Menu Close

Ware en oprechte vrienden

Vera neemt beslissing in slepend conflict 

Het open jongerencentrum VERA aan de Oosterstraat kampt met ernstige interne strubbelingen. Persoonlijke tegenstellingen vermengd met structurele problemen binnen de vereniging zorgen steeds meer voor onverkwikkelijke situaties. Op een algemene ledenvergadering moesten de partijen tot elkaar zien te komen. Dat lukte niet, en de toekomst zal leren of VERA de nu opgetreden scheiding der gelederen zal overleven.

VERA is een afkorting van het Latijnse ’Veri et Recti Amici’, wat in goed Nederlands zoveel betekent als Ware en Oprechte Vrienden. Het jongerencentrum heeft een rijke historie achter de rug. Vanaf haar oorsprong in 1899 was het een reformatorisch, zeg maar gereformeerd, studentencorps, compleet met ontgroeningen en corpswetten. In de zeventiger jaren volgden de ontwikkelingen elkaar echter snel op, en werd VERA na felle interne discussie en strijd omgevormd tot dat wat het nu is: een open Jongerencentrum. De laatste tien jaar zijn de accenten geleidelijk komen te liggen op het gebied van de politieke vorming en de alternatieve film- en muziekcircults. Acties tegen munitietreinen, de wekelijkse VERA-Zienema en het bieden van een onderdak aan respectievelijk punk- en new wave-cultuur zijn daarvan sprekende voorbeelden.

Daarnaast speelde VERA een belangrijke rol bij het opbouwen van een weliswaar nog niet gelegaliseerde, maar wel getolereerde soft-drugs praktijk.

Grote rotzooi

De structuur van het jongerencentrum wordt tot op heden gekenmerkt door een gedecentraliseerde organisatie. Er zijn groepen voor allerlei onderdelen van het besturen van de vereniging, zoals de financiën, het beheer van het gebouw, het bepalen van het muziekprogramma etcetera.

Iedereen die op deze manier betrokken is bij het werk dat gebeurt op het centrum heeft de ’status’ van medewerker. Waren er vroeger nog ruim honderd van die medewerkers, de laatste tijd is dat aantal sterk teruggelopen.

Hoewel VERA officieel nog een vereniging is, waarin de leden het laatste woord hebben over het beleid, zijn het in feite de medewerkers die dat beleid bepalen. Dit is onderdeel van de vormende taak die VERA zich onder andere heeft gesteld: jongeren moeten zich met begeleiding kunnen ontplooien.

De laatste jaren kwam de vereniging steeds meer onder druk te staan. Zwakke besturen lieten de besluitvorming in de groepen op zijn beloop, op vergaderingen werd niet meer genotuleerd, de financiële situatie verslechterde en veel zaken werden steeds meer afgehandeld door individueel optredende personen. Interne wrijvingen, die steeds grotere vormen aannamen, waren hiervan het gevolg. November 1985 trad het laatste bestuur af, omdat het geen greep meer kon krijgen op de bezigheden van de afzonderlijke groepen. In een rommelige Algemene Ledenvergadering werd een noodbestuur in het leven geroepen, dat orde op zaken moest stellen, Het dieptepunt van het conflict werd bereikt toen op last van twee noodbestuursleden de politie een van de betrokkenen uit het pand moest verwijderen. De situatie in het centrum was toen al zo verslechterd dat termen als “een grote rotzooi” algemeen werden gebruikt. Vanaf dat moment richtte iedereen zijn pijlen op een nieuwe Algemene Ledenvergadering, te houden in februari 1986.

Ontplooiing

In de verwikkelingen rond de zaak is het niet gemakkelijk de meer principiële meningsverschillen los te zien van de hoog oplopende- persoonlijke conflicten. De problemen lijken zich te hebben geconcentreerd rond de personen van Jan Janssen, sociaal-cultureel werker bij VERA en onder andere houder van de drankvergunning van het centrum, en Peter Weening, sinds jaar en dag actief in de muziekprogrammeringsgroep, en zich vandaaruit vooral bezighoudend met VERA als concertpodium. In de laatste periode kwam daar dan nog Willem de Boer bij, als lid van het noodbestuur betrokken bij de recente escalaties.

