Menu Close

Hendrik de Cock viert 8e lustrum met musical

Eén op de vijf leden werkt mee aan theateruitvoering

Twee weken geleden vierde Albertus Magnus haar lustrum met een musical in de Groningse Stadsschouwburg. Een maand eerder vertoonden leden van Vindicat atque Polit daar nog hun jaarlijkse toneelvoorstelling. In oktober organiseren de gezamenlijke studentenverenigingen het eerste Groninger Studentencabaret-festival.
Groningen lijkt een uitbarsting van studententheater te mogen beleven.
De eerste mei was het de beurt aan VCS Hendrik De Cock, om met de opvoering van een lustrummusical de rij te completeren.

Tijdens de weken voorafgaand Aan de voorstelling had de titel van de musical, ‘Anders’, net zoals de lustrum-leus ‘cause we’re different’, me wel de wenkbrauwen doen fronsen. Want het leek op zijn minst wat aanmatigend, zoiets van jezelf te zeggen. Maar misschien begreep ik het wel verkeerd, en zou door het bekijken van de musical een geheel andere interpretatie van deze kreten de enige juiste blijken. De nieuwsrigheid won het van de irritatie. Ik ging kijken.

Bij binnenkomst blijkt de kleine zaal van de Oosterpoort al tot de nok te zijn gevuld, niet ongebruikelijk bij dergelijke gebeurtenissen. Maar anders dan bij de andere verenigingen bevinden zich onder het publiek opvallend veel ouders. Dat kan ook haast niet anders, want de leden van Hendrik de Cock, verminderd met de circa vijftig mensen die actief aan de musical meewerken, zouden de zaal anders niet zo hebben kunnen vullen.

Pepermunt

Nauwelijks hebben we onze plaatsen ingenomen of de zeven muzikanten die het geheel zullen begeleiden gaan op weg naar hun plaats, direct voor het podium.

Het publiek verwent ze met een applausje vooraf; de stemming zit er blijkbaar al in. Als dank zetten de musici een vrolijk introotje in. Pianist Roel Griffioen, die ook de muziek en een deel van de teksten schreef, wipt ritmisch op en neer op zijn kruk, tegelijk de rest van de band dirigerend door met zijn neus beurtelings naar links en naar rechts te wijzen.

Het verhaal van de musical begint op de middelbare school van de uiterst saaie studiebol Olivier, die gepest wordt omdat hij anders is dan alle andere kinderen.

Zelf zou hij dan ook dolgraag anders willen zijn. Na zijn examen gaat hij in Groningen Geschiedenis studeren. Beinvloed door zijn orthodoxe godsdienstleraar, vindt hij direct de weg naar de om haar saaiheid bekend staande christelijke studentenvereniging Hendrik de Cock.

Maar al snel wordt Olivier geconfronteerd met de andere zijde van ’Hendrik’. Het als zo saai bekendstaande Hendrik de Cock blijkt innerlijk verscheurd door een hevige tweestrijd onder de leden, een teken dat de oude Gereformeerde wortels nog niet geheel zijn afgestorven. (En anders maakt de massieve pepermuntgeur (KING) van mijn achterbuurvrouw me dat wel duidelijk.)

Karikatuur

De ene partij wordt gevormd door de in grijze kledij gestoken vormingshoek, bevolkt door serieus ingestelde en nog immer ter kerke gaande leden. Daartegenover staat de in fleurig rood geklede gezelligheidshoek, het meer swingende en zuipende deel van de vereniging. In het lied De Scheiding wordt de karikatuur van deze klassieke tegenstelling binnen het echte Hendrik de Cock verder uitgetekend.

“En dan gaan ze lullen over Dorothée Solle’’, mopperen de gezelligheidsmensen in hun schaars verlichte biertap bij luide muziek (die er overigens wel bij gedacht moet worden). Van hen hoeft dat serieuze gedoe allemaal niet zo, ze worden moe van gediscussieer, en doen tijdens het introductieweekend dan ook niet mee aan de ‘huis-kerkdienst’.

“Dat gezuip en dat gebral, je hoort aan die kant van de soos slechts dronkemansgelal’, mopperen de vormingsmensen op hun beurt over de oppervlakkige disco-mentaliteit van hun tegenpolen. Zij houden de ’ouderwetse’ kant van Hendrik hoog, de kant die hun ouders voor ogen hadden toen ze dochterlief aan de vereniging toevertrouwden.

Om onduidelijk blijvende redenen valt onze saaie Olivier onmiddellijk voor de verleidingen van de Satan. Helaas verdwijnt tegelijk blijkbaar ook zijn persoonlijkheid, en daarmee de aantrekkelijkheid van zijn rol, tot op dat moment uitstekend neergezet door een heerlijk saai ogende Dirk Visser. Want vanaf nu staat nog slechts de tweestrijd binnen de vereniging in de aandacht.

Roze driehoek

Ook de ontluikende relatie tussen Claudia en Paula, die ’anders’ zijn, vertolkt door Erica Revet en Lilian Boonstra, kan daar niet veel extra’s meer aan toevoegen.

In een leuk decor, bestaand uit een roze driehoekig bankje, roze driehoekige kussentjes en zelfs roze driehoekig drankjes, vallen zij in elkaars armen na een wat zoetsappige scène, zoals ook blijkt uit het òòòh van het publiek. Homosexualiteit is op Hendrik tegenwoordig een ’statistisch verschijnsel’: er is niemand die er voor uitkomt. “We willen het praten over homofilie hiermee wel aanwakkeren”, aldus tekstschrijvers Maaike Hoogerwerf en Roel Griffioen na afloop van de voorstelling. “Misschien dat er nu een golf ontstaat.”

Links en rechts wordt ook door anderen dan Olivier aardig geacteerd. Bijvoorbeeld door Maaike Hoogerwerf zelf als stijf gereformeerde tante, door Henk Heslinga als godsdienstleraar, en door Renzo Tuinsma, die gaandeweg de voorstelling groeit in zijn rol als typische braller. De ongegeneerde, heroïsche jubelzang op Hendrik als andersoortige vereniging (’*Waar vind je als student nog meer zo’n bruisende unieke sfeer?’’) misstaat echter ietwat. Helaas ontbreekt het ook aan een echt pakkende plot. De steeds grimmiger tegenstellingen op het podium moeten natuurlijk, daar is het een musical voor, net op tijd opgelost worden. Een uit de hand gelopen vechtpartij tussen de twee partijen dient niet echt overtuigend als keerpunt.

Terwijl het fraaie en functionele decor zich symbolisch achter de spelers aaneensluit tot een beeltenis van de oude Hendrik de Cock, erkent op het podium iedereen schuld in een wel erg fijn en moralistisch liedje, en wordt alom beterschap beloofd: We moeten samen verder, misschien komt het dan nog goed.

“Met Hendrik een beregoeie toekomst tegemoet.” Het publiek bevestigt de feestelijke stemming met een minutenlang applaus.

Tandwieltjes

”Magnifiek”’, noemt Roel Griffioen even later de hele gebeurtenis, en de ontdekking dat zoiets met mensen van de eigen vereniging van de grond te krijgen is.

“Bijna een kwart van de hele Hendrik-bevolking deed mee”, voegt Maaike Hoogerwerf eraan toe. “Een jaar geleden waren wij de eerste twee tandwieltjes, en vanavond pas kwamen al die tandwieltjes bij elkaar. En het werkte!”

En die titel? “Toen we het woord ‘Anders’ eenmaal hadden, merkten we dat het op vele manieren gebruikt kon worden. Dus dachten we: dat houden we d’r in.”