Een uitzonderlijk levensechte, gedetailleerd reportage uit het hart van de Amerikaanse Burgeroorlog, gezien door de ogen van een eenvoudige soldaat. Dit alles verrijkt met honderden kaarten en aquarellen, allemaal van dezelfde hand. Dat is de oogst van jarenlang speurwerk door conservator James Kelly van het historisch museum in de Amerikaanse stad Richmond.
Kelly’s naspeuringen begonnen in 1994, toen een lokale antiekhandelaar aan zijn museum vijfhonderd aquarellen te koop aanbood. De aquarellen, die sinds de dertiger jaren in een bankkluis hadden gelegen, toonden taferelen uit de Amerikaanse Burgeroorlog.
Jaren zocht Kelly vruchteloos naar de achtergronden van de schilder, ene Robert Sneden. Totdat een reeks toevalligheden hem leidden naar een verre achter-achterneef. Die had, zo zei hij, in zijn zomerhuis nog een doos materiaal liggen. Vijfduizend pagina’s bleken het uiteindelijk te zijn, vol met door Sneden zelf bewerkte dagboekmanuscripten, en geïllustreerd met nog eens honderden aquarellen.
Robert Sneden, zo ontdekten leden van de Virginia Historical Society de afgelopen jaren, werd geboren in Canada uit een van oorsprong Nederlandse familie. In 1861 nam hij, als gewoon soldaat, dienst in het Noordelijke leger. Zijn technische opleiding gaf hem toegang tot een gewild baantje: kaartenmaker.
Sneden bereisde alle strategisch belangrijke gebieden om generaals te voorzien van nauwkeurige kaarten. Zijn werk bracht hem, als een Forrest Gump van de Amerikaanse Burgeroorlog, oog in oog met vele historische gebeurtenissen, die hij vastlegde in tekeningen en dagboeknotities. Zelfs toen hij een jaar doorbracht in ‘de hel op aarde’, een Zuidelijk gevangenkamp waar meer dan dertienduizend Noordelijke soldaten onder barbaarse omstandigheden het leven lieten, krabbelde Sneden in steno de marges van zijn bijbeltje vol met schetsen en aantekeningen.
Hoewel niet direct een groot schilder, had de nederige soldaat oog voor kleine, dagelijkse details — zijn reportages doen in die zin verrassend modern aan. Tegelijk had hij als cartograaf contact met de hoogste rangen, en kreeg hij al reizend een goed overzicht van de oorlog.
Die combinatie, zeggen Amerikaanse historici, maakt dat Snedens werk een uniek perspectief geeft op de Burgeroorlog. Want anders dan gebruikelijke oorlogsverhalen, die ofwel beperkt blijven tot de opsomming van troepenbewegingen ofwel doorschieten in heroïsche beschrijvingen, maakt Sneden de rauwe geschiedenis van de oorlog invoelbaar voor hedendaagse lezers. Meer dan gelikte tv-films toont zijn ooggetuigenverslag de realiteit van vuil, whiskey, ziekte en dood.
Na de oorlog probeerde Sneden vergeefs als architect aan de bak te komen. Waarom hij daarin faalde weet niemand. Duidelijk is wel dat hij de vele werkloze jaren benutte door zijn ruwe schetsen en notities, zowel letterlijk als figuurlijk, extra kleur te geven, wellicht in de hoop ze uitgegeven te krijgen.
Helaas voor de berooide Sneden heeft die uitgave tot afgelopen winter moeten wachten. Eye of the storm: A Civil War Odyssey, heet de bijna vierhonderd pagina’s tellende ingekorte en bewerkte versie van zijn relaas, waarop de uitgeverij Free Press uiteindelijk voor honderdduizenden dollars de rechten verwierf.
Peter Vermij, Washington.
Eye of the storm: A Civil War Odyssey. Red. Charles Bryan, Nelson Lankford. Uitg. Free Press, $37.50. ISBN: 0-684-86365-0.
