De Studentenvereniging Hendrik de Cock groeit weer, tegen de ontkerstening in
De Vereniging van Christelijke Studenten ‘Hendrik de Cock’ leed de afgelopen jaren gevoelige Jedenverliezen. Meldden zich eind jaren zeventig jaarlijks nog zo’n 80 leden aan, in 1983 waren dat er nog maar 40. De laatste twee jaar zit ‘Hendrik’ echter weer in de lift, tegen de ontkerstening van de Nederlandse samenleving in. Reden genoeg voor een bezoek.
Het leven van de oude Groninger dominee Hendrik de Cock werd beheerst door een scheuring jn de gelederen van de toenmaliNederlands Hervormde kerk, iets waarvoor hij bij wijze van spreken het startschot leverde.
Een eeuw later blijkt zijn latere naamgenoot, de Groningse Studentenvereniging, weinig heil meer te zien in zijn levenswerk: enkele tientallen jaren geleden werd de Gereformeerde studentenvereniging een algemeen christelijke, met een oecomenisch karakter. Natuurlijk zouden gereformeerden geen gereformeerden meer zijn als niet tegelijk een harde, orthodoxe kern zich weer had afgesplitst, en de GSV oprichtte.
Een andere zuster in de leer, geheten VERA, zette in de vijftiger jaren haar deuren ook wijder open, en ging uiteindelijk zelfs zover zichzelf om te vormen tot algemene jongerenvereniging. De hierop volgende ontwikkeling, waarbij VERA in de ogen van Hendrik Cock steeds verder ’afgleed’, fungeert binnen Hendrik de Cock lange tijd als teken aan de wand. Het ’VERA-syndroom’ wordt het wel genoemd, en het heeft voorkomen dat gelijksoortige stromingen bij Hendrik een kans kregen.
Bezorgd
Henk Raven en Yvonne Halman, beiden lid van de Senaat van Hendrik, zijn een beetje bezorgd dat het verhaal ”’alle vooroordelen over Hendrik weer zal bevestigen, zodat we weer een jaar lang moeten knokken om dat een beetje recht te trekken.”
Wat betekent in hun ogen nou dat Christelijke karakter van de vereniging? Henk Raven: ’’Als christen heb je bepaalde pretenties ten opzichte van jezelf: je verantwoordelijk voelen voor anderen, een bepaalde omgang met elkaar willen hebben, elkaar tot steun willen zijn. Dat kan ook betekenen dat je bereid moet zijn om met die ander over geloofszaken te praten, bijvoorbeeld in een van de kringen. Deze kringen zijn werk- of gespreksgroepen.”
Yvonne Halman: ’’Dat is ook een verschil met Albertus: daar wordt niet over geloofszaken gepraat. Misschien wel tussen de leden onderling, maar het wordt niet gepropageerd. Die RK voor de naam, daar doen ze niets meer aan.’’
Henk heeft intussen een lijst met kringen van beneden gehaald. Er staan in totaal achttien op: van de Amnesty-groep, een koor, een beleggingsgroep tot de Babyvoeding 3e-wereldgroep.
Maar ook drie kringen over ’geloofsvragen’, en één die zich bezighoudt met feministische exegese (bijbeluitleg). Als de oude dominee De Cock het maar niet hoort.
Pinox
Woensdagavond, het is een van de drie wekelijkse soosavonden van de vereniging. Het eerste wat de bezoeker van de sociëteit ’Fax’ in de Nieuwe Kijk in’t Jatstraat opvalt is de, voor gebouwen van studentenverenigingen althans, opvallende properheid ervan. Op de WC’s prijkt geen enkele naam, om maar te zwijgen van onzedelijke teksten of tekeningen. Het verschijnsel zal later verklaard worden met het feit dat de leden zelf meehelpen bij het schoonmaken van het gebouw. De Hendrikkers zijn er zuinig op, zoveel is duidelijk, en Pinox en Gonzo wagen zich blijkbaar niet binnen. Op het prikbord posters van de ACLO en het Chili-komitee, maar ook van het CDA, het ’Ethiopisch Christendom’ en één met informatie over Bijbelcursussen.
In de rechter barruimte staat een aantal mensen rustig te keuvelen en te drinken. In het linker deel heerst een waar voetbalregime.
Twintig personen, overwegend mannen, zitten of staan gekluisterd aan een kleuren-TV, en becommentariëren het Europese voetbal. Af en toe bewijzen ze ten overvloede dat studenten het joelen nog niet zijn verleerd.
Pils en tosti’s
Intussen wordt er niet geswingd, ondanks de uitnodigende verlichting boven de dansvloer. De biermeter aan de wand staat op bijna 9.000. Het streefaantal van 11.000 glazen per jaar wordt waarschijnlijk niet gehaald, tot verdriet van de sooscommissie die de hypotheek moet zien af te betalen.
In de loop van de avond wordt de populairste consumptie toch de pils, met de tosti op een goede tweede plaats. Beide kosten maar één gulden. Een jongen met krukken laat die dingen steeds vaker met donderend geraas vallen. Af en toe dringen flarden door van wat waarschijnlijk ooit een beheerst gesprek was over een werkgroep Euthanasie.
Wat olie voor vuur is, is alcohol voor discussies. Een groepje nieuwe leden, novieten, zit te blufpokeren om rondjes aan de stamtafel. Waarom zijn zij lid geworden? “Het was hier het gezelligst,”’ of: “Je hebt hier de vrijheid om te discussiëren over dingen, of gewoon een pilsje te drinken.” Een ander: ’’Het is een kleine vereniging, 250 à 300 man, je verzuipt niet in de massa. Daarom hoef je je ook niet zo waar te maken als je bijvoorbeeld in een commissie wilt, zoals bij Albertus al die eigenwijze ventjes in zo’n tapperscommissie.”
Waarom is hij, zoals trouwens de meeste Hendrikkers, pas later in de studie lid geworden, en niet meteen in het eerste jaar? “Ik wou eerst even kijken hoe de studie liep, hoeveel tijd ik over zou hebben. Gewoon even de kat uit de boom kijken.”
Discussiëren
Job Leene zit in de introductiecommissie bij Hendrik, de Qui Vive. Volgens hem is het ook belangrijk “dat ze mensen ontmoeten met dezelfde christelijke achtergrond. Het is nog steeds zo dat 95 procent van de leden christelijk is opgevoed. Je weet dat er eventueel over die dingen te praten valt. Dat geeft een vertrouwensbasis.’”
Van een zekere verrechtsing is volgens hem geen sprake: “Ik heb toch het idee dat Hendrik als vereniging nog links van het midden zit.”
De novieten aan tafel zetten zijn veronderstelling echter weinig kracht bij. Gevraagd naar hun waarschijnlijke stemgedrag op dit moment komt er één vlot met D’66 op de proppen. Drie anderen weten het nog niet precies, ze zitten nog “heel erg te twijfelen”. Twijfelen waartussen? “”Tussen CDA en VVD.”
