Menu Close

Genenkraker Craig Venter: ‘DNA schrijft minder voor dan we dachten’

De Amerikaanse geneticus J. Craig Venter publiceerde deze week de meest complete versie van het menselijke DNA. Voor het eerst is daarmee de erfelijke bagage van de mens in kaart gebracht. Volgens Venter springt één conclusie eruit: de genen schrijven minder voor dan we misschien dachten.

HET AMERIKAANSE WEEKBLAD Time had hem in december uitgeroepen tot Man Van Het Jaar — ware het niet dat de tumultueuze verkiezing van Bush op het laatste moment voorrang kreeg. Op de beurs in New York reikten de aandelen in zijn biotech-bedrijf Celera Genomics afgelopen voorjaar tot voorbij de hemel. En in het Witte Huis reserveerde oud-president Bill Clinton in juni lovende woorden voor zijn bijdrage aan de wetenschap.

Maar wie in universitaire kringen de naam Craig Venter laat vallen, ontmoet naast bewondering ook veel sjagrijn. Knarsetandend erkennen collega’s dat zonder zijn daadkracht de historische publicaties, deze week, van de volledige menselijke DNA-code nog minstens vijf jaar op zich hadden laten wachten. Maar het feit dat hij in hun ogen ongegeneerd loopt te pronken met andermans veren, maakt Venter tot misschien wel de diepst gehate wetenschapper van deze tijd.

Sinds 1990 werkten duizenden wetenschappers ter wereld gestaag aan een gezamenlijk monsterproject: in vijftien jaar, met een budget van drie miljard dollar, de menselijke genetische code van A tot Z lezen. Maar terwijl dat project gestaag voort kroop, gooide Venter drie jaar geleden de knuppel in het hoenderhok: met geld van particuliere investeerders begon hij zijn eigen commerciële project, af te ronden binnen twee tot drie jaar tegen een fractie van de kosten van het publieke project. Door de publieke gegevens handig te combineren met zijn eigen werk, verwierf Venters Celera het alleenrecht op de beste handelseditie van de code in het menselijk DNA.

De nog onnauwkeurige, incomplete en ‘kale’ code van het publieke project staat inmiddels voor iedereen zichtbaar op Internet. De kale code van Venter ook, zij het commercieel afgeschermd: universiteiten mogen hem bekijken — maar alleen wanneer ze beloven er in de toekomst geen geld mee te verdienen. Willen zij zonder restricties profiteren, ook van de hulpmiddelen die Celera verstrekt, dan kost een abonnement tienduizenden guldens per laboratorium per jaar — farmaceutische bedrijven betalen zelfs miljoenen.

Suggesties dat hij probeert een monopolie te verwerven op de genetische code van de mens, wijst Venter echter geïrriteerd van de hand. `Dat is toch onzin? Hoe zouden wij een monopolie op het DNA van de mens kunnen hebben? We publiceren nu toch in Science ? Kunnen universiteiten met een abonnement niet alles zien wat ze maar willen? Het zijn kleingeestige, gedateerde clichés, die nergens op slaan.’

Waarom maakt u de kale genetische code eigenlijk openbaar? Hadden uw aandeelhouders niet liever gezien dat u bedrijfsgegevens binnenshuis hield?

`Geen enkele manager van Celera heeft ooit voorgesteld de code van de mens voor onszelf te houden. De waarde van het bedrijf zit ook niet in die kale DNA-volgorde; dat is een van de grote misverstanden. Geen enkele Nederlandse onderzoeker beschikt over een computer krachtig genoeg om die kale code zinvol te kunnen analyseren. Celera Genomics is opgezet om het DNA van de mens, maar ook dat van de fruitvlieg en de muis, volledig beschikbaar te stellen, inclusief de computers en programma’s die nodig zijn om het te analyseren. Dát is ons bedrijfsplan. Dát is waarom top-instituten over de hele wereld contracten met ons hebben afgesloten: het Karolinski-Instituut in Zweden, de universiteit van Tokio, Harvard, tien vestigingen van de universiteit van Californië, alle Max Planck-instituten in Duitsland. Alles bij elkaar heeft onze database inmiddels een grotere verspreiding dan uw krant. Of zou u uw krant geen publicatie willen noemen?’

Maar waarom publiceert u de code daarnaast nog in een wetenschappelijk tijdschrift, om het gebruik ervan vervolgens weer aan voorwaarden te verbinden?

`Voor onze wetenschappers is het belangrijk de wereld duidelijk te maken dat zij de eerste zijn die het menselijk DNA hebben afgelezen, en dat ze het deden in negen maanden. Dat is een erg belangrijke wetenschappelijke prestatie. Dat publiceer je dus; dat is hoe wetenschap werkt.’

