Sneller dan ooit breiden Amerikaanse steden zich uit over het omringende platteland, ondanks voorzichtige pogingen om compacter te bouwen. Zolang de economie groeit als nooit tevoren, is het moeilijk strijden tegen de vervulling van de Amerikaanse droom: een eigen huis op een lapje eigen grond.
Het glooiende landschap van Loudoun County, een gemeente even ten westen van de Amerikaanse hoofdstad Washington, lijkt af en toe wel een paradijs op aarde. Zo ver het oog reikt bedekken glanzend groene gazons de heuvels, slechts hier en daar onderbroken door moderne droompaleizen.
Hier wonen degenen die bij uitstek profiteerden van de bloeiende Amerikaanse economie: duurbetaalde werknemers van succesvolle technologie-bedrijven, die de regio tot nu toe al meer dan driehonderdduizend banen brachten.
‘Urban sprawl’ wordt het genoemd — de zich explosief uitbreidende concentrische cirkels van nieuwbouwwijken rond de grote steden. Drie keer zoveel mensen wonen er nu bijvoorbeeld in het gebied rond Washington en Baltimore als dertig jaar geleden. Maar samen gebruiken ze negen keer zoveel grond.
Paradijselijke wijken als die in Loudoun zijn in die ontwikkeling de nieuwste, meest ruimteverslindende variatie, met rond elk huis bijna een halve hectare grond. ‘Haasje-over-wijken’ heten ze onder planologen, omdat de bewoners ervan de ring van oudere nieuwbouwwijken overslaan. Geholpen door goedkope grond, en nauwelijks gehinderd door gedetailleerde bestemmingsplannen, koloniseren zij in moordend tempo wat kort geleden nog gold als agrarisch gebied.
Het resultaat is niet alleen dat miljoenen Amerikanen uren in de file staan op achtbaanswegen die hun nieuwe huis met werk, school en kruidenier verbinden; zo stormachtig verloopt de uitbreiding, dat groeigemeenten als Loudoun County soms aan het succes failliet dreigen te gaan: zoveel nieuwe wegen, straatlantaarns en scholen moeten in korte tijd verrijzen, dat het geld ervoor in de gemeentekas ontbreekt.
In een poging de groei af te remmen, zette de gemeenteraad van Loudoun vorige week een opmerkelijke stap: landeigenaren mogen voortaan rekenen op een flink bedrag in contanten, wanneer zij hun grond niet beschikbaar stellen voor de bouw van nieuwe huizen. De belofte is eenmalig en definitief: ze kan niet worden herroepen, ook niet door erfgenamen of kopers van de grond. Zeventienduizend gulden per hectare wordt er uitgetrokken, en de raad hoopt jaarlijks minstens achthonderd hectare voormalige landbouwgrond uit handen van projectontwikkelaars te houden.
De onstuimige groei rond Washington lijkt op die rond tal van Amerikaanse steden. Een kwart miljoen welvarende bewoners verruilde de binnenstad de afgelopen vijfentwintig jaar voor suburbs met brede, vriendelijk gekromde straten. Wat achterbleef was armoede en braakliggend terrein, waarvoor geen ontwikkelaar te vinden was.
De huidige periode van economische bloei zou echter voor een ommekeer kunnen zorgen. Vooralsnog verdwijnen de meeste nieuwe banen weliswaar naar randgemeenten als Loudoun, maar er ontstaat ook nieuwe hoop voor de stad. New York leeft op, en steden als Baltimore, Boston, Philadelphia en Cleveland investeren miljarden in pogingen de binnenstad te vernieuwen.
Afgelopen weekend schaarde Washington, het hart van een van de grootste stedelijke regio’s van het land, zich in die rij. In het nationale museum voor architectuur en stedenbouw onthulde Anthony Williams, ruim een jaar burgemeester van de hoofdstad, hoe hij zijn stad door ‘slimme groei’ tot leven hoopt te wekken.
Centraal in die poging staat de stedenbouwkundige beweging die ‘New Urbanism’ wordt genoemd, maar ook als ‘New Europeism’ zou kunnen worden omschreven: in een impliciete erkenning van de mislukking van de Amerikaanse droom, keren Amerikaanse stedenbouwers terug naar traditionele principes — principes die in Europese steden de afgelopen decennia minder hevig zijn verloochend dan in de VS.
Afgelopen moet het zijn met onafzienbare parkeerterreinen en freeways die woonwijken doorsnijden als een Berlijnse Muur, en bewoners isoleren van de twee rivieren die hun stad doorkruisen. Het ‘weefsel’ van de oude stad moet worden hersteld, met smalle straten en kleine pleinen, geflankeerd door kleinschalige en afwisselende gebouwen, opgeluisterd met veel groen. Metrostations in ooit ruim opgezette suburbs moeten, door eromheen in hogere dichtheden te bouwen, worden omgetoverd tot levendige krenten in de pap. Brede autoboulevards worden opgebroken, en teruggegeven aan voetgangers en fietsverkeer.
‘Het is verbazingwekkend om te bedenken hoe veel tijd het ons gekost heeft te ontdekken dat voor leefbare straten mensen nodig zijn,’ aldus de burgemeester.
In alle woongebieden moeten winkels terugkeren, voor bewoners uit elke leeftijds- en inkomenscategorie. Om hun betrokkenheid te vergroten, mogen de burgers in speciale ‘brainstorm-sessies’ meedenken over de herinrichting van hun buurt.
Ten minste honderdduizend mensen uit de verre buitenwijken hoopt Williams de komende jaren terug te lokken naar zijn stad.
Maar of die honderdduizend zich ook echt bij de toegangspoorten zullen melden, is nog even de vraag. Want terwijl de burgemeester zijn toekomstvisie voor de stad ontvouwde, broeit elders al verzet tegen de pogingen tot ‘slimme groei’. Bijvoorbeeld onder bewoners van de vroegere buitenwijken, die met argusogen kijken naar het ‘opvullen van lege plekken’ in hun buurt met hoge appartementencomplexen. Verder naar buiten, in Loudoun County, waarschuwde een raadslid dat zich tegen groeibeperking had verzet, zijn kiezers na de stemming dat ‘marxisten’ de macht hadden gegrepen.
Alle pogingen van de burgemeester ten spijt, blijft Washington zich voorlopig nog als een olievlek verspreiden. De Amerikaanse droom dreigt op een nachtmerrie uit te lopen. Maar met meer geld op de bank dan ooit tevoren, lijken veel Amerikanen vastbesloten om dat hoogstpersoonlijk te ontdekken.