Het aantal kleine ruimte-brokstukken dat de aarde jaarlijks kan treffen, is tien tot honderd keer groter dan tot nu toe werd gedacht. Maar voorlopige berekeningen geven aan dat de meeste van deze asteroiden zo hoog in de atmosfeer exploderen dat dit aan het aardoppervlak niet wordt opgemerkt.
De fors verhoogde schattingen berusten op waarnemingen met een nieuwe telescoop in de Amerikaanse staat Arizona. Met deze Spacewatch-telescoop kunnen asteroïden rond de aarde worden waargenomen die voorheen niet zichtbaar waren. Tot nu toe moest het aantal kleine brokstukken worden geschat op basis van het aantal grote.
In de ruim twee jaar dat Spacewatch nu actief is, zijn in totaal veertig nieuwe asteroïden in de omgeving van de aarde ontdekt. Opmerkelijk veel hiervan -dertien stuks- zijn kleiner dan vijftig meter. Dat grote aantal, schrijven Amerikaanse onderzoekers vandaag in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature, wijst op het bestaan van een voorheen onbekende gordel kleinere ruimtebrokstukken die, vlak bij de aarde, in een baan om de zon draaien.
Of de brokstukken overblijfselen zijn van ooit op elkaar gebotste kometen of resten van meteoriet-inslagen op de maan, is nog niet duidelijk. Zo groot is hun geschatte aantal echter, dat er elk jaar enkele botsingen met de aardse atmosfeer moeten plaatshebben, waarbij een kracht vrijkomt vergelijkbaar met de ontploffing van twintigduizend ton dynamiet — evenveel als de kracht van de eerste atoombom boven Hiroshima.
De brokken zouden de aardse atmosfeer binnenvliegen met een snelheid van rond de veertien kilometer per seconde.
Volgens NASA-onderzoeker dr C. F. Chyba bestaat er weinig kans dat de nu ontdekte zwerm op aarde catastrofes zal aanrichten. Ervan uitgaand dat de meeste kleine brokstukken bestaan uit koolstof of gesteente, berekent hij dat ze zo hoog zullen ontploffen dat op aarde niemand er iets van merkt.
Alleen als een deel van de asteroïden zou bestaan uit ijzer, stelt hij, zijn de risico’s groter: ruimte-objecten van ijzer zijn zo hard, dat als zij de afmetingen hebben van de nieuw waargenomen asteroïden, zij een krater van een halve kilometer doorsnee in het aardoppervlak kunnen slaan.
Gemiddeld bestaat volgens schattingen zes procent van alle asteroïden uit ijzer. Maar, stelt Chyba, ware dat in deze wolk ook het geval geweest, dan had de aarde er elke veertienhonderd jaar een nieuwe krater van vijfhonderd meter doorsnee bij moeten hebben gekregen.
De NASA-onderzoeker noemt het desondanks uiterst verrassend dat, hoog in de atmosfeer van de aarde, elk jaar een aantal grote explosies voorkomt zonder dat iemand dit merlet. Dolgraag zou hij daarom de duizenden geheime foto’s bekijken die Amerikaanse spionagesatellieten de afgelopen decennia vanaf grote hoogte hebben gemaakt. De kans bestaat, denkt Chyba, dat daarop lichtflitsen te zien zijn afkomstig van de exploderende planetoïden.
Daadwerkelijke botsingen tussen de aarde en kleinere planetoïden zijn in het recente verleden wel voorgekomen. Zo werd Tunguska, in het Siberische deel van Rusland, in 1908 getroffen door een enorme explosie op minder dan tien kilometer hoogte. Grote bosgebieden werden toen verwoest.