
Het is met Internet net zoals met de telefoon: wie het juiste nummer eenmaal weet, krijgt in een ookwenk de vreemdste types aan de lijn. En zoals een niet onaanzienlijk deel van de winst van de Nederlandse PTT inmiddels wordt verdiend aan sekslijnen, zo is het ook niet verbazingwekkend te horen dat ook de kabels van het Internet regelmatig voor het zoeken van seksuele opwinding worden gebruikt.
Toch neemt in internationale kring, met name in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, de verontwaardiging over het seksuele gebruik van het wereldwijd vertakte computernetwerk steeds verder toe. De Amerikanen hebben gisteren de daad bij het woord gevoegd met een golf arrestaties van mensen die verdacht worden van het verspreiden van pornografische foto’s van kinderen.
Eerder deze week had de Britse hoogleraar H. Thimbleby, werkzaam aan de universiteit van Middlesex, nog een nieuwe aflevering verzorgd van de schrikwekkende verhalen over het verderfelijke karakter van Internet. De global village is hard op weg één grote hoerenbuurt te worden, zei de hooggeleerde op een bijeenkomst van de British Association for the Advancement of Science. Volgens hem is de helft van alle speurtochten op het netwerk bedoeld om seksueel getint materiaal op te sporen.
Er zijn verschillende manieren om de kabels van het Internet te gebruiken voor de overdracht van informatie. De oudste en eenvoudigste is elektronische post, waarmee iemand een boodschap stuurt aan een ander persoon. Met zon boodschap kan, net als met gewone post, ook andere informatie worden meegezonden, zoals een tekstbestand of een gedigitaliseerde foto.
Wie met een grote groep gelijkgestemde mensen wil communiceren, sluit regelmatig even aan bij een ‘nieuwsgroep’ – een soort prikbord met mededelingen, opmerkingen en reacties over één bepaald onderwerp. Er zijn inmiddels duizenden nieuwsgroepen, en een klein deel ervan is onverbloemd seksueel getint. Hier vermaakt men elkaar met smakeloze vertelsels of met gecodeerde plaatjes, die met enige moeite te decoderen zijn.
De snelst groeiende manier om het Internet te benutten is echter het Worldwide Web – een heel gemakkelijk te bedienen methode om informatie te bekijken die tevoren door anderen speciaal daartoe is klaargezet. Over de hele wereld zijn er inmiddels ontelbare informatie-pagina’s die op nieuwsgierige lezers zitten te wachten – van bedrijven, kranten, overheidsdiensten en wetenschappelijke instituten. Sommige hebben onmiskenbaar erotische bedoelingen – zoals de elektronische edities van Playboy en Penthouse, die dagelijks vele duizenden keren worden geraadpleegd.
Over de vraag hoe groot het deel van Internet is dat wordt gebruikt voor pornografische doeleinden, wordt door deskundigen druk gedebatteerd. Volgens sommigen zijn het slechts enkele procenten, volgens anderen heeft pornografie het net vrijwel geheel overgenomen.
Een belangrijk probleem is hoe je dat moet meten. Bij elektronische post is een betrouwbare meting bijvoorbeeld al bijna niet mogelijk. Computerbeheerders kunnen weliswaar het elektronisch briefgeheim van voorbijsnellende berichten schenden, maar een deel van die post is ook voor hen onherkenbaar gecodeerd.
Dat het World-wide Web het equivalent aan het worden is voor de Amsterdamse Wallen, leidt Thimbleby af uit het aantal keren dat gebruikers het net afspeuren met behulp van een trefwoord. Speciaal daartoe aangesloten computers zoeken dag en nacht op eigen houtje op het netwerk naar nieuwe pagina’s, en slaan die zonder enige structuur op. Wie zo’n computer een trefwoord opgeeft, krijgt na tien seconden een lijst terug met pagina’s waarop dat woord voorkomt.
Voor zijn onderzoek tapte Thimbleby een miljoen van dit soort ruwe zoekpogingen op het net af. Hij zette alle zoekwoorden op een rij, en sorteerde ze naargelang het aantal malen dat ze waren gebruikt.
In deze trefwoord-hitparade, ontdekte Thimbleby ‘geschokt en verbijsterd’, worden de eerste acht plaatsen ingenomen door een seksueel getint trefwoord. Pas op de negende plaats verscheen het trefwoord ‘ebola’ – het onderzoek werd gedaan ten tijde van de uitbraak van dit virus in Zaïre.
Of zulk onderzoek het pornografische karakter van Internet bewijst, is maar zeer de vraag. Het zou evenzeer kunnen aantonen dat seksueel getinte informatie zo goed is verstopt, dat er vaak naar gezocht moet worden. Als de getallen al iets bewijzen, dan is het dat de gebruikers ervan een wat eenzijdig gerichte interesse aan de dag leggen. Maar dat was, wie het gebruik van 06-sekslijnen kent, eigenlijk niet meer dan te verwachten.