Tot schrik van Amerikaanse rechters en aanklagers worden hun handen steeds nauwer gebonden. Straffen moeten homogener, vinden politici — en dus zwaarder.
HET IS MAAR HOOGST ZELDEN dat Amerikaanse opperrechters rechtstreeks het woord richten tot hun politici. De scheiding der machten is ook in de Verenigde Staten een groot goed. Maar in augustus, tijdens de jaarvergadering van de American Bar Association in San Francisco, liet de doorgaans gematigde opperrechter Anthony Kennedy zich plotseling onverbloemd uit.
Regelmatig onderbroken door luid applaus van de duizenden congresbezoekers, sprak Kennedy in zijn toespraak klare taal. “Ik hoop dat u tegen het Congres zult zeggen: ‘Alstublieft, Senatoren en Afgevaardigden, neem rechters hun bewegingsvrijheid niet af. Alstublieft, schaf minimumstraffen af’.”
Kennedy’s ongewone oproep was maar één signaal dat in justitiële kring het verzet tegen de bemoeienissen van politici groeit. Niet alleen rechters krijgen ermee te maken: ook aanklagers beginnen de adem van hun hoogste baas steeds heter in de nek te voelen.
Bestraffingsrichtlijnen
De golf van politieke inmenging in het strafrecht begon afgelopen april, toen het Congres besloot het federale rechters moeilijker te maken lagere straffen uit te spreken dan de bestaande centrale ‘bestraffingsrichtlijnen’ voorschrijven. (Federale rechters oordelen over de circa zes procent van Amerikaanse zaken die buiten de jurisdictie van Staten vallen, bijvoorbeeld omdat een misdaad zich uitspreidde over een groot gebied of omdat de aanklacht stoelt op een federale wet.)
Met hun besluit gingen de wetgevers lijnrecht in tegen de waarschuwingen van ‘s lands allerhoogste rechter, William Rehnquist, volgens wie de wet ‘de mogelijkheid van rechters om rechtvaardig en verantwoord te straffen ernstig zou schaden’. Maar de minister van Justitie, John Ashcroft, toonde zich juist zeer tevreden. ‘Te veel misdadigers,’ verklaarde de minister, ‘lopen vrij op straat doordat rechters wegen vinden om onder bestraffingsrichtlijnen uit te komen.’
Deze zomer voegde Ashcroft de daad bij het woord. Zijn legertje van federale aanklagers kreeg opdracht elk vonnis lager dan de richtlijnen direct te melden, zodat het ministerie zelf beroep kan aantekenen. Tegelijk gaven de rechters hun verzet niet op: een paar weken geleden steunde de Judicial Conference, waarin alle federale rechters vertegenwoordigd zijn, unaniem een oproep aan het Congres haar wet weer in te trekken.
Als aanklagers hoopten gevrijwaard te blijven van zulke bemoeienis, hadden ze het mis. Deze zomer kregen ze al opdracht zich te melden wanneer ze ervan willen afzien in een zaak de doodstraf te eisen. (Het ministerie wil het alsnog zelf kunnen doen.) En onlangs werd duidelijk dat het daar niet bij blijft. ‘Net als rechters hebben aanklagers in het hele land de plicht om eerlijk, uniform en tough te zijn,’ zei minister Ashcroft eind september. ‘Dus moeten aanklagers verdachten vervolgen voor de ernstigste vergrijpen die ze kunnen bewijzen.’
Dezelfde dag nog vonden aanklagers een brief in hun postvak met nieuwe, strakke vervolgingsrichtlijnen. Bekentenissen uitlokken door een lagere eis aan te bieden is voortaan taboe. Slechts in enkele speciale gevallen houdt een aanklager of zijn assistent de vrijheid een plea bargain aan te gaan: wanneer een verdachte bereid is mee te werken aan een lopend onderzoek; wanneer het zwaarste vergrijp niet te bewijzen is; wanneer een zwaarder vergrijp geen hogere straf oplevert of wanneer het vergrijp valt onder specifieke snelrecht-programma’s.
Of de soep echt zo heet wordt gegeten, moet worden afgewacht, want menig rechtbank zal vastlopen als de richtlijn wordt nagevolgd. Minder dan vier procent van alle federale aanklachten komt nu voor de rechter, de rest wordt geschikt voor een lager vergrijp of geseponeerd. Een kleine verschuiving in dat patroon zou al grote gevolgen hebben voor het strafrechtsysteem.
Voor rechters als Kennedy is een groeiende werkdruk echter niet de belangrijkste reden om zich in steeds duidelijker bewoordingen tegen de politieke bemoeienis te keren. Want ook al komt die bemoeienis in theorie voort uit de terechte wens justitiële willekeur tegen te gaan, de bijwerkingen zijn volgens hem ernstiger dan de kwaal.
‘Richtlijnen zijn nodig, want toen ze er niet waren, hadden we te grote verschillen,’ erkende de opperrechter tegen de leden van de American Bar Association. ‘Maar rigide richtlijnen, gecombineerd met de angst soft on crime te zijn, leiden alleen maar tot steeds hogere straffen.’ Soms, zei Kennedy, moet hij als opperrechter torenhoge straffen handhaven. ‘Maar onthoudt, alstublieft, dat het feit dat ons Hof iets toelaatbaar acht, niet automatisch betekent dat we het ook wijs vinden.’