Menu Close

Veel verzuurde gebieden al reddeloos

EEN AANTAL gebieden in Europa is zo sterk aangetast door zure regen, dat ze beter als ‘verloren’ kunnen worden beschouwd. De bestaande internationale afspraken om verzuring tegen te gaan zijn volstrekt onvoldoende: ze zullen niet tot aanvaardbare verzuringsniveaus leiden.

Tot die conclusies komt drs L. Hordijk, Werkzaam bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM). Komende week promoveert hij aan de Vrije Universiteit op het RAINS-model, waarmee de effecten van het energiebeleid van alle landen in Europa op de verzuring kunnen worden nagebootst.

Zure regen ontstaat bij de verbranding Van bij voorbeeld olie of kolen. Daardoor komen zwaveldioxyde en stikstofoxyden m de atmosfeer. Door mestoverschotten komt bovendien ammoniak in de lucht terecht. In de atmosfeer worden die stoffen omgezet in zuren, die via de regen neerslaan op de grond. De bodem wordt zuurder, en planten en bomen kunnen niet meer genoeg voedsel opnemen, en sterven door verzwakking aan kou, ziekte of plagen.

Effect

Dat er iets moet gebeuren om de Europese bossen te redden, is iedereen duidelijk. Maar veel minder duidelijk is hoeveel effect afzonderlijke maatregelen hebben en wat de invloed van het ene land is op de situatie in andere landen.

Hordijk werkte vele jaren in Wenen, waar hij samen met wetenschappers uit andere landen hét computermodel Regional Acidification Information and Simulation (RAINS) ontwikkelde. Het is het eerste model dat uitgebreide berekeningen kan uitvoeren over de gevolgen van de uitstoot van verzurende gassen op de bossen en meren in heel Europa. Het model zal binnenkort worden gebruikt bij de nieuwe onderhandelingen in de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties in Genève. Daar moeten nieuwe afspraken worden gemaakt over het beleid van de komende jaren. Met het RAINS-model kan tijdens de onderhandelingen direct worden berekend hoe effectief de voorgestelde plannen zullen zijn. Is het voldoende wanneer alle landen overschakelen van kolen op andere brandstoffen voor hun elektriciteitscentrales? Of is het misschien veel belangrijker dat het autogebruik in Westerse landen drastisch wordt ingeperkt?

Indrukwekkend

Voorlopig kan het model alleen nog overweg met gegevens over de uitstoot van zwaveldioxyde (vooral door elektriciteitscentrales) en stikstofoxyden (met name afkomstig van het autoverkeer). De informatie over ammoniakgassen wordt over enige tijd toegevoegd. Om zulke ingewikkelde berekeningen uit te voeren beschikt het RAINS-model over een indrukwekkend aantal gegevens over de stand van zaken in Europa. Zo is van bijna elk Europees land bij benadering bekend welke sectoren in de economie de grote energieverbruikers zijn, en welke brandstof ze gebruiken.

De kaart van Europa is opgedeeld in een groot aantal kleine gebieden van ongeveer 50 bij 50 kilometer. Van al die gebieden apart is uitgerekend hoeveel lucht in de atmosfeer met de wind wordt meegevoerd naar de omliggende gebieden.

Ook de bodemgesteldheid in alle gebiedjes is vastgesteld. Dat is belangrijk omdat het kalkgehalte kan variëren. Doordat kalkhoudende bodems werken als chemische ‘buffer’, verzuurt de bodem ter plaatse veel langzamer, en heeft zure neerslag veel minder schadelijke gevolgen dan elders.

Ten slotte is van elk gebied in kaart gebracht hoeveel procent van het oppervlak is bedekt met meren of bossen. Bij de meren is bovendien de gemiddelde diepte en het stromingspatroon bekend, bij de bossen zijn naaldbomen en andere typen apart onderscheiden.

Eenmaal voltooid zal het RAINS-model alle schakels van de zure-regenketen kunnen overzien. Wanneer in de eerste schakel een verandering optreedt – zoals de overschakeling van kolen op aardgas in Belgische elektriciteitscentrales – kunnen de gevolgen daarvan voor de bossen in heel Europa in een oogwenk worden bekeken.

Onderhandelingen

Het RAINS-model heeft sinds korte tijd echter nog een andere mogelijkheid, die in de onderhandelingen een grote rol kan gaan spelen: het kan de keten van oorzaak en gevolg ook in omgekeerde richting volgen. Wanneer is afgesproken wat de doelstelling van het beleid zou moeten zijn – bij voorbeeld terugdringing van de jaarlijkse neerslag overal in Europa tot maximaal één gram zwavel per vierkante meter – rekent het programma uit hoe dat doel het meest efficiënt bereikt kan worden. Per land wordt bepaald hoe groot de uitstootbeperking zal moeten zijn.

Aan de laatste stap van deze optimalisatie-optie’ wordt nog gewerkt. Wanneer die over ongeveer een jaar gereed is, kan worden berekend welke concrete maatregelen het minste geld kosten en het meeste effect opleveren. Uit de berekeningen die de afgelopen jaren zijn gemaakt kunnen al een paar duidelijke conclusies worden getrokken. Zo zal de internationale afspraak dat de zwaveluitstoot in 1993 ten opzichte van 1987 met dertig procent zal worden teruggebracht, moeten worden aangescherpt.

Toen het model bovendien werd opgedragen te berekenen hoe groot de reducties moeten zijn, om overal in Europa die aanvaardbare normen te bereiken, liep de computer vast: enkele gebieden, zoals het bekken van de Don-rivier in de Sovjet-Unie en de streek rond de steden Leipzig en Dresden in de voormalige DDR, zijn er zo ernstig aan toe dat ze voorlopig beter als ‘verloren’ kunnen worden beschouwd.

De berekeningen onderstrepen daarnaast dat Westeuropese landen dan wel mopperen over de zwaveluitstoot in Oosteuropese landen, maar dat ze beter de hand in eigen boezem kunnen steken als het over de productie van stikstofoxyden gaat. Voor de bomen maakt het niets uit welk zuur er in de grond zit. In Oost-Europa rijden relatief weinig en kleine auto’s, voortbewogen door tweetaktmotoren die veel minder stikstofoxyden uitstoten. In het westen daarentegen rijden steeds meer en steeds grotere auto’s steeds meer kilometers. De opmars van katalysatoren kan die groei nog lang niet compenseren.

Ten slotte heeft het model definitief afgerekend met één wijdverbreid misverstand dat in kringen van elektriciteitsproducenten nog opgeld doet: zij beweren graag dat elke gulden besteed aan maatregelen in Polen de verzuring in Nederland meer beperkt dan een aan bij ons aan rookgasinstallaties uitgegeven gulden. Dat, zo rekende RAINS ondubbelzinnig uit, is niet waar. Daarvoor ligt Polen te ver weg. Helemaal onzinnig is de redenering echter niet: volgens RAINS kunnen wij ons geld wel beter uitgeven aan maatregelen in België.

Related Posts