Menu Close

Tuinschuurtjes redden monumentale ‘vloedschuur’

Elk jaar krijgen honderden voormalige boerenerven een nieuwe bestemming: wonen in de ruimte van het platteland. Veel monumentale hoeven en schuren maken daarbij plaats voor standaard nieuwbouw-woningen. In Zuid-Holland kijkt men terug op een geslaagde poging oud en nieuw perfect te doen samengaan – afgezien dan van wat kleine tuinschuurtjes.

‘RUIMTE VOOR RUIMTE’, heet de regeling die in een groeiend aantal provincies in Nederland opgeld doet. Voor elke oude boerenschuur die wordt afgebroken, mag de eigenaar op zijn erf een gloednieuwe woning bouwen. Kwaliteitsverbetering van het platteland is het doel – liever een nieuw huis dan een langzaam instortende silo of kippenschuur, is de gedachte.

Maar niet elke ruil eindigt in succes: veel schuren maken plaats voor kitcherige bungalows, en het glimmende wagenpark van de nieuwe bewoners ontsiert de gevels van de bijbehorende boerderijen. “De haren rijzen je soms ten berge,” zegt Vincent Voorhoeve, medewerker van de Zuid-Hollandse welstandsorganisatie Dorp, Stad & Land (DSL) en actief in de Boerderijenstichting van zijn provincie. In juni brengt Dorp, Stad & Land het boek Bouwen bij Boederijen uit, gevuld met adviezen voor het verantwoord invoegen van nieuwbouw op boerenerven. Foto’s van geslaagde voorbeelden zullen de tips vergezellen.

Eén van die lichtende voorbeelden wordt ongetwijfeld een nieuwbouwproject in het Zuid-Hollandse Leerbroek, een gehucht twintig kilometer ten zuiden van Utrecht. Dankzij nauwe samenwerking van de gemeente Zederik, de provincie en DSL kon daar de restauratie van een monumentale ‘vloedschuur’ worden betaald uit de opbrengst van twaalf gloednieuwe woningen, door architecten optimaal in het polderlandschap ingepast. Niet álle wensen van architect en welstand overleefden de aanbesteding en bouw van de woningen geheel ongeschonden, erkent directeur Frans van den Meiracker van Dorp, Stad en Land. “Maar waar haal je nou een score van tachtig procent?”

Vloedschuur

Leerbroek is het ‘Staphorst van Zuid-Holland’, vertelt Piet den Hertog, adviseur op het gebied van historische boerderijen bij adviesbureau Helsdingen in Vianen. Het kleine kerkdorp, met veel traditioneel-protestantse bewoners, is een klassiek ‘lintdorp’ in het polderlandschap van de Alblasserwaard. Vroeger waren vanaf de weg, tussen de boerderijen door, lange kavels met sloten en weilanden zichtbaar. Maar verdichting heeft zulke doorzichten in het dorp zeldzaam gemaakt.

Rond 1998 passeerde Den Hertog tijdens fietstochten door Leerbroek regelmatig een reusachtige, half vervallen boerenschuur. Het was een 19e-eeuwse houten ‘waterstal’, van oudsher gebruikt om het vee van de naastgelegen 18e-eeuwse boederij bij overstroming op veilige hoogte te stallen. Een jaar ervoor had de gemeente Zederik de boerderij met bijbehorend erf, gelegen aan een weg met de fraaie naam Recht van Ter Leede, van de erfgenamen van de oude boer gekocht. Het plan was alle schuren af te breken en er vijf tot tien nieuwe woningen te bouwen. Maar het plan strandde: gemeenten mochten slechts een beperkt aantal woningen bouwen, en Zederik kon geen ‘contingent’ lospeuteren bij buurgemeenten.

De impasse leidde tot verder verval, en zonder ingrijpen zouden zowel de vloedschuur als de boerderij zeker verdwijnen, vreesde Den Hertog. Bij wijze van reddingspoging bracht hij vier spelers bij elkaar: gemeente, provincie, Rijksmonumentenzorg en Dorp, Stad en Land. Het plan: geld voor restauratie genereren door kwalitatief hoogstaande nieuwbouwwoningen in het achterland te plaatsen. De provincie zou kunnen bijspringen door een ‘kwaliteitscontingent’ aan te spreken.

Er kwam een projectgroep die een prijsvraag uitschreef: architecten uit de regio werden opgeroepen een plan te ontwerpen dat voldeed aan het adagium: ‘Woningen te gast in het landschap’. Namens Dorp, Stad en Land trad directeur Frans van den Meiracker toe tot de jury, die uiteindelijk vier inzendingen beoordeelde.

De gemeente Zederik had voorkeur voor de relatief conservatieve oplossingen, maar de jury besliste anders. Winnaar was een vooruitstrevend ontwerp van architect Hans Koppers. “Zeer bevlogen,” noemt Ton de Leeuw, verantwoordelijk ambtenaar bij de gemeente Zederik, de inmiddels overleden ontwerper.

