Menu Close

Millennium-bug bedreigt claimcultuur

Onder dreiging van een vloedgolf aan schadevergoedingen vanwege de millennium-bug, perkt president Clinton het recht op schadeclaims tijdelijk in. Het bedrijfsleven hoopt nu op permanente hervormingen.

Onder advocaten is zijn populariteit, en die van zijn mogelijke opvolger Al Gore, met sprongen gezakt. Consumentenorganisaties spreken van een ‘schokkende ommezwaai’. Maar het bedrijfsleven, de computer-industrie voorop, slaakte een zucht van verlichting, toen de Amerikaanse president Clinton vorige maand zijn handtekening zette onder een tijdelijke wet die gerechtelijke schadeprocedures wegens het millennium-probleem aan banden legt.

De noodwet voorziet in een ‘afkoelingsperiode’ van 90 dagen, waarin fabrikanten computerproblemen die na 1 januari opduiken zonder claims kunnen oplossen. Kleine bedrijven kan maximaal 250 duizend dollar (500 duizend gulden) aan schadevergoeding worden opgelegd. Rijke bedrijven hoeven niet op te draaien voor fouten van kleine branchegenoten zonder geld.

Voor Democraten als Clinton en Gore, wier verkiezingscampagnes voor een flink deel draaien op geld dat door advocaten is aangebracht, was het een ingrijpende beslissing. Maar de inzet was hoog: volgens de Republikeinse senator John McCain, grootste voorvechter van de noodwet, stonden bedrijfsbelangen ter waarde van een biljoen (duizend miljard) dollar op het spel. ‘Deze wet voorkomt een lawine aan futiele aansprakelijkheidszaken, die de Amerikaanse economie geheel zou laten vastlopen. De claims zouden hoger kunnen worden dan alle asbest-, sigaretten- en borstimplantaaat-zaken bij elkaar,’ betoogde de senator bij de behandeling van de wet.

De alomtegenwoordige cultuur van aansprakelijkheidsclaims heeft de Verenigde Staten al jaren in de ban. Consumentenorganisaties zijn tevreden, want volgens hen maakt de angst voor claims Amerikaanse produkten de veiligste ter wereld. Maar fabrikanten en artsen verafschuwen het systeem, dat volgens hen volledig uit de hand is gelopen en nog het meest lijkt op een partij Russische roulette.

Het voorlopige hoogtepunt viel vorige maand, toen een jury in Los Angeles autofabrikant General Motors een strafsom oplegde van vijf miljard dollar. De fabrikant had, om kosten te besparen, Chevrolets van het type Malibu niet teruggeroepen wegens een mogelijk onveilige brandstoftank. Toen een dronken automobilist met honderd kilometer per uur van achteren inreed op een gezin, explodeerde hun benzinetank. De zes inzittenden liepen verschrikkelijke brandwonden op, die de jury ertoe brachten de fabrikant een gevoelige klap uit te delen.

Hoewel niemand gelooft dat het astronomische bedrag in hoger beroep gehandhaafd wordt, staat het vonnis symbool voor de wurggreep waarin schadeclaims het land gevangen houden. Volgens de American Tort Reform Association (ATRA), een lobby-organisatie van het bedrijfsleven die de invloed van schade-advocaten wil beperken, verdwijnt inmiddels meer dan twee procent van het bruto nationaal product in schadeclaims. Meer dan zes procent van het budget voor gezondheidszorg gaat op aan artsen die zich indekken tegen rechtszaken, aldus ATRA, en 85 procent van de Amerikanen leeft in angst zelf slachtoffer van een schadeclaim te worden. Zo bang zijn fabrikanten, dat ouders op verpakkingen worden gewaarschuwd dat hun kind niet kan vliegen in zijn nieuwe Batman-pakje. In Amerikaanse zwembaden is de hoge duikplank zo goed als verdwenen.

Voor advocaten-haters gloort er echter hoop: nadat in 1994 de Republikeinse partij in veel Amerikaanse staten de macht kreeg, begon een kettingreactie van lokale wetten die schadeclaims aan banden leggen. Sommige staten beperken de vergoeding van ‘niet-medische kosten’ tot 250 duizend dollar, andere leggen de grens bij vier keer de werkelijke economische schade. Ook het honorarium van claim-advocaten, nu doorgaans een derde deel van de uiteindelijke opbrengst, wordt soms aangepakt: hoe hoger de opbrengst, hoe lager het percentage dat de raadsman mag incasseren.

Tot de Republikeinen die deze hervormingsbeweging van harte steunen, behoort naast senator McCain ook George W. Bush, aanvoerder in de opiniepeilingen voor de presidentsverkiezingen voor 2000. In Texas voegde de huidige gouverneur de daad al bij het woord, met wetten die schadeclaims beperken.

Veel advocaten vrezen dat hij dat kunstje landelijk wil herhalen – uitgerekend nu er grote kansen lijken te liggen: na de schikking met de tabaksindustrie, die advocaten een fors deel van de uiteindelijke 206 miljard dollar opleverde, zijn aller ogen nu gericht op de wapenindustrie. Ook ziektekostenverzekeraars en makers van auto’s, alcoholische dranken en medicijnen beginnen ongerust te worden.

Vierduizend advocaten doneerden samen al meer dan drie miljoen dollar voor de campagne van Al Gore. Dat de millennium-noodwet ‘geen enkel precedent schept’, zoals het Witte Huis om het hardst verzekert, geloven zij maar half. Maar met Bush als vijand heb je zelfs onbetrouwbare vrienden als Gore hard nodig.