‘HET IS nooit toegestaan om te zeggen dat je een experiment hebt gedaan, terwijl dat in werkelijkheid niet is gebeurd, of om iets anders dan de oorspronkelijke meetgegevens te presenteren. Opzettelijke vervalsing vernedert alle leden van de wetenschappelijke gemeenschap, omdat het het vertrouwen van de samenleving in het wetenschappelijke bedrijf ondermijnt.”
Met deze publiekelijke ode aan de eerlijkheid wierp de Amerikaanse Nobelprijswinnaar David Baltimore enkele weken geleden de handdoek in de ring. Na vijf jaar lang de publicatie van een wetenschappelijk experiment te vuur en te zwaard te hebben verdedigd, gaf hij eindelijk toe dat de vondst niet op echte experimenten gebaseerd was geweest. Kort daarvoor had hij reeds aangekondigd het gewraakte artikel officieel te zullen intrekken. De schuldbekentenis vormde het laatste hoogtepunt in de ‘Baltimore-affaire’, die de Amerikaanse wetenschap op haar grondvesten heeft doen schudden.
Evenwicht
De Baltimore-affaire begon in mei 1985, toen in het Massachussets Institute of Technology (MIT) de immunoloog dr Thereza Imanishi-Kari experimenten uitvoerde met genetisch veranderde afweercellen van de muis. Het experiment moest voor het eerst het bewijs leveren voor een oude, controversiële theorie over de werking van het ingewikkelde immuunsysteem.
Volgens die theorie houdt het afweersysteem zichzelf voortdurend in evenwicht, doordat afweercellen die antilichamen tegen indringers maken ook elkáár beïnvloeden. Het principe zou erop berusten dat een door afweercel A geproduceerd antilichaam (a) op zijn beurt door afweercel B als ‘vreemd’ wordt beschouwd, en bestreden met een ander antilichaam (b). Dat laatste richt zich niet alleen op antilichaam (a), maar werkt ook in op de maker ervan, afweercel A. In april 1986 publiceren Baltimore, Imanishi-Kari en vier andere onderzoekers hun bevindingen, die de wereld der immunologen doet opschrikken. Voor het eerst wordt immers aangetoond dat de veronderstelde wisselwerking tussen de afweercellen daadwerkelijk plaatsvindt.
Schrift
Al snel beginnen echter de moeilijkheden. De jonge onderzoeker Margot O’Toole, die in het laboratorium van Imanishi-Kari werkt, ziet een maand na de publicatie van de resultaten in het tijdschrift Cell het schrift met de originele meetgegevens. Tot haar ontzetting merkt zij, dat die niet overeenkomen met wat is gepubliceerd.
Zij slaat alarm bij een oudere collega. Tijdens een inderhaast bijeengeroepen vergadering geeft Imanishi-Kari toe – volgens O’Toole althans – dat sommige van de beschreven experimenten nooit zijn gedaan, en dat andere uitkomsten afwijken van wat is gepubliceerd. Volgens O’Toole herhaalt Imanishi-Kari die bekentenis enkele weken later in het bijzijn van Baltimore.
Wat O’Toole verwacht – intrekking van het artikel – gebeurt niet. In plaats daarvan stelt een kleine onderzoekscommissie van de universiteit vast dat weliswaar ‘kleine fouten’ aan het licht zijn gekomen, maar dat de kern van het artikel nog recht overeind staat. Baltimore handhaaft zijn steun aan het artikel en zijn mede-auteur Imanishi-Kari, en O’Toole zelf is plots de gebeten hond: haar worden onzuivere motieven toegeschreven, en ze verliest haar baan.
Enkele doortastende medewerkers van de National Institutes of Health (NIH), de Amerikaanse organisatie die miljarden dollars overheidsgeld over het medische onderzoek verdeelt, laten het er echter niet bij zitten. Er komt een officieel onderzoek.
Op grond van wat later is vastgesteld, moet aangenomen worden dat Imanishi- Kari zich dan in het nauw gedreven voelt. Zij besluit nieuwe ‘proefresultaten’ te verzinnen, die de oude resultaten staven. Niet voor niets, want de NIH-commissie stelt vast dat op basis van de oorspronkelijke gegevens ‘het hele onderzoek zo uit het raam kon worden gegooid’. Maar de plotseling opduikende nieuwe gegevens, die vreemd genoeg nog mooier uitvallen dan die in de publicatie, dwingen hen hun standpunt te herzien – zij constateren slechts ‘ernstige fouten en weglatingen’.