`Dat men zich aan de spelregels van Celera moet houden, lijkt me niet meer dan normaal: de door Celera verzamelde gegevens zijn door het bedrijf zelf betaald. Mij lijkt het vrij bijzonder dat een bedrijf zijn gegevens gratis openstelt voor de wereld. Mensen raken in de war — ze eten graag van twee walletjes.’

Om uw code op volgorde te krijgen, had Celera wel de gegevens nodig van uw publieke collega’s.

`Onze eigen gegevens vormden het fundament. Als we nog een jaar door waren gegaan, hadden we het prima op eigen kracht gered. Maar weet u — we deden het niet voor de lol. We zagen het niet als een soort sport. Ons doel was om zo snel mogelijk de complete code in handen te hebben, zodat we snel kunnen beginnen om geneesmiddelen te ontwikkelen. Dus gebruikten we alle informatie die ons ter beschikking stond. In mijn ogen was het immoreel geweest om dat níet te doen. De gegevens uit het publieke project voegden uiteindelijk een paar procent aan de code toe: soms konden losse eindjes worden aangevuld, soms hielp het om een gat op te vullen.’

Elke onderzoeker weet dat Celera’s menselijke DNA-code completer en nauwkeuriger is dan die van het publieke project. Waarom werkte u mee aan gelijktijdige publicatie, die suggereert dat de twee codes gelijkwaardig zijn?

`Veel mensen hebben van dit project een race willen maken. Sommige collega’s aan publieke zijde waren ons vijandig gezind, omdat Celera de dingen sneller en beter deed. Maar wij vonden de publicatie van het eerste complete menselijke DNA een belangrijk moment in de geschiedenis van de wetenschap. Mensen hoeven wat ons betreft niet te denken dat wij de publieke bijdrage hebben verslagen. Het publieke project heeft ook prachtige wetenschap verricht. De publicatie moet een feest zijn rond een wetenschappelijke mijlpaal, niet gekibbel over de kleinzielige politieke kwesties of de vraag wie er het eerste was.’

Toch moet er een verschil zijn — zelfs de Amerikaanse overheid overweegt nu een abonnement op uw database te nemen.

`Afgezien van een completere code is het belangrijkste verschil dat tussen een databank en een database. Het publieke Genbank, de naam zegt het al, is niet meer dan een ‘bank’, een opslag. Met een database kun je ingewikkelde vragen oplossen. Celera heeft de allernieuwste en krachtigste computers, en programma’s waaraan honderd programmeurs een jaar hebben gewerkt. Daarmee kun je het menselijk DNA op bijna oneindig veel manieren doorzoeken en analyseren. Alles bij elkaar een nuttig en goedkoop product, als u het mij vraagt.’

U hebt nu de meest complete code. Toch stopt u terwijl nog een aantal moeilijke stukken ontbreken. Dat lijkt meer op een bedrijfseconomische beslissing dan op een wetenschappelijke.

`Wij schatten dat maar 1,1 procent van het menselijke DNA codes bevat die zorgen voor de aanmaak van werkzame eiwitten. Die stukken hebben we goed te pakken. Het heeft niet zoveel zin de minder belangrijke stukken nog beter uit te zoeken.’

`Ik schat dat het de publieke zijde nog twee jaar zal kosten om dezelfde kwaliteit te bereiken. Natuurlijk hoop ik dat zij daarna verder gaan, door ook de allerlaatste gaatjes op te vullen en foutjes te corrigeren. Maar denkt u dat de Nederlandse regering nog eens honderd miljoen dollar uit zou geven, terwijl 95 procent van de code al bekend is?’

Bent u een zakenman of een wetenschapper?

`Ik zie mijzelf helemaal niet als zakenman. Ik denk dat ik de drijvende kracht was achter de wetenschappelijke ontwikkeling die ervoor zorgt dat we het menselijk DNA nu hebben, niet over tien jaar. Mij lijkt dat een behoorlijk belangrijke wetenschappelijke prestatie.’

Een van uw meest verrassende conclusies is dat de mens misschien maar dertigduizend genen heeft, niet honderdduizend, zoals lang gedacht.

