Menu Close

Goochelen met cijfers voor beter milieu

De nieuwste trend in de strijd voor een beter milieu heet de ‘Ecobalans’. Wanneer we alles maar meenemen, zouden we gewoon kunnen uitrekenen welk produkt het vriendelijkst is voor onze leefomgeving. Bij de keus tussen het melkpak of de statiegeldfles speelt het gegoochel met cijfers al een grote rol.

EEN WEEK GELEDEN startte de Vereniging Milieudefensie een grote actiecampagne tegen het gebruik van wegwerp-verpakkingen. Volgens de vereniging brengen we samen jaarlijks een miljard kilo verpakkingsmateriaal naar de vuilnisman, en daar moet iets aan gebeuren.

Als ‘speerpunt’ van de actie gaat Milieudefensie allereerst de strijd aanbinden met het melkpak. Die zou vervangen moeten worden door de goeie oude statiegeldfles, vindt de vereniging.

In een uitgebreid rapport, opgesteld door het onderzoekbureau Praktisch Milieu Advies, zette Milieudefensie de gevolgen voor het milieu van de verschillende manieren om melk te verpakken naast elkaar. Zo werd becijferd dat, per liter geconsumeerde melk, de productie van melkpakken 2,2 liter water vereist. Bij een overschakeling op de melkfles zou dat volgens Milieudefensie beperkt kunnen blijven tot 0,6 liter water.

Het onderzoekbureau zette daarnaast ook onder meer het energieverbruik (voor het pak 2,1 miljoen joule per liter melk, tegen 1,6 miljoen bij de fles), het grondstoffenverbruik (pak én fles beide 31 ton), en de uiteindelijk hoeveelheid afval (pak: 31 ton, fles: 18 ton) tegenover elkaar. Na alle rekenwerk rest volgens de milieubeschermers maar één conclusie: de melkfles is beter voor het milieu dan het pak.

Het voorlopige streefdoel van de actie is een verdubbeling van het aantal consumenten dat melk in glazen statiegeldflessen koopt. Volgens een enquête van Milieudefensie is dat nu nog maar 11 procent.

Prematuur

De fabrikanten van het bekende kartonnen melkpak reageren verontwaardigd op de actie. Volgens hen is die namelijk ‘prematuur’: juist nu alle partijen op initiatief van de minister van milieuhygiëne broederlijk bijeenzitten om samen uit te rekenen welke verpakkingsmethode het beste is voor het milieu, klappen de actievoerders uit de school met een onderzoek dat “een aantal zaken niet meeneemt”, aldus communications manager P.J. Meulblok van Tetra Pak BV in Nieuwegein. Zijn bedrijf is naar eigen zeggen goed voor circa 70 procent van alle verkochte pakken voor melk en vruchtensap in Nederland.

Volgens de fabrikant komt het pak er bij een volledige berekening, waarbij echt alle onderdelen van grondstoffenverbruik, productie, transport, opslag, verwerking en hergebruik in beschouwing worden genomen, niet slechter uit dan de statiegeldfles. En, zo onderstreept het bedrijf ten overvloede, “alleen een vollédige ecobalans kan de doorslag geven”.

De ironie van de discussie is dat beide partijen zich deels baseren op dezelfde onderzoekcijfers. Die zijn een paar jaar geleden op verzoek van de internationale pakken-industrie gebundeld in een lijvig rapport van de Zweedse onderzoekers Lundholm en Sundström.

Op sommige punten ging Milieudefensie echter ook bij andere bronnen te rade. Zo ontdekte ze dat de Nederlandse zuivelfabrikant Coberco voor het schoonmaken van teruggebrachte flessen drie keer zo weinig spoelwater nodig heeft als de door de Zweden onderzochte Duitse fabriek.

Ingewikkeld

Het idee om te proberen alle gevolgen voor het milieu van verschillende producten te berekenen is de laatste jaren sterk in opkomst. Wellicht dat het ook een belangrijke rol zal spelen bij de tientallen verschillende afvalstromen die minister Alders van milieu de komende tijd onder de loep wil nemen.

Op het eerste gezicht lijkt het ook een volkomen logische manier om allerlei alternatieven tegen elkaar af te wegen. Een probleem is alleen dat dergelijke berekeningen al snel knap ingewikkeld worden, en dat er flink wat veronderstellingen aan te pas komen.

