Vingerafdruk opnieuw ter discussie

Het was niet voor het eerst dat de schijnbaar onaantastbare reputatie van de vingerafdruk begon te wankelen. Maar de internationale strijd tegen het terrorisme heeft een wel bijzonder tot de verbeelding sprekend voorbeeld opgeleverd van wat kan gebeuren als een honderd jaar oude opsporingsmethode dankzij koppeling van gegevensbestanden wereldwijd wordt toegepast: eenieder wiens vingerafdruk in politiecomputers zit, loopt het risico tot verdachte van een misdrijf aan de andere kant van de wereld te worden verklaard.
Een advocaat uit Portland, aan de westkust van de Verenigde Staten, belandde vorige maand in de cel op verdenking van betrokkenheid bij een grote terreuraanslag in Madrid. Bij explosies in enkele treinen kwamen bijna 200 personen om en raakten duizenden gewond.
Het kostte enkele weken en de volharding van Spaanse politierechercheurs om de Amerikaanse collega’s te overtuigen dat er in hun sporenonderzoek iets ernstig mis was gegaan: de vingerafdruk die de 37-jarige advocaat Brandon Mayfield had gekoppeld aan de plek van het misdrijf behoorde toe aan een ander, ook al was de positieve identificatie bevestigd door maar liefst vijf experts, van wie één zelfs door Mayfields verdediger te hulp was geroepen.
Het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI) gaf de schuld aan een ‘slechte kopie’ van de oorspronkelijk afgenomen vingerafdruk, verspreid door de collega’s in Spanje. Maar een inmiddels aangekondigd onderzoek moet uitwijzen of er niet meer aan de hand is, nu vijf experts vijftien overeenkomsten meenden te zien tussen de vingerafdrukken van twee personen die niets met elkaar te maken hadden. Want wat tot nu toe theoretisch gold als een vrijwel perfecte match, blijkt in de praktijk te kunnen leiden tot een juridische dwaling.
Het onaangename avontuur van Mayfield begon in Madrid, nabij de plek van de aanslag. De Spaanse politie vond een busje met daarin een plastic zak vol ontstekingsmechanismen. De tas bevatte een vingerafdruk, waarvan digitale kopieën naar opsporingsinstanties overal ter wereld werden doorgeseind. In de Verenigde Staten werd de vingerafdruk via het Integrated Automated Fingerprint IdendficationSystem (MES) vergeleken met een landelijke collectie van 47 miljoen oude vingerafdrukken. Daaruit rolden in eerste instantie vijftien mogelijk overeenkomende afdrukken.
Over de redenen waarom uiteindelijk maar één persoon aan nader onderzoek werd onderworpen, bestaat discussie. Volgens het slachtoffer zelf was het omdat hij de enige moslim was. (Mayfield is getrouwd met een Egyptische vrouw en bekeerde zich tot de islam.) Zijn vingerafdruk zat in de FBI-bestanden als gevolg van een inbraak die hij als tiener had gepleegd.
De FBI zegt dat een ‘grondige wetenschappelijke analyse’ Mayfields vingerafdruk aanwees. Het onderzoek daarna, zegt de dienst, leverde bovendien indirect bewijsmateriaal op. Zo bezocht Mayfield regelmatig een moskee, adverteerde hij in een blad uitgebracht door een man die wordt verdacht van connecties met terroristen en belde zijn vrouw met een islamitisch liefdadigheidsfonds verdacht van eenzelfde soort connecties. Ook had Mayfield ooit, in een voogdijzaak, een man vertegenwoordigd die later bekende te hebben deelgenomen aan een Al-Quaida-trainingskamp in Afghanistan.