Intussen begint de zaak bredere aandacht te trekken. Het democratische Congreslid John Dingell pleit met succes voor een onderzoek door een Congrescommissie, om misbruik van overheidsgeld aan de kaak te stellen. En Dingell zet een opmerkelijke stap: hij legt de nieuwe gegevens van Imanishi-Kari voor aan de Amerikaanse Secret Service, gespecialiseerd in vervalste documenten.
Het wordt een gemakkelijke klus voor de experts: zij vergelijken de cijferstrookjes uit een stralingsmeter van Imanishi-Kari met die van collega’s over een lange periode. Uit de kleur van de inkt en het slijtpatroon van de cijfers, blijkt zonneklaar dat de door haar gepresenteerde printerstrookjes niet in 1985 zijn gemaakt, maar in 1982, tijdens een heel ander experiment. Een ander, overgeschreven strookje, bevat onwaarschijnlijk veel enen en drieën, én weinig tweeën en negens als laatste cijfer – het is voor een mens zeer moeilijk een toevallige reeks te verzinnen. Bovendien tonen de speurders aan dat het laboratorium-logboek een bonte verzameling is van achteraf veranderde en tussengevoegde feiten. Baltimore toont zich echter nog steeds – het is mei 1990 – niet onder de indruk.
De National Institutes of Health heropenen, onder druk van de spectaculaire bevindingen van dc Congrescommissie, in 1989 hun eigen onderzoek. Hun nieuwe ‘Office of Scientific Integrity’ (OSI) neemt ditmaal ook de ontdekkingen van de Secret Service onder de loupe.
Het vorige maand bekendgemaakte eindrapport is ondubbelzinnig in zijn conclusie: Imanishi-Kari heeft meetgegevens verzonnen, vervalste notities in het logboek en data van experimenten, en loog stelselmatig tegenover onderzoekscommissies. Ook de Nobelprijswinnaar krijgt een veeg uit de pan. ‘Onbegrijpelijk’, wordt het genoemd, dat Baltimore ondanks alle aanwijzingen weigerde te twijfelen aan zijn mede-auteur. De ontdekker van dc fraude, Margot O’Toole, wordt bedolven onder loftuitingen. “Haar daden waren in veel opzichten heroïsch”, aldus het rapport. “Ze verdient de goedkeuring en dankbaarheid van de wetenschappelijke gemeenschap, voor haar moed, en haar toewijding aan dc overtuiging dat in de wetenschap alleen de waarheid telt.”
Buck
Thereza Imanishi-Kari blijft de beschuldigingen ontkennen. Twee weken geleden nog bracht ze tijdens een bijeenkomst de affaire terug tot een foutje, veroorzaakt door een afgekloven label aan het oortje van een van de proefmuizen.
David Baltimore gaf na het OSI-rapport zijn verzet echter op. Hij geeft nu toe dat hij, nadat in 1989 de vervalsingen aan het licht kwamen, beter had moeten weten. Ook hij looft alsnog de jonge Margot O’Toole, die haar carrière de mist in zag lopen wegens haar vasthoudende eerlijkheid. Baltimore belooft ten slotte zich krachtig te zullen inzetten voor nieuwe procedures, die in de toekomst jonge medewerkers die op het spoor komen van fraude in bescherming moeten nemen.
Ook in Nederland zouden dergelijke procedures geen overbodige luxe zijn. Ook hier nemen dagelijks jonge onderzoekers praktijken waar die niet door de beugel kunnen, maar verkeren zij niet in de positie er iets van te zeggen. Promotie-onderzoekers in het laboratorium van dr H.M. Buck werden jarenlang effectief bedreigd met ontslag, wanneer ze hun vermoedens over de ‘aan fraude grenzende’ praktijken daar naar buiten zouden brengen. Dankzij enkele bijzonder hoogleraren vonden ze na afloop onderdak bij bevriende bedrijven. Maar tot op heden werden ze voor hun verzet-tegen-de-verdrukking-in niet met publiekelijke roem en dankbaarheid overladen.