Menu Close

Dinosauriërs mogelijk door zuurstofgebrek uitgestorven

SAN FRANCISCO – Onderzoek naar het zuurstofgehalte in luchtbellen van 65 miljoen jaar oud, veroorzaakt nieuwe twijfels over de reden dat dinosauriërs rond die tijd van de aardbodem verdwenen. Niet de inslag van een enorme meteoriet maar een razendsnelle daling van het zuurstofgehalte van de atmosfeer zou een eind hebben gemaakt aan de heerschappij van de reusachtige landdieren.

Tot die conclusie komt een team van Amerikaanse onderzoekers na opgravingen in het oostelijk deel van de Amerikaanse staat Montana. Het team, bestaande uit een geoloog, een scheikundige, een paleontoloog en een dierfysioloog, presenteerde de nieuwe theorie tijdens een bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Science. De hypothese is genoemd naar Pele – niet de voetballer maar de Polynesische godin van het vuur.

De onderzoekers analyseerden de lucht die was opgesloten in amber – een gesteente dat ontstaat door uitharding van hars dat uit planten of bomen druppelt. In gesteente ouder dan 65 miljoen jaar, uit het Krijt, worden fossiele resten van dinosauriërs gevonden; in jongere gesteenten uit het Tertiair niet meer.

Uit het onderzoek blijkt dat, gedurende een periode van ongeveer 300.000 jaar rond de Krijt-Tertiair-grens, het zuurstofgehalte in de lucht zakte van 35 tot ongeveer 28 procent – overigens veel hoger dan de huidige 21 procent. De snelheid van die daling lag tien tot twintig keer hoger dan tot nu toe werd gedacht, aldus de onderzoekers.

Dinosauriërs, die een inefficiënte manier van ademhalen hadden, zouden de daling van het zuurstofgehalte niet hebben kunnen overleven – te meer omdat ook het plantenrijk zwaar te lijden had van de daling van het zuurstofgehalte.

De Pele-hypothese verklaart ook waarom andere dieren de ‘natuurramp’ wel overleefden. Reptielen hadden veel minder zuurstof nodig, en zowel vogels als zoogdieren beschikken over veel efficiënter ademhalings-systemen dan dinosauriërs – alleen daarom al hadden de monsters uit Jurassic Park in werkelijkheid geen kans gehad in de twintigste-eeuwse atmosfeer.

De scherpe daling van het zuurstofgehalte was volgens de geologen het indirecte gevolg van het eind van een periode van hoge vulkanische activiteit. Kooldioxyde uit die vulkanen had de plantengroei verhevigd, zodat er tijdelijk veel meer zuurstof werd geproduceerd. Toen dat proces tot stilstand kwam, zakte het zuurstofgehalte snel weer in.

De Pele-theorie bewijst dat de ‘inslaghypothese’, die door werk van onder meer de Nederlandse onderzoeker dr Jan Smit het afgelopen decennium uitgroeide tot de belangrijkste verklaring voor het uitsterven van de dinosauriërs, het pleit niet definitief heeft gewonnen. Volgens de inslag-theorie deed de botsing met een grote meteoriet zoveel stof in de atmosfeer opwaaien, dat zonlicht lange tijd nauwelijks tot het aardoppervlak kon doordringen. De grote dinosauriërs zouden deze ‘nucleaire winter’ niet hebben overleefd.

Related Posts