Menu Close

‘Europeanen roeiden alle seksuele variatie uit’

Zeventien jaar lang onderzocht de antropoloog Gilbert Herdt in de binnenlanden van Nieuw-Guinea hoe jongens dankzij gelijkgeslachtelijke seks uitgroeiden tot volwassen man. Op uitnodiging van de werkgroep Homostudies legt hij dezer dagen in Amsterdam uit wat seksuologen van zulke ontdekkingen kunnen leren.

GILBERT HERDT dankt zijn reputatie aan het onderzoek dat hij sinds de jaren zeventig in de binnenlanden van Nieuw-Guinea verrichtte. Via elf expedities en uitgebreid literatuuronderzoek bracht hij een opmerkelijk fenomeen van de daar levende Sambia-stam in kaart: een keten van rituelen, waarlangs de jongens zich gedurende een reeks van jaren ontwikkelen tot een volwassen man.

Herdt: “Van hun achtste tot hun drieëntwintigste groeiden de jongens van de Sambia-stam, volledig afgezonderd van de vrouwen, op te midden van de mannen. Hun belangrijkste geheim daar was het feit dat zij veelvuldig seksuele handelingen verrichtten met hun geslachtsgenoten – nooit tussen jongens van gelijke leeftijd, maar altijd tussen een oudere en een jongere. Het ritueel had tot doel de jongen groot en sterk te maken. Want zoals vele andere primitieve volkeren geloofden zij dat het mannelijk lichaam niet zomaar kan ontstaan: er zijn sociale handelingen voor nodig.”

“De Sambia-stam geloofde bovendien dat het lichaam zelf geen sperma kan maken. Wilde een jongen kunnen uitgroeien tot een vruchtbare man, dan moest hij dat sperma tijdens zijn jeugd van anderen krijgen. Daarom werd hij regelmatig door oudere jongens van sperma voorzien. Wanneer hij zelf oud genoeg was, zo rond het vijftiende jaar, nam hij de actieve rol over, en ‘bevruchtte’ hij jongere geslachtsgenootjes.”

De ‘jongens-bevruchting’, zoals ik het ritueel tegenwoordig noem, verliep altijd op dezelfde wijze: via de mond. Dat was niet bij alle stammen zo – in sommige andere gemeenschappen ging het juist uitsluitend via anale seks.”

Val

“In mijn eerste boek beschreef ik deze rituelen nog als ‘homoseksueel’. Maar de laatste jaren ben ik daarvan afgestapt, omdat die term bij de meeste lezers een sterk westers beeld oproept, met inbegrip van geheime liefdes en discriminatie van homoseksuelen. Dat betekent niet dat ik nu de vergelijking van ‘moderne’ homoseksualiteit met gedragspatronen in heel andere culturen afwijs. Integendeel: die vergelijking vormt in mijn ogen juist de heilige opdracht van de antropologie. Maar om te kunnen vergelijken moet het gedrag eerst goed worden beschreven. Dat moet gebeuren vanuit de beschreven cultuur zelf, en niet in termen die zijn afgeleid uit onze westerse cultuur. Daarom was het destijds voorbarig om de Sambia-tradities ‘homoseksueel’ te noemen – ik trapte in dezelfde val als vele andere antropologen voor mij.”

De bijzondere seksuele tradities op Nieuw-Guinea zijn de laatste decennia, na uitvoerige bestudering door antropologen, op een enkel geïsoleerd gebied na uitgeroeid. Herdt: “De huidige autoriteiten van het land hebben nu de eigen tradities, met westerse argumenten, verboden. Dat begon al rond het begin van deze eeuw, toen de Duitse machthebbers op het noordelijke deel van het eiland, onder druk van zendelingen, ‘afwijkend’ seksueel gedrag bestreden. Het is vergelijkbaar met de manier waarop Europese pioniers in Noord-Amerika de tradities van de indianen tegemoet traden. Van alle indiaanse gebruiken werd het Berdache-ritueel, waarin jongens zowel qua kleding als werkzaamheden een vrouwelijke rol aannemen, door de blanke zendelingen als eerste bestreden. Die traditie schokte hen het meest, naar mijn mening omdat ze zich niet konden voorstellen dat een man vrijwillig afstand deed van zijn dominante sociale positie. Dat vonden ze een degeneratie.”

“De gebeurtenissen in Nieuw-Guinea zijn dus zeker niet uniek: waar ook ter wereld Europeanen seksueel gedrag aantroffen dat belangrijk afweek van hun eigen, beschouwden ze dat als een perversie, en roeiden ze het razendsnel uit, soms binnen twee jaar. Veel verschillen tussen culturen wat betreft het seksueel gedrag zijn zo verloren gegaan.”

