nieuwe eigenschap toevoegt, als wel een oude eigenschap van de prehistorische mens heeft wakker geroepen.

Het gen kon worden gelokaliseerd dankzij bloedmonsters van de Mexicaanse familie. In de laatste vijf generaties werden 19 familieleden met uitzonderlijke beharing aangetroffen. Een deel van hen reisde rond met circussen, om te worden tentoongesteld als weerwolf, ‘hond-mens’ of ‘aap-mens. Die laatste benaming is een understatement, want de door het gen ‘getroffen’ mannen hebben haar op plaatsen waar zelfs apen een gladde huid bezitten, zoals de oogleden, de neus of de wangen.

De aandoening treft vooral mannen, omdat het gen klaarblijkelijk is gelegen op het X-geslachtschromosoom. Vrouwen erven van beide ouders één X-geslachtschromosoom, en hebben dus meestal ook een ‘gezond’ exemplaar. Daardoor hebben zij niet meer dan wat verspreide plukjes haar. Mannen moeten het doen met één K-chromosoom van hun moeder, zodat het gen bij hen ongemaskeerd tot uiting komt.

Het ‘weerwolf-gen’, zoals het in de wandelgangen al is gedoopt, zou het eerste opgespoorde gen zijn dat verantwoordelijk is voor een ‘atavisme’ – het opduiken van een kenmerk dat in de loop van de evolutie verdwenen leek te zijn.

Atavismen waren al langer bekend. Sporadisch worden bijvoorbeeld mensen geboren met een staart of met een extra paar tepels. Soms ontwikkelen meisjes in de puberteit zelfs een extra paar borsten. Ook in het dierenrijk zijn tal van atavismen bekend. Zo waren Julius Ceasar en Alexander de Grote apetrots op hun paarden die, net als hun vroege evolutionaire voorouders, drie hoeven aan elk been hadden in plaats van één. Bekend is ook dat walvissen rudimentaire botjes hebben op de plaats waar ooit hun voorpoten zaten – en dat die botjes soms weer uitgroeien tot complete voorpootjes.

“Atavismen”, zo schrijft de Canadese bioloog Brian Hall in een commentaar bij de ontdekking van het weerwolf-gen, “werden lange tijd beschouwd als verschijnselen die evolutie-biologen in grote verlegenheid moesten brengen.” Meer en meer wordt echter duidelijk, vindt Hall, dat atavismen in feite juist demonstreren hoeveel oude erfelijke informatie tijdens miljoenen jaren van evolutie bewaard is gebleven, en alleen tijdelijk is uitgeschakeld.

Het verdwijnen van zelfs heel ingewikkelde structuren, zoals poten (in slangen) en staarten (in mensen), betekent volgens Hall allerminst dat het vermogen om die structuren aan te leggen ook is verdwenen.

Mocht het klimaat op aarde ooit weer wat killer worden, met andere woorden, dan kan de mens altijd nog zijn oude bontjas uit de genetische kast tevoorschijn halen.

Related Posts