Menu Close

Observer voorbode van mens op Mars

ALS DE weersomstandigheden en de techniek op Cape Canaveral het toelieten, hebben de Verenigde Staten gisteravond voor het eerst in 17 jaar weer een ruimtesonde het heelal in geschoten die als eindbestemming de planeet Mars heeft. De Mars Observer, zoals het per raket gelanceerde, onbemande ruimtevoertuig is genoemd, zal enkele jaren lang gegevens verzamelen en doorsturen over de omstandigheden op het oppervlak van onze naburige planeet.

Belangrijker echter is de taak die de Observer voor de langere termijn is toebedacht: hij moet de weg bereiden voor grotere op Mars gerichte ruimtevaartprojecten. Het uiteindelijke doel: de voetstap van een mens op het stoffige oppervlak van de planeet.

Tot nu toe is de missie van de Observer echter vooral getekend door vertragingen en tegenslag. Oorspronkelijk zou de sonde al in augustus 1990 door een ruimteveer buiten de dampkring worden gezet. Maar door de ramp met de Challenger werd de lancering twee jaar uitgesteld. De orkaan Andrew, die vorige maand huishield in Florida, liet ook de lanceerbasis niet onaangeroerd, met als resultaat nog eens negen dagen vertraging. De tijd begon daardoor te dringen voor de Nasa: wanneer de Observer niet voor 13 oktober de ruimte in is geschoten, zal het twee jaar duren voordat Mars de aarde weer dicht genoeg genaderd is.

De Observer heeft een lange reis voor de boeg. Ondanks de hoge snelheid van gemiddeld bijna 90.000 kilometer per uur, zal het toch nog elf maanden duren voor hij de 700 miljoen kilometer naar Mars heeft afgelegd. Eenmaal ter plaatse, in augustus 1993, zal hij in een baan om de planeet worden gemanoeuvreerd. Op een hoogte van 390 kilometer zal de Observer vervolgens rondjes draaien boven het Marsoppervlak. De baan is zo gekozen, dat hij bij elke omwenteling in ieder geval beide polen in het oog kan houden.

De eigenlijke metingen gaan in januari 1994 pas van start. Gedurende in ieder geval 687 aardse dagen- vanaf Mars zelf gezien precies een ‘jaar’ – zal informatie over de planeet worden verzameld. De Observer biedt daardoor een unieke kans om alle seizoenen van de planeet van dichtbij te volgen.

AAN BOORD van de Observer bevinden zich zeven wetenschappelijke instrumenten. Daaronder zijn verschillende camera’s, die het voorbijglijdende oppervlak fotograferen. Een wat grove camera levert informatie over het weer en het klimaat op alle breedtegraden. Een veel preciezer camera, die ondanks de grote hoogte details ter grootte van anderhalve meter kan onderscheiden, beperkt zich tot van tevoren geselecteerde gebieden. Rotsstructuren en verwaaiende zandduinen kunnen op die manier in beeld worden gebracht.

Wetenschappers hopen dat de Mars Observer antwoord zal geven op enkele prangende vragen: heeft Mars, net als de aarde, een magnetische Noord- en Zuidpool? Uit welke mineralen bestaat de bodem? En, misschien wel de belangrijkste vraag, waar is al het water gebleven dat, naar sommigen vermoeden, ooit een compleet netwerk van lange kanalen in het oppervlak van de planeet heeft uitgeslepen?

De rol van het water is vooral van belang voor theorieën over het bestaan van leven op Mars. De missies van Viking 1 en Viking 2, die in 1976 op de planeetbodem landden, rekenden al af met een aantal gewaagde veronderstellingen. De ‘afwisseling van vegetaties’, die via telescopen was waargenomen, bleek bij voorbeeld te berusten op optisch bedrog: de warmtestraling van de zon veroorzaakt grote zandstormen, die het oppervlak een geheel ander aanzien geven. De vele ‘kanalen’ bevatten alles behalve water.

Maakten de Vikings een einde aan al te wilde voorspellingen, definitief uitsluitsel over het voorkomen van leven, nu of vroeger, boden ze niet.

WETENSCHAPPERS NEMEN AAN dat, als Mars ooit leven heeft gekend, vloeibaar water aanwezig moest zijn. Tegenwoordig is het op de planeet zo koud – de temperatuur stijgt zelden tot boven het vriespunt – dat alle water in bevroren vorm ligt opgeslagen. Waar precies is onduidelijk: de witte ‘ijskappen’ op de polen bestaan waarschijnlijk niet uit water-ijs, maar uit kooldioxyde-sneeuw.

Ook binnenin de planeet heerst koude. Anders dan de aarde, die een gloeiend hete en actieve kern bevat, is Mars al lang afgekoeld. De korst van de planeet beweegt daardoor niet meer, zodat de kringloop van elementen tot staan is gekomen. Actieve vulkanen, die broeikasgassen kunnen uitbraken om zo nog voor enige opwarming te zorgen, ontbreken.

Alles wijst er echter op, dat drie tot vier miljard jaar geleden de omstandigheden op Mars veel gunstiger waren. Op de planeet zijn nu nog de uitgedoofde vulkanen terug te vinden die de Mars-atmosfeer vroeger hebben gevoed – de Olympus Mons’ is zelfs de hoogste bekende vulkaan in het hele zonnestelsel.

Tegenwoordig is Mars niet bepaald een paradijs voor menselijke bezoekers. Niet alleen is het er nogal fris, de atmosfeer is bovendien zeer ijl – de luchtdruk is nog geen procent van die op aarde – en bestaat voor liefst 95 procent uit kooldioxyde. Ook kent Mars een flink gat in zijn ozonlaag, dat grote hoeveelheden ultraviolette straling laat passeren.

Desondanks heeft Nasa, de Amerikaanse ruimtevaart-organisatie, haar zinnen gezet op een bemande vlucht naar Mars – volgens kwade tongen vooral om de Amerikaanse belastingbetaler een worst voor te houden. President Bush onthulde zelf het plan om in het jaar 2019, vijftig jaar nadat Neil Armstrong zijn eerste stap op de maan zette, de Amerikaanse vlag in het stuifzand te prikken

Het ambitieuze programma dat daartoe moet leiden, is door het Amerikaanse congres inmiddels wat ingeperkt. Maar ondanks de bezuinigingen zijn de plannen om al vanaf 1997 onbemande sondes op Mars te laten landen, niet in de ijskast beland.

Tot die tijd zal de Mars Observer nuttige diensten moeten bewijzen. Op zijn rondvluchten zal hij alvast een ruwe kaart van het planeetoppervlak leveren, op basis waarvan toekomstige pioniers zich kunnen oriënteren. De VS werken daarnaast samen met ruimteprogramma’s van andere landen, zoals Rusland, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Oostenrijk. Wanneer in 1995 het Russische ruimteschip Mars 94 enkele kleine stations zal neerlaten, zal de Observer hun gegevens doorstralen naar de aarde. Als alles goed gaat, zal de satelliet ook in 1997 nog in bedrijf zijn. Tegen die tijd zullen Russische weerballonnen close-upfoto’s van de bodem maken, en zullen robotwagentjes het terrein verder verkennen. Ook hun gegevens zullen dan, dankzij de sterke Observer-zenders, op aarde ontvangen kunnen worden.