Kijken we bijvoorbeeld naar het onderdeel Transport bij de keuze tussen het pak of de fles: hoeveel pakken of flessen passen er in één vrachtwagen? Rijden die wagens tussen zuivelfabriek en supermarkt op diesel of benzine? Hoeveel kilometer leggen ze gemiddeld af? Waar komen de kratten en pallets vandaan? Nemen de vrachtwagens ook iets mee terug, of keren ze leeg weerom? De lijst met vragen is bijna eindeloos.

Daar komt bij dat te midden van al die cijfers, tabelletjes en grafiekjes de herkomst van de gegevens niet altijd even duidelijk is, laat staan dat ze allemaal even controleerbaar zijn. Zo gaat Milieudefensie er van uit dat een statiegeldfles gemiddeld 30 keer door een consument gebruikt wordt voor hij ergens in scherven uiteenvalt. Volgens Meulblok (“dat getal is heel belangrijk”) is dat cijfer veel te hoog, en hanteert de zuivelindustrie een getal tussen de 10 en 20. Zuivelfabrikant Campina/Melkunie zelf noemt echter een getal “ergens tussen de 25 en 30” als de meest realistische schatting voor de praktijk.

De allesoverheersende vraag bij deze nieuwe trend om van elk product de ecobalans te bepalen is hoe ver men bij de berekeningen moet gaan. Als het aan de pakken-fabrikanten ligt: heel ver. Meulblok: “Wij nemen zelfs de energie mee die nodig is voor de productie van de kopspijkertjes die gebruikt worden om de pallets onder de stapels pakken in elkaar te timmeren.” Henk Venner van de Vereniging Milieudefensie wil echter duidelijke grenzen trekken tussen wat nog wel, en wat niet meer berekend wordt. “Moet je bijvoorbeeld het woon-werkverkeer van de chauffeur van de melkauto nog meenemen in je berekening?” Als het aan hem ligt in ieder geval niet.

Strubbelingen

Afgaand op de ontstaande strubbelingen over al die getalletjes lijkt twijfel gerechtvaardigd over de vraag of de ecobalans de oplossing voor onze milieu-politiek betekent. Ook bij Milieudefensie is iets van die aarzeling merkbaar. Venner: “Op zich is het natuurlijk een goeie ontwikkeling. Voor een deel is het ook terecht: je moet niet alleen kijken naar de hoeveelheid afval, maar ook naar de rest van het productieproces. Je moet het alleen niet overdrijven. Ecobalansen leveren geen eenduidige antwoorden op. En het grote gevaar ervan is dat steeds weer uitstel volgt. De fabrikanten zien het liefst dat we over tien jaar nog zitten te rekenen, terwijl er ondertussen niets gebeurt.” Het rapport over de melkverpakking is het eerste waarbij de vereniging zoveel onderzoek heeft laten doen. Venner acht het echter goed mogelijk dat het meteen ook de laatste keer is geweest. “Je moet het niet tot doel verheffen om overal een ecobalans van te maken. Uiteindelijk kies je toch je eigen invalshoek. Wij kijken naar dingen die in de samenleving leven, en we hebben onze principiële uitgangspunten: die verpakkingstroep moet gewoon weg.”

Stop

Tetra Pak-woordvoerder Meulblok geeft toe dat de indruk zou kunnen ontstaan dat de industrie graag wil blijven rekenen, om in de tussentijd niks te hoeven doen. “Maar wij vinden dat je zo ver mogelijk moet gaan in je berekeningen, gebruik makend van nieuwe methodes die beschikbaar komen. Je moet je modellen steeds bijstellen, voortdurend verbeteren.”

Ook hij ziet echter in dat al dat gereken niet eeuwig door kan gaan. “Op een gegeven moment moet je zeggen: Stop.” Dat moment zou volgens Meulblok aanbreken wanneer definitief bepaald is welke verbeteringen nog in de verschillende productieprocessen doorgevoerd kunnen worden, en welke belasting van het milieu precies nog aanvaardbaar is en welke niet meer. Voorlopig heeft Meulblok alle vertrouwen in de Strategische Discussie, waarvoor op verzoek van de overheid alle betrokken partijen met elkaar om de tafel zijn gaan zitten. “Ik ga er van uit dat we het daar over de getallen eens zullen worden.”

Wat zou er gebeuren wanneer uiteindelijk, ook na een onafhankelijke beoordeling van bijvoorbeeld TNO, de conclusie zou volgen dat de melkfles milieuvriendelijker is dan het pak? Wordt Tetra Pak dan Tetra Fles? Meulblok: “Nee. Want wij zijn ervan overtuigd dat wanneer het onderzoek echt diepgaand wordt uitgevoerd, er hoogstens uit zal komen dat er geen verschil tussen de twee bestaat.”

Related Posts