De uitvinding van de vibrator, eind vorige eeuw, werd door artsen met enthousiasme begroet. Handmatige massage van het bekken van ‘hysterische’ vrouwen behoorde eindelijk tot het verleden. Binnen tien jaar voelden duizenden keurige vrouwen ‘de jeugd weer in zich kloppen.’
DE REDACTIERAAD VAN het blad Technology and Society, het orgaan van het Amerikaanse Instituut van Elektrotechnici (IEEE), reageerde geschokt. Het doorgaans zo rustige gezelschap was er, tien jaar geleden, van overtuigd het slachtoffer te zijn geworden van een practical joke van de redacteuren van het hoogst serieuze blad. Hoe anders kon verklaard worden dat zij een flauwe parodie op een authentiek wetenschappelijk artikel onder ogen kregen, gelardeerd met tientallen, ongetwijfeld verzonnen voetnoten?
Aanleiding tot alle opwinding vormde een artikel van de hand van ene Rachel Maines, onder de kop: ‘Sociaal gecamoufleerde technologie: het voorbeeld van de elektromechanische vibrator.’ Het stuk bevatte de eerste bevindingen van de historica, die in de zijlijn van haar onderzoek naar de geschiedenis van textiele werkvormen gefascineerd was geraakt door een heel ander onderwerp: de snelle en openlijke opkomst van de elektrische vibrator aan het eind van de negentiende eeuw.
Maines’ nieuwsgierigheid was gewekt door paginagrote advertenties in de damesbladen die ze voor haar hoofdonderzoek doorzocht. Nette periodieken als Home Needlework Journal en Woman’s Home Companion prezen rond 1905 zonder enige terughoudendheid de trillende apparaten aan onder kopjes als ‘hulpjes die elke vrouw naar waarde weet te schatten’. De lezeressen werd beloofd dat zij ‘de genoegens van de jeugd weer in zich zouden voelen kloppen.’
Voor Rachel Maines leek het alsof Margriet haar lezers confronteerde met advertenties voor attributen voor bizarre seks. Het duurde maar even of haar aandacht verschoof van de textiele werkvormen naar de snel uitdijende vibrator-knipselmap.
Tien jaar vorsen leidde uiteindelijk tot het boek The Technology of Orgasm, dat vorige maand verscheen. In het boek verzamelde Maines details over de techniek en marketing van vibrators rond de eeuwwisseling. Maar veel meer nog presenteert ze een verklaring voor het feit dat het elektrische apparaat, na een korte bloeiperiode in de behandelkamers van doktoren en boudoirs van keurige huisvrouwen, na de jaren twintig veroordeeld werd tot een ondergronds bestaan.
Aan de basis van de opmerkelijke geschiedenis lagen, meent Maines, eeuwenoude medische opvattingen over ‘hysteria’, de chronische kwaal waaronder een groot deel der vrouwen gebukt ging. Symptomen van deze typische vrouwenziekte waren, onder andere, angst of benauwdheid, slapeloosheid, prikkelbaarheid, nervositeit, kortademigheid, seksuele fantasieën, vergeetachtigheid, gebrek aan eetlust, een zwaar gevoel in de buik, zwellingen in het bekken en een vochtige schaamstreek. In het begin van deze eeuw kwam zelfs even een extreme variant van de ziekte op, waarin vrouwen regelmatig het bewustzijn verloren.
Niet voor niets dankte het stelsel van kwalen zijn naam aan de baarmoeder – letterlijk is ‘hysteria’ Grieks voor: voortkomend uit de uterus. Dit orgaan, wisten medici al sinds Hippocrates, ging een eigen leven leiden wanneer het niet regelmatig, middels geslachtsgemeenschap, overtollig vocht kwijtraakte. Middeleeuwse artsen waren er zelfs van overtuigd dat een opzwellende baarmoeder, indien niet tijdig gedraineerd, zich omhoog naar de luchtpijp kon werken en daar de patiënt kon wurgen.
Gelukkig was de oplossing vaak betrekkelijk eenvoudig. Zij die getrouwd waren, hadden baat bij een ‘stevige geslachtsgemeenschap’ met hun echtgenoot, aldus de medische handboeken. Waar dat niet mogelijk was, bijvoorbeeld omdat de patiënt nog ongetrouwd, weduwe of non was, viel te proberen met een schommelstoel of een rit te paard de baarmoeder terug in het gareel te krijgen. Maar in veel gevallen was dat niet voldoende, en restte slechts een moeilijke, tijdrovende, vermoeiende en dus niet populaire behandeling door de arts: massage van de schaamstreek tot een bevrijdende ‘zaadvloed’ uit de verstopte baarmoeder op gang kwam. Tot de signalen van een geslaagde behandeling behoorden ook spiertrekkingen en ‘gevoelsuitbarstingen’ van beurtelings pijn en plezier.
De vorige eeuw kende volgens sommige artsen een ware epidemie van hysterie. Europese en Amerikaanse medische bronnen maken melding van grote aantallen vrouwen die alleen dankzij regelmatige bekken-massage hun kwaal onder de duim wisten te houden. Artsen bezweken bijkans onder de werklast van al die massages, en delegeerden het saaie werk zo mogelijk aan vroedvrouwen.