Golfplaten daken

Koppers had de opdracht inderdaad passioneel uitgewerkt. Zijn twaalf nieuwbouwwoningen zouden letterlijk ‘te gast’ zijn: niet alleen kwamen de rijtjes dwars op de weg staan om het zeldzaam geworden zicht op de polder te bewaren, ze zouden bovendien zwevend, op palen, in het grasveld worden gezet. De oude boomgaard mocht niet worden aangetast door tuintjes of stoepen – bewoners zouden hun huizen bereiken over verhoogde, houten vlonders. Vormen en bouwmaterialen sloten aan bij een boerenschuur: kleine ramen en overhangende daken bedekt met golfplaten, net zoals de oude schuren die er ooit waren gesloopt. (Het laatste idee leverde Koppers de hoon op van een toenmalige wethouder, zelf boer, die niets liever zou doen, vertelde hij de architect, dan zijn schuren bedekken met dakpannen.)

Nóg kon het project niet van start, want de provincie kon beloften over een contingent niet waarmaken. Maar toen Zuid-Holland in 2000 de contingenten afschafte en gemeenten binnen de bebouwde kom meer vrijheid gaf, kon Zederik toch op zoek naar een projectontwikkelaar.

Voor de gedurfde ideeën van Koppers brak toen het uur van de waarheid aan. De huizen op palen en de golfplaten daken verdwenen snel van tafel – zulke armoedige woningen zouden onverkoopbaar zijn, meende ontwikkelaar Van Houwelingen. Privé-tuintjes werden onmisbaar geacht – al waren ze maar een paar meter diep. Later in het project moesten ook de houten loopvlonders eraan geloven. Te glad bij nattigheid, was het oordeel. “Het compromis was betonnen paden,” vertelt architecte Katrien Koppers, die na haar vaders overlijden de afronding van het project voor haar rekening nam.

Maar niet alle vernieuwende ideeën hoefden het raam uit. Wat bleef waren bijvoorbeeld de overhangende daken, de buitenwanden van hout, de relatief kleine ramen en, belangrijk voor het doorzicht vanaf de weg, de oriëntatie van de drie huizenrijen dwars op het grid. Dat doorzicht kreeg nog wel een nieuwe knauw toen, in een laat stadium, aan de privétuintjes óók nog schuttinkjes en vrijstaande tuinschuurtjes werden toegevoegd. Maar voor de ontwikkelaar was het een succes. “Volgens de makelaar verkochten de huizen als zoete broodjes,” zegt Piet den Hertog. “Alles was verkocht voor de spa de grond in ging.”

Ook Katrien Koppers is ‘in grote lijnen’ heel tevreden. “Het is een bijzonder project op een bijzondere locatie geworden,” zegt ze. Het doorzicht vanaf de weg is althans voor een deel behouden, en de woningen hebben hun schuurkarakter weten te behouden. “Alleen die rode dakpannen had ik niet moeten goedkeuren,” zegt ze. “Als je vanuit de polder komt aanrijden, heeft het hele dorp zwarte daken; deze woningen zijn het enige rode.” Dat er water bij de wijn moest verbaasde haar echter niet, zegt Koppers; een traditioneel ingesteld dorp is niet de gemakkelijkste plek om gedurfde architectuur te verkopen.

Sloop

Eigenlijk kijken álle betrokkenen tevreden op het ‘Recht van Ter Leede’ terug. Al was het maar, zegt Piet den Hertog, omdat anders de monumentale boerderij en bijbehorende vloedschuur, zoals zo vaak, uiteindelijk waarschijnlijk waren gesloopt. “Voor mij is de les geweest: niet te snel opgeven. Als alle partijen het maar willen, kom je er uiteindelijk wel uit.” Wel zou hij bij vervolgprojecten graag meer toezicht op de afloop van het ontwerpproces organiseren. “Nu zag je toch dat het ontwerp tussen gemeente en ontwikkelaar een eigen leven ging leiden.”

Ambtenaar Ton de Leeuw van Zederik constateert dat, mede dankzij €700.000 aan bijeen gescharrelde subsidies, de gemeente uiteindelijk slechts €40.000 heeft verloren – eigenlijk verwaarloosbaar, vindt De Leeuw. Toch ziet hij Zederik niet snel weer een boerderij opkopen. “We liepen flinke financiële risico’s door de beperkingen rond een Rijksmonument,” zegt hij. Wél voor herhaling vatbaar acht hij de intensieve samenwerking met de provincie en welstandsorganisatie. “Iedereen weet andere subsidiepotjes te vinden.” En het project heeft wijde belangstelling gewekt: diverse gemeenten zijn langsgeweest om deze combinatie van monumentenrestauratie en nieuwbouwwoningen te bekijken.

Tevreden, en een beetje trots, is men ook bij Dorp, Stad en Land. Niet dat de welstandsorganisatie zichzelf het initiatief toedicht. “DSL is hier volgend geweest,” zegt Van Meiracker. “Maar toen we er lucht van kregen, zijn we direct op de bok gesprongen.” Tientallen Nederlandse boederijen staan, net als ooit de Leerbroekse vloedschuur, ongebruikt weg te rotten, zegt hij. “Slechts af en toe ontstaat  er een vonkje.”

Met het nieuwe boek hoopt DSL meer van die vonkjes te genereren. “De komende tijd komt elk jaar een paar procent van de agrarische opstallen in Nederland beschikbaar voor woningbouw,” zegt Van Meiracker. Veel boeren ontwikkelen hun erf zelf, weet hij. “Bouwen bij Boederijen wordt een boek vol lichtende voorbeelden. Als je kwaliteit wil, let dáár en dáár dan eens op.”