`Dat klopt: we hebben minder genen dan we altijd dachten. Maar dat betekent niet dat de mens simpeler in elkaar zit — integendeel. De duidelijkste boodschap uit deze eerste versie van het menselijk DNA is juist dat de biologie veel ingewikkelder is dan we dachten. Mensen hadden graag gezien dat onze genetische code simpel en deterministisch was: voor elke eigenschap een afzonderlijk gen. Dat blijkt een flagrante simplificatie, die mede heeft kunnen ontstaan doordat genetici graag wilden dat mensen de wereld konden begrijpen. Maar het kleine aantal genen dat wij hebben gevonden, geeft zulke simpele modellen niet genoeg ruimte. Een mens heeft maar driehonderd genen meer dan een muis, en twee keer zoveel als een simpele fruitvlieg. Genen zijn belangrijk, maar de werkelijke complexiteit van het leven zit op het niveau van eiwitten die door die genen worden gemaakt, in cellen, weefsels en organen. Het is een heldere boodschap: onze genen schrijven niet alles voor.’

De menselijke code is nog maar het begin van een ontzagwekkende hoeveelheid biologische informatie. Uw bedrijf praat alleen nog over giga- en terabytes.

`Dat is precies wat wij steeds hebben voorspeld: we staan voor een stortvloed aan complexe informatie. Daarom zal bio-informatica ook een van de grote wetenschapsgebieden van de toekomst zijn. En daarom bouwt Celera, samen met Compaq en de Amerikaanse overheid, nu ook de grootste supercomputer ter wereld.’

Raken biologen straks niet bedolven onder gegevens waaruit ze geen wijs meer kunnen worden? Zelfs de grootste supercomputers slagen er niet in het weer een week vooruit te voorspellen.

`Ook ik ben niet erg onder de indruk van de pogingen om het weer uit te rekenen. Maar ik denk dat in biologische processen, ook al ogen ze even ingewikkeld als het weer, het aantal variabelen toch eindig is. Als dat niet zo zou zijn, dan zouden wij hier niet zitten te praten: er is orde in de chaos. Ik denk dat de biologie uiteindelijk te begrijpen zal zijn — maar niet zonder computers.’

De strijd tussen u en het publieke project lijkt door te gaan. Aan publieke zijde is men inmiddels druk bezig uw werk met de muis over te doen. Het lijkt een kat-en-muis-spel, met als doel uw voorsprong zoveel mogelijk te beperken.

`Daar lijkt het inderdaad wel op, ja. Ik kan alleen maar hopen dat men binnenkort toch zal kiezen voor samenwerking, in plaats van meer publiek geld te spenderen aan het doen van dezelfde dingen. Als de Amerikaanse regering de muis door Celera had laten analyseren, waren ze de helft minder kwijt geweest en was het nu klaar. De andere helft van het geld hadden we dan aan de chimpansee kunnen besteden. Ik ben ervoor dat de overheid dit onderzoek steunt, maar ik zie liever dat ze het doen zonder geld over de balk te gooien. Gespecialiseerde instituten hebben aangetoond dat ze het sneller, goedkoper en nauwkeuriger kunnen — wij deden de mens in minder dan een jaar, niet vijftien jaar. Het lijkt me geen moeilijke keuze — tenzij er natuurlijk emoties in het spel komen, en academische laboratoria erop uit zijn hun geldstroom vast te houden.’

`Weet u — het lezen van het menselijk DNA liep uit op een wedstrijd omdat de Amerikaanse overheid innovatieve wetenschap buiten de deur hield. Dat was voor mij een belangrijke reden om in 1992 de overheid te verlaten. Men zei dat mijn snelle methode om DNA te lezen niet zou werken bij organismen als de fruitvlieg en de mens. Het zou een vreselijke mislukking worden.’

`Het was zoals op veel plaatsen: een paar laboratoria controleerden de subsidiestroom, nieuwe ideeën kregen van hen geen kans. Nog nooit waren zulke grote bedragen uitgegeven aan biologisch onderzoek, maar de ontvangers werden niet gestimuleerd naar nieuwe wegen te zoeken. Dus volgde men een zéér behoudende koers. Dat veranderde pas toen wij Celera opzetten: toen moesten ze wel, omdat ze anders niet twee, maar tien jaar achter zouden gaan lopen.’

`Wetenschap moet in mijn ogen altijd aan de frontlinie staan. Als onderzoeksfinanciering in plaats daarvan bureaucratieën in stand houdt, en nieuwe benaderingen afremt, dan is dat slecht nieuws voor mensen met kanker of andere ziekten. Ik denk dat innovatie meer kans moet krijgen, en dat het tempo van de vooruitgang omhoog moet. Natuurlijk is het moeilijk om vernieuwing bij wet op te leggen. Maar je zou geld apart kunnen zetten, waarmee onderzoekers gewaagde dingen kunnen uitproberen zonder last te hebben van collega’s die slechts streven naar handhaving van de status quo.’

Related Posts