“Dat die verschillen groot kunnen zijn blijkt wel in Nieuw-Guinea. Hier in het westen zijn we gewend homoseksueel gedrag te zien als het tegenovergestelde van mannelijkheid. Maar bij de Sambia was homoseksueel gedrag juist essentieel om de echte mannelijkheid te bereiken. Dat idee heeft in vele culturen bestaan, zoals bij de oude Grieken, Japanners, Chinezen en andere culturen met een vorm van ‘krijger-mannelijkheid’.”

Aangeboren

Volgens Herdt is de antropologie bij uitstek geschikt om antwoord te geven op twee belangrijke vragen. De eerste sluit aan bij het klassieke debat tussen nature en nurture: zijn onze seksuele verlangens aangeboren of aangeleerd. De tweede vraag gaat nog iets verder: ligt onze seksuele geaardheid, wanneer zij eenmaal is gevormd, voor de rest van het leven vast, of kan zij onder invloed van de omgeving nog veranderen.

Herdt: “Veel antropologisch werk, zoals dat in Nieuw-Guinea, geeft aan dat de seksualiteit sterk gevormd wordt door de omgeving. Alle Sambia-mannen vertoonden in hun jeugd ‘homoseksueel’ gedrag: dat werd bepaald door de gemeenschap, net zoals gewoonten rond het huwelijk, vormen van vriendschap en de rol van romantiek. De Sambia-stam kende niet ons begrip ‘liefde’, al hadden ze hun eigen manier om sterke affectie te tonen. Maar wanneer zij westerse zendelingen hun vrouw op de mond zagen kussen, gruwden zij: het uitwisselen van speeksel was voor hen het toppunt van onhygiënisch gedrag.”

“Wat de tweede vraag betreft: wij zijn in het westen opgegroeid met de gedachte dat je wordt geboren met een bepaalde seksuele geaardheid: die zit in je genen, je bloed, je hormonen, je hersenen. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen dat je eerst seksuele relaties hebt met mannen, en later met vrouwen. Maar bij de Sambia-stam was het juist heel gewoon – zij zagen dat absoluut niet als een tegenstelling.”

Het nature/nurture-debat laaide twee jaar geleden in Nederland hoog op, toen hersenonderzoeker dr D. Swaab meldde een anatomisch verschil te hebben gevonden tussen de hersenen van hetero- en homoseksuele mannen. De homoseksuele gemeenschap leek in meerderheid van mening dat dergelijk onderzoek eigenlijk niet zou moeten plaatsvinden. Kortgeleden publiceerde de – homoseksuele – Amerikaanse hersenwetenschapper LeVay soortgelijke onderzoeksresultaten in Science. Maar ondanks de hoge organisatiegraad van de Amerikaanse homo-gemeenschap klonk nauwelijks protest – sterker nog: men leek wel verheugd over de mogelijke vondst van een ‘biologische oorzaak.

Herdt: “In de Verenigde Staten loopt een fundamentele scheidslijn dwars door de homogemeenschap tussen mannen en vrouwen. Wanneer je aan gays vraagt: is je homoseksualiteit ‘biologisch’ bepaald of heb je er zelf voor gekozen, zeggen ze bijna altijd dat ze er mee geboren zijn. Lesbiennes daarentegen zeggen bijna altijd dat het hun eigen keuze is geweest.”

“Het verschil hangt volgens mij samen met de machtposities van die groepen in onze samenleving. Al eeuwenlang spelen mannen een grotere rol dan vrouwen. Wanneer mannen vrijwillig afstand doen van hun voorrechten, het huwelijk en het verwekken van nageslacht, dan moet er in de ogen van westerlingen iets heel onnatuurlijks aan de hand zijn. Toch is dat precies wat de homoseksuele man doet – hij geeft zijn dominante positie als heteroseksuele man op. Daarom heeft hij ook zelf behoefte aan een bewijs dat hij daar niet zelf voor gekozen heeft, maar dat zijn biologie voor hem die beslissing heeft genomen.”

“Bij vrouwen ligt het net andersom: volgens het oude rollenpatroon moeten zij een natuurlijke behoefte hebben om kinderen te krijgen en een liefhebbende echtgenote te zijn. Hun homoseksualiteit biedt juist de mogelijkheid zich aan die ondergeschikte maatschappelijke positie te onttrekken: ze kunnen geld verdienen, een carrière opbouwen, iets bereiken in de wetenschap of de literatuur. Homoseksueel zijn betekent voor hen een stap omhoog op de maatschappelijke ladder. En voor die beslissing willen zij graag zelf verantwoordelijk zijn.”

Related Posts