In de tweede helft van de negentiende eeuw begon het behandelingsrepertoire voor hysterische dames zich uit te breiden. Bronnenbaden, liefst met vallend of krachtig stromend water, leverden goede resultaten. Speciale bekken-douches werden ontworpen, in de vorm van gerichte waterstralen die van enkele meters afstand op de schaamstreek konden worden gericht. Hier en daar werd geëxperimenteerd met elektroden die een lage spanning op het natte onderlichaam overbrachten.
Maar hoewel een enkele arts zover ging naast zijn kantoor een speciaal douchevertrek te laten aanleggen, bleven ook zulke natte methoden voor de meesten te omslachtig.
Het was deze latente vraag, schrijft Maines, die de elektromechanisme vibrator vleugels gaf. Vijftien jaar nadat de firma Weiss, een respectabele producent van medische instrumenten, op aanwijzingen van de Britse arts Joseph Mortimer Granville rond 1880 zijn eerste vibrator had vervaardigd, werd de markt al bestookt met tientallen modellen van meer dan een dozijn fabrikanten. Er waren kleine draagbare vibrators met een handvat, maar ook rollende en staande modellen, en vaste constructies onder speciale behandeltafels. Er waren vaste motoren met flexibele assen, waaraan tientallen hulpstukken in allerlei vormen konden worden bevestigd.
De meeste machines leken niet op de namaak-penis die vandaag de dag het beeld van de vibrator bepalen. Vrijwel altijd ging het om apparaatjes die, met duizend tot zevenduizend vibraties per minuut, de schaamstreek uitwendig masseerden. Waar zo’n massage voorheen al gauw een uur handwerk kostte, volstond nu een gemechaniseerde behandeling van vijf tot tien minuten.
Voor artsen vormde het nieuwe instrumentarium een goudmijn. Tegenover een investering van enkele tientallen guldens, of desnoods tweehonderd dollar voor de Chattanooga, volgens Maines de ‘Caddillac onder de vibrators’, stond een niet aflatende geldstroom van wekelijks terugkerende klanten die de behandeling zeer bevredigend vonden.
Goedkope elektrische modellen dringen echter ook door tot de consumentenmarkt. In 1899 duikt in de Verenigde Staten de eerste advertentie op voor een thuisvibrator – tien jaar voordat de eerste stofzuigers en strijkijzers over de toonbank gaan. De Vibratile wordt aangeprezen als remedie tegen ‘zenuwpijn, hoofdpijn en rimpels’. In de jaren erna verschijnen vele modellen, waaronder de White Cross Electric Vibrator, die wordt verkocht onder de leus ‘Vibration is Life’. Het warenhuis Sears, de Amerikaanse Hema, presenteert in 1918 het nieuwste snufje voor het huishouden: een huismotor, waarop niet alleen een ventilator, een mixer, een mengmolen en een naaimachine kunnen worden aangesloten, maar ook drie vibrator attachments á $1.35. Elders wordt mannen aanbevolen hun echtgenotes een vibrator te schenken, teneinde hun ogen weer te doen stralen en hun wangen weer te laten blozen.
De democratisering van de vibrator kon natuurlijk niet goed aflopen. Langzaam maar zeker werd iedereen duidelijk dat het apparaat in de achterkamers niet alleen op stijve rugspieren werd toegepast. Nadat rond 1930 erotische films steeds openlijker vibrators toonden waarmee vrouwen van lichte zeden zichzelf bevredigden, verdween de vibrator uit het publieke leven. Ook voor dokters werd het feitelijk onmogelijk hun therapieën tegen hysterie voort te zetten.
Sinds die tijd leidt de vibrator een semi-ondergronds bestaan, concludeert Maines, waarin ook de seksuele revolutie in de jaren zestig maar gedeeltelijk verandering wist te brengen.
De stormachtige ontvangst van de vibrator, analyseert de historica, was alleen mogelijk doordat zijn belangrijkste toepassing aanvankelijk door ‘sociale camouflage’ aan het zicht werd onttrokken. Zowel mannen als vrouwen hadden door de eeuwen heen vastgehouden aan hun misvatting dat, net als bij de man, ook bij de vrouw een orgasme slechts door coïtus tot stand kon komen. Onvermogen het langs die weg te bereiken werd simpelweg ontkend of bestempeld tot ziekte; de bijbehorende massage-therapie werd van zijn seksuele lading ontdaan. Uiteindelijk verrichtte de dokter, aldus Maines, de klus die niemand anders wilde klaren: het seksueel bevredigen van vrouwen die hun orgasme niet via de coïtus, maar door prikkeling avn de clitoris bereiken – volgens recente onderzoeken de absolute meerderheid.
Dat het uitblijven van een orgasme leidt tot klachten ooit bekend als hysterie, is iets waar Maines overigens opvallend weinig twijfels over heeft. Ook haar stelling dat `een orgasme doorgaans verlichting brengt bij slapeloosheid, angst, benauwdheid, hoofdpijn en nervositeit’ had wel een van de bijna vijfhonderd voetnoten verdiend. De door haar zelf geconstateerde ‘sociale camouflage’ maakt het bovendien niet eenvoudig om echt te bewijzen dat de vibrator hoofdzakelijk in de schaamstreek, en niet op minder beladen delen van het lichaam werd toegepast.
Toch maakt Maines genoegzaam aannemelijk dat de korte, bijna openlijke populariteit van de elektrische vibrator stoelde op een brede miskenning van het vrouwelijk orgasme. Maar toen het apparaat aan die miskenning een einde had gemaakt, was het met de openheid snel gedaan.