Bij het onderzoek stelde de FBI veel in het werk: op grond van recente anti-terrorismewetten werd eerst een ‘stiekem’ sporenonderzoek in het huis van Mayfield gedaan. Later volgde ook nog een gewone huiszoeking. De agenten leken de lat voor bewijsmateriaal daarbij niet al te hoog te leggen: tot de meegenomen bewijsstukken behoorden ‘Spaanstalige documenten’ — volgens Mayfield het huiswerk van zijn zoon.
Verontrustender is dat de FBI aanvankelijk vasthield aan zijn verdenking ondanks waarschuwingen van Spaanse collega’s dat ze er naast zaten. Na de eerste waarschuwing reisde een Amerikaanse rechercheur af naar Madrid, om ter plaatse te concluderen dat de Amerikaanse vingerafdrukanalyse wel degelijk juist was geweest (en dus beter dan de Spaanse).
Pas toen de Spaanse politie enkele weken later bekendmaakte de afdruk te hebben herleid tot een Algerijnse verdachte, werd Mayfield vrijgelaten. Opnieuw reisden twee rechercheurs naar Madrid, ditmaal om betere kopieën te maken. Terug in de Verenigde Staten concludeerden vier experts, na een diepgaande bestudering van de originele afdruk, dat ze er inderdaad naast hadden gezeten. Enkele dagen later werd de zaak tegen Mayfield door een rechter in Portland nietig verklaard, en bood de FBI aan Mayfield en zijn familie excuses aan.
De grotere vraag is welke gevolgen de affaire zal hebben voor de reputatie van de vingerafdruk in het algemeen. Want als vijf experts, van wie één aangewezen door de verdediging, zich eenstemmig z6 ernstig kunnen vergissen, dan is de vraag gerechtvaardigd of zulke vergissingen vaker voorkomen.
Al ruim tien jaar sluimert in de Verenigde Staten een discussie over de vraag of vingerafdruk-analyse wetenschappelijk genoeg is om als identificatiemethode in de rechtszaal te gebruiken. Critici, zoals de advocaat Robert Epstein, menen dat de bewijskracht vooral berust op gewoonte, omdat de methode nooit grondig, onafhankelijk en systematisch is getest. De vingerafdruk-experts zelf daarentegen vinden dat de methode zich in de praktijk meer dan voldoende bewezen heeft.
Twee jaar geleden ontstond opschudding toen een rechter in Philadelphia de critici voor het eerst gelijk gaf, maar twee maanden later keerde dezelfde rechter om onduidelijke redenen op zijn schreden terug.
Het persbericht dat de FBI naar aanleiding van de Madrid-zaak publiceerde, suggereert dat de dienst begrijpt dat de affaire de controverse rond de vingerafdruk nieuw leven kan inblazen. De speurneuzen leggen de schuld voor de fout bij de ‘matige’ kwaliteit van de kopie van de afdruk — als om te benadrukken dat er met de kwaliteit van de experts en de methodiek zelf niets mis is. Die verklaring is alleen niet helemaal bevredigend, want juist bij het vergelijken van vingerafdrukken moet worden aangenomen dat niet is beknibbeld op de kwaliteit van elektronisch verspreide kopieën. Bovendien zouden slechte kopieën eerder moeten leiden tot gemiste identificaties dan tot het met grote stelligheid aanwijzen van onschuldigen. Om critici van de vingerafdruk wind uit de zeilen te nemen, belooft de FBI zijn eigen procedures nog eens te bezien. Daarbij zullen ook ‘nieuwe richtlijnen voor het gebruik van kopieën bij afwezigheid van origineel bewijsmateriaal worden overwogen,’ schrijft de FBI voorzichtig.
Bovendien zegt de opsporingsdienst toe een internationale commissie van vingerafdrukexperts te zullen vragen om de analyses in de zaak nogmaals onder de loep te nemen. Want het feit dat vijf experts van onberispelijke signatuur, één ervan optredend voor de verdediging, vijftien overeenkomsten aanwezen in de vingerafdrukken van twee verschillende individuen, zal de komende jaren in menige rechtszaal gretig worden gebruikt.