Jan Janssen legt de nadruk vooral op het politieke en vormende karakter van het centrum, waar jongeren zichzelf moeten kunnen ontplooien. In de Lawine tekent hij daarbij aan: “Onervarenheid van mensen is daarbij een gegeven. Net zoals Peter Weening de kans heeft gekregen zich te ontwikkelen tot een zeer goed programmeur, zo moeten nieuwe medewerkers die kans ook krijgen.” Hij houdt in die zin vast aan de bestaande doelstelling en organisatie van VERA, al geeft hij toe dat op dat laatste vlak dringend verbeteringen nodig zijn. Verwijdering van Peter Weening staat daarin bij hem op een hoge plaats. Zijn voorstel voor het instellen van een noodbestuur was ook “een poging om de taken en verantwoordelijkheden weer vast te leggen”. In zijn optiek blijft de belangrijkste functie van VERA de ontplooiing van de VERA-medewerkers zelf.

Publieksfunctie

De tegenpool, Peter Weening, die net als Janssen in de loop van het conflict al heel wat persoonlijke verwijten over zich heen heeft gekregen, heeft een andere visie op het toekomstige VERA: “Het is een achterhaalde structuur. Politieke activiteiten komen niet van de grond, de open ruimten raken verslonsd en de vergaderingen zijn een zooitje. Je moet niet iedereen zijn eigen ideetje laten uitvoeren. VERA is geen doegroepjes-centrum, het heeft een publieksfunctie. Alle activiteiten moeten in dienst staan van een goed product, een publieksgericht programma.” In zijn ogen mag er wel vorming plaatsvinden, maar, ’’geen vorming óm de vorming. De taken die er liggen moeten worden uitgevoerd, en er moeten geen eigen taken bedacht worden. Dat zie ik te vaak gebeuren.”

Overigens denkt hij dat het hoog tijd wordt voor VERA om de koers in deze richting om te gooien. “Financieel gaat het slecht. VERA zal zich moeten aanpassen om overeind te blijven, anders zit ze zo aan de grond. En dan kunnen ook de zaken die nog wel goed lopen niet meer doordraaien.”

De gemeente, die jaarlijks tonnen subsidiegeld in VERA steekt, heeft in de persoon van wethouder Morssink eind januari gesprekken gehad met de betrokkenen. Daarin stelde hij zich afwachtend op. Tot de ALV van februari, vond de wethouder, moesten de partijen maar even pas op de plaats maken. Wel maakte hij duidelijk dat om voor subsidie in aanmerking te blijven komen VERA wel aan bepaalde voorwaarden zal moeten blijven voldoen.

Op die beslissende ALV kwamen de kaarten duidelijk op tafel. Beide opvattingen waren vertegenwoordigd in de vorm van een kandidaat-bestuur, met onder de arm een pak papier met mooie plannen. Er tussenin stond een voorstel van twee huidige noodbestuursleden, Jan Visser en Jaap Hendriks, die een uiterste poging wilden doen om, in plaats van VERA een keus te laten maken, met beide partijen door te gaan. De meest betrokkenen zouden dan echter wel een stapje terug moeten doen om een lijmpoging reële kansen te geven. Jan Visser: “Als VERA wil kiezen moet ze dat doen, maar ik vind het kortzichtig. Er zijn meer problemen dan tussen personen alleen.” Maar ook hij schatte de kans van slagen niet al te hoog meer in, gezien de ervaringen van de laatste weken.

In de loop van de overigens uitstekend geleide vergadering werd duidelijk dat de scheur in de gelederen te diep was geworden om het compromis nog levensvatbaar te maken. De bereidheid van een aantal mensen om nog met elkaar samen te werken bleek te klein. Uiteindelijk werd met ruime meerderheid het voorstel en het bestuur uit de hoek van de muziekgroep aangenomen. Of zij in staat zullen zijn de in jaren opgebouwde kloof te overbruggen, of zij het vertrouwen van de Gemeente zullen weten te winnen, en of zij genoeg medewerkers voor hun plannen zullen weten te recruteren, kortom of VERA over twee jaar nog zal bestaan, is nog een grote, open vraag.